ECLI:NL:RBDHA:2026:14491
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument wegens niet-betaling leges en bevestiging SIS-signalering
Eiseres diende een aanvraag in voor een verblijfsdocument EU/EER, maar de minister nam deze niet in behandeling omdat de leges niet correct waren betaald. Eiseres had bij betaling het zaak- en vorderingsnummer niet vermeld, waardoor het bedrag werd teruggestort. De rechtbank oordeelt dat eiseres voldoende gelegenheid had om de leges op de juiste wijze te voldoen en dat het niet betalen van leges een geldige reden is voor het niet in behandeling nemen van de aanvraag.
Eiseres stelde dat nationale regels omtrent legesbetaling niet mogen worden toegepast bij Unierechtelijke aanvragen, maar de rechtbank concludeert dat deze regels niet in strijd zijn met het Unierecht en dat de hoogte van de leges geen onredelijke drempel vormt. Ook het beroep dat eiseres had moeten worden gehoord in de bezwaarprocedure wordt verworpen, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Ten slotte oordeelt de rechtbank dat de SIS-signalering terecht is opgelegd op grond van de Verordening (EU) 2018/1860, aangezien aan eiseres een terugkeerbesluit is opgelegd en geen uitzonderingen op de signalering van toepassing zijn. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.