ECLI:NL:RBDHA:2026:14482
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en voortvarendheid verwijdering
De minister van Asiel en Migratie heeft op 2 februari 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel duurt voort en verweerder heeft de rechtbank op 13 mei 2026 geïnformeerd over het voortduren, wat gelijkgesteld wordt met een beroep van eiser.
De rechtbank toetst het voortduren van de bewaring vanaf het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek waarop een uitspraak van 6 maart 2026 betrekking had, waarin de maatregel rechtmatig werd bevonden. Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend is in het verwijderingsproces, met name omdat niet op dossierniveau wordt gerappelleerd bij de Marokkaanse autoriteiten voor een laissez passer.
De rechtbank oordeelt dat de enkele duur van de bewaring onvoldoende is voor een ander oordeel en dat verweerder binnen de relevante periode meerdere malen schriftelijk heeft gerappelleerd en vertrekgesprekken heeft gevoerd met eiser. Er is geen aanleiding om eiser te horen over een lichter middel, omdat hij geen feiten heeft aangevoerd die dat rechtvaardigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel bewaring wordt ongegrond verklaard omdat verweerder voldoende voortvarend handelt.