Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14444

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
C/09/704121 / FA RK 26-4214
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:11 WvggzArt. 8:12 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging machtiging tot verplichte zorg wegens katatoon toestandsbeeld en medicatieontrouw

De rechtbank Den Haag behandelde op 1 mei 2026 het verzoek van de officier van justitie tot wijziging van een eerder afgegeven zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 2004. Betrokkene verblijft momenteel in een zorginstelling vanwege een katatoon toestandsbeeld in combinatie met medicatieontrouw en drugsgebruik, wat heeft geleid tot agressief gedrag.

De zorgmachtiging van 23 januari 2026 voldeed niet langer, omdat de situatie van betrokkene verslechterd was en er sprake was van een dreigende noodsituatie. De zorgverantwoordelijke had tijdelijke verplichte zorg toegepast, waaronder insluiting en toezicht, die niet in de oorspronkelijke machtiging waren opgenomen.

Betrokkene en zijn advocaat stelden dat hij stabieler was en het risico op ontregeling klein, maar de arts benadrukte het risico op nieuwe ontregeling bij medicatieontrouw en middelengebruik. De rechtbank oordeelde dat er geen minder bezwarende alternatieven waren en dat de uitbreiding van verplichte zorg proportioneel en noodzakelijk was.

De machtiging werd daarom gewijzigd en uitgebreid met onder meer insluiting en toezicht, geldig tot 23 juli 2026. De beschikking werd uitgesproken door rechter H.D. Overbeek en griffier V.A.H. Schoorl.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgmachtiging en breidt verplichte zorg uit met insluiting en toezicht tot 23 juli 2026.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/704121 / FA RK 26-4214
Datum beschikking: 1 mei 2026

Wijziging van de machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het wijzigen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 8:12 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie van [zorginstelling] , te [plaats] ,
advocaat: mr. H. Polat te Rijswijk.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 28 april 2026, heeft de officier van justitie verzocht om wijziging van de zorgmachtiging, zoals die op 23 januari 2026 ten aanzien van betrokkene is afgegeven.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de beslissing tot het verlenen van tijdelijke verplichte zorg in een noodsituatie d.d. 22 april 2026;
- een aanvraag tot wijziging van de zorgmachtiging aan de geneesheer-directeur van 23 april 2026 door [naam 1] , zorgverantwoordelijke;
- een aanvraag aan de officier van justitie van 28 april 2026 door de geneesheer-directeur;
- een gewijzigd zorgplan van 23 april 2026;
- een aanvullende medische verklaring van 24 april 2026.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 1 mei 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de arts in opleiding tot psychiater, [naam 2] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is naar voren gebracht dat betrokkene momenteel weer voldoende stabiel is en het risico op een nieuwe ontregeling klein is als hij inmiddels goed is ingesteld op medicatie. De advocaat verzoekt daarom namens betrokkene om het verzoek af te wijzen.
De arts heeft naar voren gebracht dat betrokkene sinds 21 april jl. is opgenomen op de afdeling. Hij is vervolgens naar de EBK gebracht, omdat sprake was van fysieke en verbale agressie richting het personeel en hij niet tot rust gebracht kon worden. Betrokkene heeft tot en met 26 april jl. in de EBK verbleven en is geleidelijk gemobiliseerd naar de afdeling. Er is nog sprake van een katatoon toestandsbeeld waarvoor betrokkene medicatie krijgt, maar dat is nog niet verholpen. Een dergelijk toestandsbeeld in combinatie met drugsgebruik en therapieontrouw kan leiden tot agressie. Betrokkene is momenteel relatief rustig op de afdeling, maar als hij meer vrijheden krijgt en weer drugs gaat gebruiken is het risico groot dat betrokkene opnieuw zal ontregelen waarbij het voorzienbaar is dat insluiten en het uitoefenen van toezicht noodzakelijk zullen zijn om de veiligheid te kunnen waarborgen.

Beoordeling

Ten aanzien van betrokkene is op 23 januari 2026 een zorgmachtiging afgegeven. Uit de aanvraag van de zorgverantwoordelijke, welke door de geneesheer-directeur is ingediend vergezeld van zijn advies hierover, blijkt dat de in deze zorgmachtiging genoemde vormen van verplichte zorg niet (langer) volstaan, waardoor er sprake is van een (dreigende) noodsituatie als bedoeld in artikel 8:11 Wvggz Pro.
Betrokkene is opgenomen in verband met een katatoon toestandsbeeld bij medicatie ontrouw en drugsgebruik. Als gevolg daarvan was betrokkene verbaal en fysiek agressief naar anderen op de afdeling. Betrokkene was daarin niet te kalmeren of te sturen en er was geen mogelijkheid tot het maken van afspraken omtrent de veiligheid.
Teneinde deze noodsituatie af te wenden heeft de zorgverantwoordelijke, bij wijze van tijdelijke maatregel, de volgende vormen van verplichte zorg toegepast:
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene.
Gebleken is dat deze vormen van zorg, die niet zijn opgenomen in de zorgmachtiging, ook na verloop van drie dagen zijn voortgezet. Hoewel betrokkene inmiddels weer op de afdeling verblijft is er nog sprake van een katatoon toestandsbeeld waarbij het risico op een nieuwe ontregeling bij medicatie ontrouw en middelengebruik groot is.
Betrokkene verzet zich tegen deze aanvullende vormen van verplichte zorg.
Gebleken is echter dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn die hetzelfde met de zorgmachtiging beoogde effect hebben. De voorgestelde gewijzigde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief en veilig. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van deze zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is met de voorgestelde wijziging voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. Het verzoek zal dan ook worden toegewezen voor de duur van de zorgmachtiging, te weten tot en met 23 juli 2026, aldus dat de vormen van verplichte zorg worden uitgebreid met:
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene.

Beslissing

De rechtbank:
wijzigt de op 23 januari 2026 verleende zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht op betrokkene;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 juli 2026.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.D. Overbeek, rechter, bijgestaan door mr. V.A.H. Schoorl als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 mei 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 21 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.