ECLI:NL:RBDHA:2026:14485
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende gemotiveerde afwijzing asielaanvraag uit Belarus
Eiser, een persoon van Belarussische nationaliteit, diende op 17 februari 2024 een asielaanvraag in na deelname aan een demonstratie tegen de regering in Belarus, waarbij hij mishandeld werd en ontsnapte uit het ziekenhuis. De minister wees de aanvraag op 11 december 2025 af als kennelijk ongegrond, onder meer vanwege onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas en het niet tijdig indienen van de aanvraag.
In beroep betoogt eiser dat de minister onterecht een te hoge bewijslast hanteert, onvoldoende rekening houdt met zijn medische situatie en psychische gesteldheid, en dat de minister de verklaringen over zijn ontsnapping en hulp bij vertrek uit Belarus onterecht ongeloofwaardig acht. Ook stelt hij dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom verklaringen van zijn ouders en zijn politieke overtuiging niet leiden tot een risico bij terugkeer.
De rechtbank concludeert dat het besluit van de minister op meerdere punten onvoldoende is gemotiveerd en niet zorgvuldig tot stand is gekomen, met name ten aanzien van de motivering over het niet kunnen verkrijgen van documenten, de geloofwaardigheid van de ontsnapping uit het ziekenhuis, de verklaringen van ouders en de sociaaleconomische omstandigheden. De rechtbank geeft de minister vier weken de tijd om deze gebreken te herstellen en houdt verdere beslissing aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: De rechtbank stelt de minister in de gelegenheid de gebreken in het besluit te herstellen en houdt verdere beslissing aan tot de einduitspraak.