ECLI:NL:RBDHA:2026:14552
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure na ongegrondverklaring beroep
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen als kennelijk ongegrond op 16 januari 2026. Hiertegen heeft verzoekster beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening samen met het beroep behandeld op 19 mei 2026. Op dezelfde dag is het beroep ongegrond verklaard, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen na ongegrondverklaring van het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag.