Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14477

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
NL24.32460 en NL24.32461
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:2 AwbArt. 3:46 AwbArt. 8:72 AwbVluchtelingenverdrag
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning asiel aan Afro-Colombiaanse sociaal leiders wegens gegronde vrees voor geweld en vervolging

Eiseressen, beiden Afro-Colombiaanse sociaal leiders uit Colombia, vreesden terugkeer vanwege bedreigingen en moorden op collega’s door gewelddadige bendes. De minister wees hun asielaanvragen af, omdat hij de bedreigingen en het verband met hun werkzaamheden niet geloofwaardig achtte en onvoldoende risico’s zag vanwege hun etniciteit.

De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met uitgebreide landeninformatie die het hoge risico op geweld tegen sociaal leiders en Afro-Colombiaanse minderheden in Colombia bevestigt. De verklaringen van eiseressen worden ondersteund door verklaringen van derden en aangiftes, die de minister ten onrechte als onvoldoende aannemelijk beschouwde.

De rechtbank stelt dat de minister niet zorgvuldig heeft gemotiveerd waarom hij de bedreigingen ongeloofwaardig achtte en onvoldoende rekening hield met de politieke context en het ontoereikende beschermingsbeleid in Colombia. De beroepen worden gegrond verklaard, de bestreden besluiten vernietigd en de minister opgedragen nieuwe besluiten te nemen binnen zes weken, rekening houdend met deze uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de afwijzing van de asielaanvragen, met de opdracht aan de minister nieuwe besluiten te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL24.32460 en NL24.32461
V-nummers: [v-nummer 1] en [v-nummer 2]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiseres 1] ,

geboren op [geboortedag 1] 1999,
eiseres, hierna te noemen: eiseres 1,
en

[eiseres 2] ,

geboren op [geboortedag 2] 1997,
eiseres, hierna te noemen: eiseres 2,
beiden van Colombiaanse nationaliteit,
gezamenlijk te noemen: eiseressen,
(gemachtigde: mr. S. Sewnath),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. Chr. Vink).

Inleiding

1. Eiseressen hebben op 3 december 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met de bestreden besluiten van 24 juli 2024 deze aanvragen afgewezen als ongegrond.
1.1.
Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
1.2.
De minister heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft de beroepen op 18 december 2025 op zitting behandeld. De behandeling ter zitting is aangehouden, omdat de tolk één dag voor de zitting had afgezegd en er op korte termijn geen andere tolk kon worden geregeld.
1.4.
De rechtbank heeft de behandeling van de beroepen op 9 april 2026 voortgezet. Op de zitting zijn verschenen: eiseressen, de gemachtigde van eiseressen, mevrouw N.E. Stefany Ramirez als tolk in de Spaanse taal en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank beoordeelt de beroepen van eiseressen tegen de afwijzingen van hun asielaanvragen aan de hand van de beroepsgronden die eiseressen gezamenlijk hebben aangevoerd. De asielrelazen van eiseressen komen in essentie in grote lijnen met elkaar overeen en houden nauw met elkaar verband. Dit is op de zitting besproken en door partijen erkend. De behandeling van de beroepen op de zitting heeft gelijktijdig plaatsgevonden. De rechtbank heeft de beroepen daarom gevoegd. Daarom zal de rechtbank de beroepen in één uitspraak beoordelen.
3. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
De asielrelazen
3. Eiseressen leggen het volgende aan hun asielaanvragen ten grondslag. Eiseressen zijn Afro-Colombiaans en behoren daarom tot een etnische minderheid in Colombia. Door geweld tegen Afro-Colombianen afkomstig van gewapende groeperingen, zijn eiseressen meerdere keren ontheemd geraakt. Verder zijn eiseressen beide actief geweest als sociaal leider in Colombia waar zij kinderen en jongeren in arme wijken probeerden te helpen en beschermen tegen gewelddadige bendes. Eiseres 2 was actief voor burger actiecomité [groep] in [plaats 1] . Eiseres 1 was actief binnen een wijkraad in [plaats 2] . Deze wijkraad heeft in het kader van hun werkzaamheden besloten camera’s in de buurt op de hangen. Eiseres 1 heeft verklaard dat [persoon 1] en [persoon 2] , twee collega’s bij de wijkraad, daarom zijn vermoord door leden van een gewelddadige (straat)bende. Eiseres 1 voelde zich daardoor onveilig en is naar Bogotá gegaan waar zij bij haar zus, eiseres 2, is ondergedoken. Eiseres 2 ontving daarna een telefonische bedreiging. Daarop zijn eiseressen samen naar Nederland gevlucht. Na aankomst in Nederland zijn eiseressen verschillende keren gebeld door onbekende telefoonnummers. Eiseressen vrezen bij terugkeer naar Colombia te worden vermoord door een gewelddadige (straat)bende.
De bestreden besluiten
4. De asielrelazen van eiseressen bevatten volgens de minister de volgende elementen [1] :
- hun identiteit, nationaliteit en herkomst;
- hun gedwongen ontheemding;
- de werkzaamheden bij de wijkraad
- de bedreigingen vanwege de werkzaamheden bij de wijkraad.
4.1.
De minister acht alle asielmotieven geloofwaardig, behalve de bedreigingen van eiseressen vanwege de werkzaamheden bij de wijkraad. Volgens de minister hebben eiseressen summier, oppervlakkig en wisselend verklaard. De minister acht geloofwaardig dat [persoon 1] en [persoon 2] zijn vermoord, maar acht niet geloofwaardig dat dit te maken had met hun rol binnen de wijkraad. De minister acht het namelijk niet aannemelijk dat gewelddadige (straat)bendes afwisten van het plan van de wijkraad om camera’s op te hangen. Ook komen de verklaringen van eiseressen over de doodsoorzaak van [persoon 2] niet overeen met openbare bronnen. De minister hecht daarnaast weinig waarde aan de aangiftes van eiseressen, omdat het een optekening is van de door hun gestelde gebeurtenissen. De aangiftes zijn daarom geen objectieve of verifieerbare verklaringen. Verder komt de verklaring van [persoon 3] , de voorzitter van de wijkraad, op de inhoud niet overeen met de aangiftes, bestaat er onduidelijkheid over zijn functie, bevat het document een spelfout en zitten er tegenstrijdigheden in de ondertekening van de verklaring. Ook hebben eiseressen met de screenshots van de bedreigingen die eiseres 2 per sms heeft ontvangen de door hen gestelde bedreigingen niet aannemelijk gemaakt. Omdat het screenshots van onbekende nummers zijn, kan er geen verband worden gelegd met de gestelde bedreigingen en is het volgens de minister te weinig om aan te nemen dat eiseressen daadwerkelijk zijn bedreigd. Verder acht de minister het ongerijmd dat eiseressen zijn teruggekeerd naar [plaats 2] nadat zij zijn bedreigd.
4.2.
Ten aanzien van de politieke overtuiging van eiseressen door hun werkzaamheden als sociaal leiders, stelt de minister zich op het standpunt dat zij om deze reden geen gegronde vrees voor vervolging hebben en daarom geen vluchteling zijn in de zin van het Vluchtelingenverdrag [2] . Uit het Algemeen ambtsbericht Colombia van maart 2022 blijkt weliswaar dat sociaal leiders doelwit kunnen zijn van illegale gewapende groeperingen, maar de minister acht het niet geloofwaardig dat eiseressen voor deze gewapende groeperingen te vrezen hebben bij terugkeer naar Colombia. De minister legt daaraan ten grondslag dat zij vanwege hun werkzaamheden als sociaal leider eerder geen noemenswaardige problemen hebben ondervonden en de aard van de werkzaamheden gering is. Ook lopen eiseressen volgens de minister geen reëel risico op ernstige schade door hun Afro-Colombiaanse etniciteit. Eiseressen hebben niet verklaard dat zij zijn blootgesteld aan systematisch geweld of vervolging en ook hebben zij na hun gedwongen ontheemding nog jarenlang in Colombia kunnen wonen zonder problemen. De minister concludeert daarom dat de asielaanvragen ongegrond zijn.
Heeft de minister de bedreigingen vanwege de werkzaamheden bij de wijkraad niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht?
5. Eiseressen voeren aan dat de minister ten onrechte de bedreigingen vanwege hun werkzaamheden bij de wijkraad ongeloofwaardig heeft geacht. De inzet van eiseres 1 voor het verbeteren van de veiligheid in haar wijk, door onder meer het plaatsen van beveiligingscamera’s, leidde tot directe bedreigingen van gewelddadige (straat)bendes die niet wilden dat hun criminele activiteiten onder toezicht kwamen. De moorden op [persoon 1] en [persoon 2] zijn direct te linken aan het plan om camera’s op te gaan hangen en daarmee aan de activiteiten van eiseres 1 bij de wijkraad als sociaal leider. Het is aannemelijk dat de technische vaardigheden van [persoon 4] , de installateur van de camera’s, bekend was bij gewelddadige (straat)bendes. De verklaring van [persoon 3] versterkt eveneens de geloofwaardigheid van de verklaringen van eiseressen en biedt aanvullend bewijs over de bedreigingen waarover eiseressen hebben verklaard. Daarnaast onderstrepen de aangiftes van eiseressen de ernst van de situatie van sociaal leiders in Colombia en laten de screenshots van de telefonische bedreigingen zien dat er sprake is geweest van constante intimidatie. Het feit dat gewapende groeperingen sociaal leiders en vrijwilligers van de wijkraad bedreigen en vermoorden, moet in het licht van de bredere politieke en criminele context in Colombia worden gezien. Eiseressen verwijzen daarvoor naar passages uit verschillende landenrapporten over Colombia die laten zien dat hun werkzaamheden als sociaal leider voor maatschappelijke verandering in Colombia, bijzonder gevaarlijk is. Als verzwarende factor komt daar volgens eiseressen bovenop dat zij vanwege hun Afro-Colombiaanse etniciteit in zijn algemeenheid een aanzienlijk groter risico om slachtoffer te worden van geweld door gewapende groeperingen lopen. Dit blijkt eveneens uit de overgelegde landeninformatie. Daaruit blijkt ook dat de bescherming door de Colombiaanse overheid van Afro-Colombianen ontoereikend is.
6. De rechtbank stelt ten eerste vast dat de minister geloofwaardig heeft geacht dat eiseressen sociaal leiders zijn. Dat staat in beroep dan ook niet ter discussie. In geschil is of de minister de bedreigingen vanwege de werkzaamheden bij de wijkraad niet ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht en of de minister terecht tot de conclusie is gekomen dat eiseressen als sociaal leiders geen gegronde vrees voor vervolging hebben.
6.1.
De rechtbank begrijpt het standpunt van de minister zoals verwoord in het verweerschrift en toegelicht op de zitting als volgt. De minister neemt op zich wel aan dat er bedreigingen aan het adres van eiseressen zijn geuit en ook dat er twee collega’s, [persoon 1] en [persoon 2] , zijn overleden. Eiseressen zijn er volgens de minister echter niet in geslaagd om het gestelde verband met de gewapende groeperingen en de doodsoorzaak dan wel de gestelde motieven van de daders aannemelijk te maken. De minister ziet geen verband tussen de dood van [persoon 1] en [persoon 2] , de werkzaamheden van eiseres 1 voor de wijkraad (waaronder het plan voor het ophangen van camera’s) en in het verlengde daarvan de bedreigingen die eerst eiseres 1 en daarna ook eiseres 2 hebben ontvangen.
6.2.
Dit standpunt van de minister is naar het oordeel van de rechtbank niet gebaseerd op zorgvuldig feitenonderzoek en niet toereikend gemotiveerd. Bij het beoordelen en wegen van de verklaringen van eiseressen over hun werkzaamheden, de volgens eiseressen daarmee verband houdende dood van collega’s [persoon 1] en [persoon 2] en de door eiseressen zelf ontvangen bedreigingen heeft de minister onvoldoende, althans onvoldoende kenbaar en gemotiveerd, rekening gehouden met de landeninformatie over Colombia die eiseressen hebben ingebracht. Hieronder heeft de rechtbank de overgelegde landeninformatie – voor zover relevant – opgenomen in overwegingen 6.3 tot en met 6.4.
6.3.
UNHCR [3] , International Protection Considerations with Regard to People Fleeing Colombia, August 2023:

(…)The terms "social leader" and "human rights defender" are sometimes used interchangeably by sources. As noted above, for the purposes of this document, the term "human rights defender" is interpreted to include the concept of "social leader". [4]

Despite the Government’s efforts, the situation of human rights defenders continues to be of concern. The implementation of laws, policies, and other mechanisms designed to protect human rights defenders and other people at risk from human rights violations and abuses has often been poor. The Constitutional Court has indicated that human rights defenders in Colombia face "high" levels of risk and that the State must provide them with additional protection. Colombia is considered one of the most dangerous countries for human rights defenders. [5]

Human rights defenders are subjected to threats, forced disappearances, killings, forced displacement, theft of personal information and information related to the projects they are participating in, arbitrary detention, attacks, criminalization, and sexual violence. Victims include leaders of ethnic communities; leaders of community, youth, peasants', and victims' organizations (…). Family members of human rights defenders have also been targeted. The targeting of human rights defenders is perpetrated by post-demobilization groups, post-FARC-EP irregular armed groups, the ELN and, to a certain extent, national security forces. (…). [6]

UNHCR considers that human rights defenders – including leaders of ethnic communities; leaders of community, youth, peasants', and victims' organizations (…) - are likely to be in need of international refugee protection on the basis of a well-founded fear of persecution for reasons of their (imputed) political opinion or their ethnicity. [7]
Human Rights Watch, World Report 2025: Colombia, 16 January 2025:

“Violence against Human Rights Defenders and Other People at Risk

Between January and August, OHCHR received 138 allegations of killings of human rights defenders and social leaders, mostly of people defending community rights, compared to 157 in the same period in 2023. As of September, three social leaders have been killed each week, according to the Attorney General’s Office. Colombia has a broad range of policies, mechanisms, and laws to prevent abuses against human rights defenders and other people at higher risk, including demobilized FARC combatants. But implementation of these measures has often been poor. In a case brought by Colombian human rights groups, the Constitutional Court ordered in December 2023 broad government action to protect human rights defenders and hold those responsible for their killings to account. The court found that government action fell short of addressing these “persistent, grave and widespread” violations and described the situation as an “unconstitutional state of affairs.

Algemeen Ambtsbericht Colombia, 27 juni 2024:


3.7.1 Risico’s voor sociale leiders
Colombia bleef tijdens de verslagperiode een van de gevaarlijkste landen voor sociale leiders/verdedigers van mensenrechten (hierna: sociale leider). OHCHR stelde vast dat sociale leiders worden vermoord als ze zich in het openbaar uitspraken tegen illegale gewapende organisaties en een obstakel vormen voor de sociale controle die wordt uitgeoefend door gewapende niet-overheidsactoren in de gebieden. De moorden zijn ook bedoeld om sociale processen voor de verdediging van mensenrechten te blokkeren en angst te zaaien onder gemeenschappen.(…). [8]

De Defensoría telde met 181 vermoorde sociale leiders in 2023 een daling van het aantal moorden met 16% ten opzichte van 2022. Het totale aantal moorden op sociale leiders was volgens cijfers van Indepaz daarentegen in 2023 ten opzichte van 2022 nagenoeg gelijk gebleven: respectievelijk 188 en 187. In 2021 was het aantal vermoorde sociale leiders met 252 het hoogst in tien jaar tijd geweest. Sinds 2016 was het aantal nooit onder de 100 geweest. OHCHR kwam met een geverifieerd aantal van 105 moorden op sociale leiders in 2023. (…). [9]

OHCHR stelde dat niet-statelijke gewapende groeperingen verantwoordelijk waren voor 74% van de geverifieerde moorden.” [10]

3.5.3 Daadwerkelijke bescherming
De Colombiaanse autoriteiten – waaronder de UNP en het ministerie van Binnenlandse Zaken – bieden individuele beschermingsmaatregelen voor bedreigde individuen en collectieve beschermingsmaatregelen voor gemeenschappen, zoals het verstrekken van mobiele telefoons, auto’s, kogelvrije vesten, boten en bodyguards, waarbij de nadruk ligt op individuele beschermingsmaatregelen.
Veel bronnen zijn het erover eens dat de Colombiaanse overheid van goede wil is om de bescherming van bedreigde personen – met name sociale leiders/mensenrechtenverdedigers – te verbeteren, maar dat haar beleid nog weinig vruchten heeft afgeworpen. De aangeboden bescherming is met name reactief en gericht op het individu. Het beleid richt zich onvoldoende op het beperken van risico’s in een context van wijdverbreid en systematisch geweld, met name in rurale en verafgelegen gebieden met weinig infrastructuur. De onderliggende oorzaken van conflict en geweld zoals drugshandel, staatsafwezigheid, trage juridische processen, het gebrek aan implementatie van het vredesverdrag en zwakke instituten worden onvoldoende aangepakt. De reactiesnelheid van de overheid in het geval van een acute dreiging is bovendien – met name de afgelegen gebieden – te traag of totaal afwezig. Soms wordt er snel opgetreden bij een dreiging, maar in veel gevallen blijven de autoriteiten in gebreke. Zoals eerder is aangegeven is er een gebrek aan coördinatie tussen de verschillende betrokken instanties. De krant El País schreef in december 2023 dat er sociale leiders waren vermoord, terwijl de Defensoría vroegtijdige waarschuwingen (Alertas Tempranas) had afgegeven over het risico dat de gemeenschappen waartoe de leiders behoorden liepen. [11]
Algemeen Ambtsbericht Colombia, 28 maart 2022:

1.5.3 Moorden op sociale leiders en ex-strijders van de FARC
Ondanks de dalende nationale moordcijfers waren er bepaalde gebieden in Colombia waar het binnenlandse geweld oplaaide en illegale gewapende groeperingen (IGG’s) meer territoriale en sociale grip kregen. AI schreef dat mensenrechtenschendingen en andere misstanden in de context van het voortdurende binnenlandse gewapende conflict de afgelopen jaren waren toegenomen in met name de rurale gebieden waar de FARC voorheen de scepter zwaaide. Het geweld leidde onder andere tot duizenden ontheemden, slachtoffers van seksueel geweld en doelgerichte moordaanslagen op vooral sociale leiders/mensenrechtenactivisten en ex-strijders van de FARC. Terwijl de algemene moordcijfers gedurende een bepaalde periode aan het dalen waren, lieten de moorden op sociale leiders een stijging zien. Sinds het tekenen van het vredesakkoord tussen de Colombiaanse regering en de FARC eind 2016 zouden honderden sociale leiders vermoord zijn (zie ook paragraaf 3.8.1). ICG meldde in oktober 2020 dat het aantal moorden op sociale leiders voor de eerste helft van 2020 85% hoger lag dan het jaar daarvoor. De moorden waren met name gepleegd door illegale gewapende groeperingen, zoals het ELN, de dissidente FARC, de neo-paramilitaire organisatie de Clan del Golfo en meer lokale criminele organisaties (…). [12]

3.8.1 Sociale leiders in het algemeen
In de periode van 1 december 2016 tot begin 2021 zouden honderden sociale leiders -
schattingen lopen uiteen van 400 tot circa 900 - vermoord zijn. Verder zouden honderden sociale leiders gedurende deze periode het slachtoffer zijn geworden van intimidaties, bedreigingen of gedwongen verhuizing. Moorden waren vaak het vervolg op een lange reeks van intimidatie en bedreigingen die vaak via email, sms of middels een pamflet geuit werden, maar er waren er ook die vermoord werden zonder ooit een bedreiging gehad te hebben (zie paragraaf 3.6.10) [13]

Gezien het profiel van diegenen die vermoord werden, waren het met name leiders die zich inzetten voor het vredesverdrag en de implementatie van dit verdrag; leiders die zich verzetten tegen de activiteiten van de illegale gewapende groeperingen; leiders die verzet boden tegen bepaalde economische belangen, zowel legale als illegale en diegenen die zich sterk maakten voor de rechten van etnische groeperingen, vrouwen, leden van vakbonden en de LHBTI-gemeenschap.(…).” [14]
“(..)
Activisten die zich verzetten tegen het rekruteren van kinderen waren ook het doelwit van bedreigingen en fysiek geweld. HRW schreef over de moord op vier activisten in 2019 die zich inzetten voor kinderrechten. OHCHR en het Openbaar Ministerie zouden onderzoeken of deze activisten vermoord waren vanwege hun verzet tegen het rekruteren van minderjarigen door illegale gewapende groeperingen. (…).” [15]

Volgens ICG zouden openbare aanklagers de meeste opgeloste moorden toeschrijven aan dissidente facties van de FARC en lokale bendes zonder nationaal netwerk. Freedom House schreef echter dat met name de neo-paramilitaire organisaties verantwoordelijk waren voor de moorden op “activisten”. Bedreigingen worden geuit om mensen zich gedeisd te laten houden, om mensen aan te sporen zich niet langer voor bepaalde rechten sterk te laten maken, om mensen te verjagen of hen aan te sporen juist binnen de grenzen van een gebied dat in handen is van een bepaalde gewapende groep te blijven. Sociale leiders worden door illegale gewapende groeperingen gezien als een obstakel voor hun
illegale handel, zoals de teelt van coca en drugshandel, of hun plannen om gemeenschappen voor hun illegale handel in te zetten. Andere moorden wijzen in de richting van belangen van statelijke of lokale actoren of het leger. [16]
Freedom House, Freedom in the World 2024: Colombia, 2024

E2 Is there freedom for nongovernmental organizations, particularly those that are engaged in human rights– and governance-related work?
The legal framework generally supports nongovernmental organizations (NGOs), and civil society is diverse and active, but the threat of violent reprisal poses a major obstacle to freedom of association. While the government provides protection to thousands of threatened human rights workers, hundreds of activists have been murdered in recent years, mostly by insurgents or the criminal organizations that succeeded demobilized right-wing paramilitary groups. Impunity is widespread, with indictments and convictions occurring in only a small minority of cases. [17]

Afro-Colombians, who account for as much as 25 percent of the population, make up the largest segment of the more than 7 million people who have been displaced by violence. Areas with concentrated Afro-Colombian populations continue to suffer vastly disproportionate levels of abuse by guerrillas, security forces, and criminal groups. UN officials have reported that impunity is nearly absolute for killers of Afro-Colombian and Indigenous ex-combatants and social leaders. [18]
European Union Agency for Asylum (EUAA) Colombia: Country Focus, December 2022:

Colombia is described as one of the most dangerous countries in the world for human rights defenders. Attacks against environmental activists in Colombia during 2021 were also described as ‘persistent’. Peasant leaders and those involved in making land restitution claims, particularly in PDET zones, experienced poor security conditions and have been subjected to threats, disappearances, and homicides. Social leaders and human rights defenders experience threats, attacks, harassment, and killings by illegal armed groups and criminal organisations. In addition they encounter stigmatisation and criminalisation by state actors. Their family members are also attacked, harassed, and intimidated.
The Colombian government, international organisations, and civil society all report that there has been an ‘alarming increase’ in targeted homicides, although no exact figure is agreed upon. The Office of the Ombudsperson identified the intensification of this violence since 2016 has persisted and issued three national level risk warnings which led to 25 early warnings (Alertas Tempranas) being issued. However, human rights violations against these profiles continued to be recorded.
The Office of the Ombudsperson reported 2 829 threats against these profiles between January 2016 and June 2020, while the UN recorded 1 911 threats and attacks against human rights defenders in 2020-2021 alone. In 2021, the Office of the Ombudsperson registered 779 incidents in 263 municipalities in 28 departments and indicated that the most common types of conduct registered have been threats, homicides, attempted homicide, forced displacement, extortion, disappearance, stigmatisation, abduction. However, they noted that the drop in incidents was due to lack of reporting and registration problems due to COVID-19. [19]

“7.1.1. Nature of the targeting

The Duque administration perceived targeting of social leaders as a criminal matter resulting from ‘unscrupulous criminal competition and the climate of violence’ promoted by crime. However, civil society groups and political opponents in Colombia perceive the killings as intended as a political message: social leaders are associated with the fulfilment of the peace agreement, land rights, and the fulfilment of ethnic and indigenous rights which are ‘politically inconvenient’ and threatening to the economic and security interests of armed groups. The targeting pattern involves ‘increased risks’ to social and community leaders who are caught up between the interests of competing groups seeking to exercise control over the territory and population. The Public Prosecutor’s Office explained: when armed groups arrive in a territory, the first people they approach are the community’s leaders, and they give them three options: ‘work with them, to close their eyes and shut up, or to leave’. Many social leaders are killed because of their influence in the community and to weaken the resolve of the community, allowing illegal armed groups to obtain access to their territories.

Threats are sent through different means. In 2020, 604 acts of threat against social leaders were registered by Somos Defensores, a human rights monitoring NGO, and most of these threats occurred in the form of pamphlets, harassment, phone calls to landlines and cell phones, text messages, unidentified threats, emails, social media, use of explosives, and murder of relatives. Pamphlets with threatening messages are most frequently used to intimidate targets such as human rights defenders. Elements related to death were often used in threats, such as sending to the target: wreaths of flowers, candles, sympathy cards, mutilated dolls or animal corpses. Often those social leaders and human rights defenders who are threatened or attacked are forced to lower their profile, end their activism, abandon their communities, relinquish their community or leadership responsibilities, or leave the country. [20]

The largest number of threats to social leaders have come as a result of their denouncing drug trafficking in the neighbourhood ollas (selling points) that fuel consumption of basuco (local crack cocaine) and marijuana, the latter being used to recruit youth and children’. [21]
Uit de brief van VluchtelingenWerk Nederland van 11 september 2025, informatie uit Noorwegen: LandinfoColombia: Væpnede grupper etter fredsavtalen med FARC 2016 og pågående fredsforhandlinger med andre irregulære grupper, 3 mei 2024:

Moord op sociale leiders
Colombia is een van de landen ter wereld met het hoogste aantal vermoorde mensenrechtenactivisten. Mensenrechtenactivisten vallen onder de verzamelnaam “sociale leiders” wanneer bronnen verwijzen naar moorden en mishandelingen. De sociale leiders hebben verschillende rollen. Sommigen vertegenwoordigen de inheemse bevolking en vechten voor hun cultuur, taal en voorouderlijk erfgoed. Anderen strijden voor de teruggave van land dat van hen is afgenomen in verband met mijnbouw.
Mensenrechtenactivisten komen op voor mensenrechten (CERAC, bijeenkomst mei 2019). Volgens Defensoría del pueblo (bureau van de ombudsman in Colombia) zijn 181 sociale leiders en mensenrechtenverdedigers vermoord in 2023. 215 sociale leiders en mensenrechtenverdedigers werden gedood in 2022 en 145 in 2021. In 2020 bedroeg het aantal 182.
6.4.
Ten aanzien van de positie van Afro-Colombianen citeert de rechtbank de volgende landeninformatie:
US Department of State (USDOS), 2023 Country Report on Human Rights Practices: Colombia, 23 April 2024:

The NGO National Association of Displaced Afro-descendants stated threats and violence against Afro-Colombian leaders and communities caused high levels of forced displacement, especially in the Pacific coast region. [22]
Immigration and Refugee Board of Canada (Author): Colombia: Situation of Afro-Colombians, 10 augustus 2023:

“2.3 Treatment by Armed Groups

(…)
According to Freedom House, Afro-Colombians experience "abuse" at the hands of guerillas, criminal groups, and security forces at "vastly disproportionate levels," and account for "the largest segment of the more than 7 million people" displaced by violence (2023-03-09, Sec. F4). The OHCHR indicates that 2021 saw an "increase in violence in rural areas and some urban centres" that "seriously affected the leadership and community life" of Afro-Colombians, among other groups (UN 2022-05-17, para. 2). (…). The OHCHR similarly notes with regards to the groups most affected, that violence perpetrated by non-state armed and criminal groups "disproportionate[ly]" affects Indigenous, Afro-Colombian, and campesino communities (UN 2022-05-17, para. 28).”

“5. State Protection

According to a crime index report by the Global Initiative Against Transnational Organized Crime (GI-TOC), an "independent civil-society organization" based in Geneva that provides strategies to address organized crime (GI-TOC n.d.), and published with funding from the US government, corruption is "endemic in all state branches and levels of government," with political figures "often" making "alliances with criminal actors" to "win elections, later returning favours by embezzling state funds to such actors" (GI-TOC [2021], 4). The Consultant stated that there is a "lack of political will" to implement measures to protect Afro-Colombians (2020-04-13). The Assistant Professor of Black studies indicated that government efforts to protect Afro-Colombians are "disorganized" (Assistant Professor 2020-04-10).
Freedom House, Freedom in the World 2025: Colombia, 10 April 2025:

Areas with concentrated Afro-Colombian populations continue to suffer vastly disproportionate levels of abuse by guerrillas, security forces, and criminal groups, as well as higher poverty and lack of public services. UN officials have reported that impunity is nearly absolute for killers of Afro-Colombian and Indigenous ex-combatants and social leaders.
Colombians are at risk of internal displacement due to continued violence. Afro-Colombians, who account for as much as 25 percent of the population, are especially affected by displacement. In May 2024, the International Committee of the Red Cross noted that 26,753 people were internally displaced nationwide in the first five months of the year, a 49 percent increase over the same period in 2023.”
6.5.
Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de landeninformatie dat sociaal leiders in Colombia een (zeer) hoog risico lopen om slachtoffer te worden van geweld door gewapende (straat)bendes en dat de bendes ook op de hoogte (kunnen) zijn van de inhoud van de activiteiten van sociaal leiders. De cijfers van moorden op sociaal leiders in Colombia zijn hoog. Daar zijn gewapende (straat)bendes voor een groot deel voor verantwoordelijk. Daarnaast kunnen sociaal leiders bedreigingen ontvangen in verschillende vormen, waaronder telefonisch en per sms, en is niet altijd te achterhalen van wie deze bedreigingen afkomstig zijn. De verklaringen van eiseressen over de dood van collega’s en hun verklaringen over de vervolgens aan henzelf gerichte bedreigingen vinden steun in de hierboven geciteerde landeninformatie. De minister is echter noch in de bestreden besluiten, noch in het verweerschrift, kenbaar gemotiveerd ingegaan op de betekenis van deze landeninformatie voor de geloofwaardigheid (en zwaarwegendheid) van de asielrelazen, anders dan de enkel in het verweerschrift opgenomen reactie dat “het enkel verwijzen naar statistieken en algemene informatie niet voldoende is”. De minister heeft zich aldus van deze landeninformatie onvoldoende rekenschap gegeven bij de beoordeling van de asielaanvragen van eiseressen. De bestreden besluiten zijn daardoor niet gebaseerd op zorgvuldig onderzoek naar de feiten en niet draagkrachtig gemotiveerd.
6.6.
De rechtbank is verder van oordeel dat de overige punten die de minister ten grondslag legt aan de geloofwaardigheidsbeoordeling, moeilijk anders kunnen worden geduid dan kleine inconsistenties. De inconsistenties in de verklaring van [persoon 3] betreffen alleen het verschil in zijn functie binnen de wijkraad waar eiseres 1 werkzaam was en de datum van ondertekening. De minister heeft op de zitting toegelicht dat er in deze verklaring zelf geen tegenstrijdigheden aanwezig zijn en dat er ook geen sprake is van tegenstrijdigheden tussen deze verklaring en de verklaringen van eiseres 1. Het standpunt dat er weinig waarde aan deze verklaring toekomt nu deze slechts algemeen van aard en geen nadere concretisering van de asielrelazen van eiseressen biedt, volgt de rechtbank niet. [persoon 3] heeft in zijn verklaring van 11 november 2022 als voorzitter van de wijkraad in de [adres] in de wijk [plaats 3] meegedeeld dat eiseres 1 is verbonden aan deze wijkraad waar zij de functie van penningmeester vervult sedert ongeveer 2 jaar. Eiseres 1 voert activiteiten uit in de hoedanigheid van straathoek werker waarbij zij een zeer belangrijke sociale functie vervult en samenwerkt met verschillende stichtingen die overeenkomsten hebben met [stichting] [23] om minderjarigen daar naartoe te brengen waar zij worden beschermd. Zij zet zich in voor de uiterst kwetsbare bevolking, jongeren, jongens en meisjes tussen de tien en zestien jaar, die onbeschermd zijn en die kunnen worden gerekruteerd door de gewapende groepen of die slachtoffer kunnen worden van seksueel misbruik. Zij helpt hen weg te komen van de oorlog en de bendes, om ze te rehabiliteren en te resocialiseren. [persoon 3] verklaart in deze brief ook dat hij op de hoogte is van het feit dat eiseres 1 sinds maart 2022 met de dood wordt bedreigd door een illegale gewapende groepering, omdat ze de installatie van beveiligingscamera’s in [adres] heeft aanbevolen.
6.7.
Dat, zoals de minister beweert, deze verklaring slechts van algemene aard is kan de rechtbank niet volgen, nu [persoon 5] , net als eiseres 1 zelf, juist een directe link legt tussen het plan om beveiligingscamera’s te installeren en de bedreigingen aan het adres van eiseres 1. Precies dat verband acht de minister niet aannemelijk, maar de verklaring van [persoon 3] biedt naar het oordeel van de rechtbank voor dit verband nu juíst steun naast de hierboven geciteerde landeninformatie dat bedreigingen vaak een reactie zijn op het niet willen meewerken met gewapende bendes. Het standpunt van de minister dat de eigen aangiftes van eiseressen alleen een optekening van de door hun gestelde gebeurtenissen betreft en dat daar daarom geen waarde aan kan worden gehecht volgt de rechtbank evenmin. De in het dossier aanwezige aangiftes stroken op hoofdlijnen met de verklaringen van eiseressen en de verklaring van [persoon 3] en passen ook bij het beeld dat oprijst uit de landeninformatie. Kleine afwijkingen in data genoemd in de aangiftes maken dit op zich niet anders.
6.8.
De slotsom is dan ook dat het standpunt van de minister niet aannemelijk is dat eiseressen zijn bedreigd vanwege hun werkzaamheden als sociaal leiders, niet gebaseerd is op zorgvuldig feitenonderzoek en niet toereikend is gemotiveerd.
6.9.
Dat geldt eveneens voor de beoordeling van de gegronde vrees voor vervolging. Vaststaat dat eiseressen als sociaal leiders een politieke overtuiging hebben. De minister heeft de werkzaamheden van eiseressen op zich geloofwaardig geacht. Op de zitting heeft de minister zich aanvullend op het standpunt gesteld dat eiseressen niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij hun werkzaamheden niet zouden kunnen voortzetten bij terugkeer naar Colombia. Daarbij is van belang dat bedreigingen van sociaal leiders voorkomen, maar niet uitgaan van de Colombiaanse overheid. De rechtbank kan ook dit standpunt van de minister niet volgen. Uit de hierboven geciteerde landeninformatie volgt immers dat, ondanks de intentie van de Colombiaanse autoriteiten om bescherming te bieden in geval van bedreigingen van sociaal leiders, sociaal leiders feitelijk nauwelijks kunnen rekenen op bescherming van de autoriteiten. De maatregelen die zijn getroffen om sociaal leiders te beschermen worden niet dan wel onvoldoendeuitgevoerd. Ten aanzien van Afro-Colombianen blijkt uit de landeninformatie dat zij extra frequent het slachtoffer zijn van gewapende (straat)bendes en gedwongen ontheemding. Ook staat het implementeren van maatregelen ter bevordering van de bescherming van deze groep personen door de Colombiaanse autoriteiten laag op de politieke agenda.
6.10.
De rechtbank komt tot de slotconclusie dat het standpunt van de minister dat niet aannemelijk is dat eiseressen bij terugkeer naar Colombia een gegronde vrees voor vervolging hebben en een reëel risico lopen ernstige schade wegens hun sociaal leiderschap in combinatie met hun Afro-Colombiaanse etniciteit niet berust op zorgvuldig onderzoek en niet deugdelijk is gemotiveerd.

Conclusie en gevolgen

7. De minister heeft de aanvragen van eiseressen ten onrechte afgewezen als ongegrond. De beroepen zijn gegrond omdat de bestreden besluiten in strijd zijn met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb [24] . Dit betekent dat de afwijzing van de asielaanvragen van eiseressen niet in stand kan blijven. De rechtbank vernietigt daarom de bestreden besluiten.
8. De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister nieuwe besluiten moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van zes weken.
9. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eisers gemaakte proceskosten. Nu het samenhangende zaken betreffen, stelt de rechtbank de kosten op grond van het Bpb [25] voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 2.335,- [26] (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting en 0,5 punt voor een nadere zitting, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten van 24 juli 2024;
- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak nieuwe besluiten te nemen op de aanvragen, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 2.335,- aan proceskosten aan eiseressen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J.M. Baldinger, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. Hol, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Ten aanzien van eiseres 2 heeft de minister haar werkzaamheden bij [groep] als apart asielmotief aangemerkt en geloofwaardig bevonden.
2.Verdrag betreffende de status van vluchtelingen.
3.Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen.
4.Pagina 40, voetnoot 267.
5.Pagina 41.
6.Pagina 41-42.
7.Pagina 45.
8.Pagina 62.
9.Pagina 63.
10.Pagina 64.
11.Pagina 56.
12.Pagina 27-28.
13.Pagina 96-97.
14.Pagina 97.
15.Pagina 97.
16.Pagina 97-98.
17.Pagina 10.
18.Pagina 13-14.
19.Pagina 103-104.
20.Pagina 104-105.
21.Pagina 106.
22.Pagina 35.
23.Overheidsorganisatie voor het welzijn van het gezin.
24.Algemene wet bestuursrecht.
25.Besluit proceskosten bestuursrecht.
26.Artikel 3 van Pro het Besluit proceskosten bestuursrecht.