Uitspraak
Scheiding
Beschikking op het op 2 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
[de man] ,
Procedure
- week 1: van woensdagmiddag uit school tot vrijdagmiddag 17.30 uur;
- week 2: van donderdagmiddag uit school tot maandagochtend voor school,
- zomervakantie: in de even jaren heeft de man eerste keus voor twee aaneengesloten weken, in de oneven jaren heeft de vrouw eerste keus voor twee aaneengesloten weken, de overige twee weken conform de reguliere zorgregeling;
- herfstvakantie: in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man;
- kerstvakantie: in de even jaren de eerste week bij de vrouw en de tweede week bij de man en in de oneven jaren vice versa;
- meivakantie: in de even jaren de eerste week bij de vrouw en de tweede week bij de man en in de oneven jaren vice versa,
- waarbij een vakantieweek zeven dagen is en loopt van zondag 15.00 uur tot zondag 15.00 uur,
- verjaardagen kinderen en ouders: conform de reguliere (vakantie)regeling;
- Goede Vrijdag: in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw, tenzij de dag in een vakantie valt, dan prevaleert de vakantieregeling;
- Eerste Paasdag: in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw, tenzij de dag in een vakantie valt, dan prevaleert de vakantieregeling;
- Tweede Paasdag: in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw, tenzij de dag in een vakantie valt, dan prevaleert de vakantieregeling;
- Koningsdag: in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man, tenzij de dag in een vakantie valt, dan prevaleert de vakantieregeling;
- Hemelvaart: in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man, tenzij de dag in een vakantie valt, dan prevaleert de vakantieregeling;
- Eerste Pinksterdag: in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man, tenzij de dag in een vakantie valt, dan prevaleert de vakantieregeling;
- Tweede Pinksterdag: in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man, tenzij de dag in een vakantie valt, dan prevaleert de vakantieregeling;
- Moederdag: bij de vrouw, vanaf 19.00 uur op de zaterdag daaraan voorafgaand;
- Vaderdag: bij de man, vanaf 19.00 uur op de zaterdag daaraan voorafgaand;
- Sinterklaasavond: conform de reguliere regeling;
24 maart 2026;
Nieuwe feiten
Verzoek en verweer
- te bepalen dat de man met ingang van de in deze te wijzen beschikking een kinderalimentatie aan de vrouw dient te betalen van € 330,- per maand, aldus € 165,- per maand per kind;
- te bepalen dat de man met ingang van de in deze te wijzen beschikking een partneralimentatie aan de vrouw dient te betalen van € 154,- bruto per maand;
- de verdeling van de huwelijksgemeenschap vast te stellen, conform het voorstel van de vrouw,
Beoordeling
€ 5.352,80 bruto per maand exclusief vakantietoeslag en een pensioenpremie van € 200,- per maand.
€ 4.215,- per maand.
€ 321,47 per maand, een premie pensioen OP/NP van € 297,50 per maand, een premie AOP van € 11,28 per maand en een premie coll. AOV van € 27,99 per maand.
€ 3.581,- netto per maand.
€ 842,- per maand in mindering gebracht. De man heeft dan nog een draagkracht beschikbaar van € 110,- per maand. Gebruteerd komt dit neer op € 176,- per maand. Het door de vrouw verzochte bedrag aan partneralimentatie van € 154,- per maand is dan ook toewijsbaar.
(€ 1.826,77). De rechtbank zal overeenkomstig het voorgaande beslissen.
Beslissing
3 april 2026 (€ 3.989,07 en € 2.396,30);
(€ 1.826,77);
3 april 2026 (€ 3.989,07 en € 2.396,30);
(€ 1.826,77);
mr. C.P.E. van de Fliert-Verburg als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 1 mei 2026.