ECLI:NL:RBDHA:2026:14514
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvragen Eritrese oppositieleden wegens onvoldoende aannemelijkheid vervolgingsgevaar
Eisers, een gehuwd stel uit Eritrea en sympathisanten van een opgeheven oppositiepartij, vroegen asiel aan in Nederland na een periode van terugkeer naar Eritrea. Zij vreesden vervolging vanwege hun politieke overtuiging en de arrestatie van bekenden. De minister wees hun aanvragen af omdat zij onvoldoende aannemelijk maakten dat zij bij terugkeer gevaar lopen. Eisers waren legaal uitgereisd en hadden geen problemen ondervonden in Eritrea na hun terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat de minister zich voldoende had gemotiveerd. De beperkte politieke activiteiten van eisers en het ontbreken van aanwijzingen dat zij door de autoriteiten worden gezocht, maken hun vrees niet aannemelijk. Ook de situatie van hun dochter en schoonzoon in Nederland, die een UNHCR-status hebben, rechtvaardigt geen andere conclusie.
Verder is geen sprake van een beschermde afhankelijkheidsrelatie tussen eisers en hun dochter op grond van artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en wees de asielaanvragen af. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank wijst de asielaanvragen af wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolgingsgevaar en geen beschermde afhankelijkheidsrelatie.