ECLI:NL:RBDHA:2026:14437

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 mei 2026
Publicatiedatum
1 juni 2026
Zaaknummer
C/09/700778 / FA RK 26-2192
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en vervangende toestemming inschrijving basisschool en verhuizing minderjarige

De moeder verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor de inschrijving van hun minderjarige kind op een basisschool en voor verhuizing naar een nieuw adres binnen dezelfde plaats. Tevens vraagt zij wijziging van de zorgregeling, omdat de huidige regeling niet goed functioneert door onvoorspelbaar gedrag van de vader en het ontbreken van vaste haal- en brengtijden.

De ouders zijn uit elkaar en oefenen gezamenlijk gezag uit over het kind, dat zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder heeft. De vader is niet verschenen op de zitting en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank oordeelt dat het belang van het kind gediend is met tijdige inschrijving op school en dat de verhuizing binnen dezelfde plaats geen nadelige gevolgen heeft.

De rechtbank wijzigt de zorgregeling door vaste haal- en brengtijden vast te stellen, maar wijst het verzoek tot verschuiving van wisselmomenten af. Een toekomstige zorgregeling voor wanneer het kind vier jaar wordt, wordt niet vastgesteld omdat hierover nog geen overleg is geweest en de situatie pas over ruim een jaar aan de orde is.

De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het overige meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgregeling en verleent de moeder vervangende toestemming voor inschrijving op school en verhuizing binnen dezelfde plaats.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-2192
Zaaknummer: C/09/700778
Datum beschikking: 1 mei 2026

Wijziging zorgregeling en vervangende toestemming inschrijving basisschool

Beschikking op het op 5 maart 2026 ingekomen verzoek van:

[de moeder]

,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.E. Sondorp te Gouda .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader]

,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift, met bijlagen;
  • het F9 formulier van 27 maart 2026, met bijlage, van de moeder;
  • het aanvullend verzoekschrift, met bijlagen;
Op 3 april 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam 1] en [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De vader is – hoewel behoorlijk opgeroepen – niet op de zitting verschenen.

Feiten

  • De moeder en de vader zijn een geregistreerd partnerschap met elkaar aangegaan op [datum 1] 2013. Dit partnerschap is ontbonden. De ontbinding is geregistreerd op [datum 2] 2025.
  • Zij zijn de ouders van de [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] .
  • [minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • De moeder en de vader oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
  • Uit het ouderschapsplan blijkt dat de moeder en de vader met elkaar hebben afgesproken een vier wekelijkse zorgregeling uit te voeren waarbij [minderjarige] op de navolgende momenten bij de vader verblijft:
- week 1: woensdagavond t/m zaterdagochtend, waarbij [minderjarige] wordt gebracht door de moeder;
- week 2: donderdagavond t/m zondagmiddag, waarbij [minderjarige] wordt gehaald door de vader;
- week 3: woensdagavond t/m vrijdagmiddag, waarbij [minderjarige] wordt gehaald door de vader;
- week 4: donderdagmiddag t/m zondagmiddag, waarbij [minderjarige] wordt gebracht door de moeder.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad – :
  • de moeder vervangende toestemming te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige] in te schrijven op de basisschool [schoolnaam] te [plaats 1] ;
  • de door partijen bij het ouderschapsplan overeengekomen zorgregeling te wijzigen naar een zorgregeling conform productie 12;
  • te bepalen dat wanneer [minderjarige] vier jaar wordt een zorgregeling wordt vastgesteld zoals opgenomen in productie 13;
  • de moeder vervangende toestemming te verlenen om met [minderjarige] te mogen verhuizen naar [adres 1] te [plaats 1] .
De vader heeft geen verweer gevoerd.

Beoordeling

Vervangende toestemming inschrijving basisschool
De moeder wil [minderjarige] inschrijven op een basisschool. Zij voert daartoe aan dat de scholen snel vol raken en ouders daarom wordt geadviseerd kinderen vroeg in te schrijven. Op de website van de school staat vermeld dat kinderen vanaf twee jaar kunnen worden ingeschreven. Hoe eerder een kind op een school staat ingeschreven, hoe meer kans het kind maakt om een plek toegewezen te krijgen. De moeder heeft geprobeerd met de vader hierover in gesprek te gaan, maar dat is niet gelukt. Nu de vader geen toestemming heeft gegeven voor inschrijving op een basisschool verzoekt de moeder haar vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige] in te schrijven op de basisschool [schoolnaam] te [plaats 1] .
Op grond van artikel 1:253a eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de ouders of van één van hen geschillen over de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. Het is de rechtbank niet gelukt om een vergelijk tussen de ouders te beproeven nu de vader niet op de zitting is verschenen en geen verweer heeft gevoerd. De rechtbank weet niet wat het standpunt van de vader is met betrekking tot de basisschool [schoolnaam] en zal daarom een beslissing nemen die haar in het belang van [minderjarige] wenselijk voorkomt.
De rechtbank overweegt als volgt. De ouders wonen ver van elkaar. Op de zitting heeft de moeder aangegeven dat de vader na de ontbinding van het partnerschap bij zijn ouders in [plaats 2] is ingetrokken, maar inmiddels zelf een huis in [plaats 2] heeft gekocht. De rechtbank leidt daaruit af dat het niet in de lijn der verwachting ligt dat de vader in de nabije toekomst in de buurt van de moeder en [minderjarige] zal komen wonen. Dit betekent dat [minderjarige] of in de woonplaats van de moeder ( [plaats 1] ) of in de woonplaats van de vader ( [plaats 2] ) naar school zal moeten gaan. De ouders hebben in het ouderschapsplan afgesproken dat [minderjarige] haar hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder. De moeder heeft ook het grootste deel van de zorg over [minderjarige] . De rechtbank acht het in het belang van [minderjarige] dat zij tijdig op een school wordt ingeschreven. Omdat de vader geen verweer heeft gevoerd, zal de rechtbank het verzoek van de moeder toewijzen nu niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich hiertegen verzet.
Wijziging zorgregeling
De moeder en de vader hebben in een ouderschapsplan een zorgregeling afgesproken waar zij nu uitvoering aan geven. Volgens de moeder verloopt deze regeling niet goed, omdat de vader onvoorspelbaar is in zijn handelen. In het ouderschapsplan zijn geen haal- en brengtijden afgesproken waardoor er vervelende situaties ontstaan. Het is voorgekomen dat [minderjarige] niet werd opgehaald en daardoor een omgangsmoment met de vader mis liep. De moeder vindt dit niet in het belang van [minderjarige] en verzoekt de in het ouderschapsplan afgesproken regeling te wijzigen naar een zorgregeling conform de door de moeder overgelegde productie 12. De moeder wil vaste haal en breng tijden opnemen. Daarnaast wil zij het wisselmoment van woensdagavond in de eerste week en de derde week verschuiven naar donderdagochtend. [minderjarige] zit op woensdag tot half vijf op de opvang waardoor zij weinig tijd heeft om te eten voordat zij naar de vader wordt gebracht. Vanwege de spits zit [minderjarige] dan direct na de opvang ook lang in de auto. Dit vindt de moeder niet goed voor [minderjarige] . Ook verzoekt de moeder een zorgregeling vast te stellen voor wanneer [minderjarige] vier jaar oud wordt en naar de basisschool gaat waarbij [minderjarige] om de week van vrijdag uit school tot zondagavond 16:30 uur bij de vader verblijft.
Op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing inzake de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
De rechtbank overweegt als volgt. Ook ten aanzien van de zorgregeling kan de rechtbank geen rekening houden met het standpunt van de vader. Uit de stukken en dat wat op de zitting door de moeder is aangegeven blijkt dat de verstandhouding tussen partijen ernstig is verstoord en de communicatie tussen hen niet goed verloopt. Doordat er geen tijden voor de wisselmomenten zijn opgenomen in het ouderschapsplan, ontstaan er vervelende situaties waardoor [minderjarige] soms een omgangsmoment met de vader mis loopt. De rechtbank acht dit niet in het belang van [minderjarige] en zal daarom het verzoek van de moeder toewijzen voor zover haar verzoek ziet op het vastleggen van vaste haal- en brengtijden.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder voor zover dat ziet op het verschuiven van het wisselmoment in de eerste en derde week van woensdagavond naar donderdagochtend afwijzen. In dat wat door de moeder is aangevoerd, ziet de rechtbank geen reden om het wisselmoment van woensdagavond te verschuiven naar donderdagochtend. De rechtbank neemt hierbij in overweging dat [minderjarige] hoe dan ook lang in de auto moet zitten en dat het probleem van rijden in de spits hiermee niet is opgelost. Ook op donderdagochtend zal er spits zijn. Gelet op de gespannen situatie tussen de ouders, acht de rechtbank het in het belang van [minderjarige] om de huidige zorgregeling voor nu in stand te laten.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de zorgregeling als volgt wijzigen:
[minderjarige] zal bij de vader zijn:
  • week 1: van woensdagavond t/m zaterdagochtend, waarbij [minderjarige] op woensdag door de moeder naar de vader wordt gebracht en daar tussen 19:00 en 19:30 uur zal zijn. Vervolgens wordt [minderjarige] op zaterdag door de vader naar de moeder gebracht en zal zij om 10:00 uur bij de moeder zijn;
  • week 2: van donderdagavond t/m zondagmiddag, waarbij [minderjarige] op donderdag door de vader om 16:30 uur wordt opgehaald bij de moeder en [minderjarige] vervolgens op zondag door de moeder bij de vader wordt opgehaald om 16:30 uur;
  • week 3: van woensdagavond t/m vrijdagmiddag, waarbij [minderjarige] op woensdag door de vader om 17:00 uur bij de moeder wordt opgehaald en vervolgens op vrijdag om 16:30 uur door de moeder bij de vader wordt opgehaald;
  • week 4: donderdagmiddag t/m zondagmiddag, waarbij [minderjarige] op donderdag door de moeder naar de vader wordt gebracht en om 16:30 uur bij de vader zal zijn. Vervolgens wordt [minderjarige] op zondag door de vader naar de moeder gebracht en zal zij om 14:00 uur bij de moeder zijn.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder om een zorgregeling vast te leggen voor wanneer [minderjarige] vier jaar oud is afwijzen. Daartoe overweegt de rechtbank het volgende. Gelet op de aan de moeder verleende vervangende toestemming zal [minderjarige] naar school gaan in [plaats 1] . De vader woont op grote afstand van [plaats 1] , waardoor het niet haalbaar zal zijn om [minderjarige] doordeweeks vanuit zijn woonplaats naar school te brengen en op te halen. Dit zal waarschijnlijk betekenen dat [minderjarige] doordeweeks in [plaats 1] bij de moeder zal verblijven. De huidige zorgregeling zal niet in stand kunnen blijven, maar hoe die er dan uit moet gaan zien is iets wat de ouders samen moeten afspreken. Nu hierover nog geen overleg tussen de ouders heeft plaatsgevonden, zal de rechtbank nog geen zorgregeling vaststellen mede gelet op het feit dat de regeling pas over ruim een jaar zal gaan gelden.
Vervangende toestemming verhuizing
De moeder wenst vanwege de gezinsuitbreiding te verhuizen naar een groter huis in [plaats 1] . Vanwege de afspraken in het ouderschapsplan heeft de moeder hiervoor de toestemming van de vader nodig. De moeder heeft inmiddels een huis gevonden, maar de vader heeft nog niet uitdrukkelijk en ondubbelzinnig met de verhuizing van de moeder ingestemd zodat de moeder verzoekt haar toestemming te verlenen om met [minderjarige] te verhuizen van de [adres 2] te [plaats 1] naar [adres 1] te [plaats 1] .
De rechtbank overweegt als volgt. De afstand tussen de huidige woning van de moeder en de nieuwe woning van de moeder bedraagt 1,7 kilometer. Nu de vader ten aanzien van de beoogde verhuizing geen verweer heeft gevoerd en er feitelijk niks verandert in woonsituatie van de moeder nu zij binnen [plaats 1] wil verhuizen zal de rechtbank het verzoek van de moeder toewijzen.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 29 september 2025 van deze rechtbank –
:
*
verleent aan de moeder vervangende toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, om de [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2023 te [geboorteplaats] , in te schrijven op de basisschool [schoolnaam] te [plaats 1] ;
*
bepaalt dat [minderjarige] bij de vader zal zijn volgens de volgende vier wekelijkse regeling:
  • week 1: van woensdagavond t/m zaterdagochtend, waarbij [minderjarige] op woensdag door de moeder naar de vader wordt gebracht en daar tussen 19:00 en 19:30 uur zal zijn. Vervolgens wordt [minderjarige] op zaterdag door de vader naar de moeder gebracht en zal zij om 10:00 uur bij de moeder zijn;
  • week 2: van donderdagavond t/m zondagmiddag, waarbij [minderjarige] op donderdag door de vader om 16:30 uur wordt opgehaald bij de moeder en [minderjarige] vervolgens op zondag door de moeder bij de vader wordt opgehaald om 16:30 uur;
  • week 3: van woensdagavond t/m vrijdagmiddag, waarbij [minderjarige] op woensdag door de vader om 17:00 uur bij de moeder wordt opgehaald en vervolgens op vrijdag om 16:30 uur door de moeder bij de vader wordt opgehaald;
  • week 4: van donderdagmiddag t/m zondagmiddag, waarbij [minderjarige] op donderdag door de moeder naar de vader wordt gebracht en om 16:30 uur bij de vader zal zijn. Vervolgens wordt [minderjarige] op zondag door de vader naar de moeder wordt gebracht en zal zij om 14:00 uur bij de moeder zijn.
*
verleent aan de moeder vervangende toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, om met [minderjarige] te verhuizen naar het adres [adres 1] te [plaats 1] ;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.F. Lemmens als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 mei 2026.