Uitspraak
:30 april 2026
Zorgregeling en kinderalimentatie
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- bepaald dat voortaan aan de vader en de moeder gezamenlijk het gezag zal toekomen over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats] ;
- bepaald – met wijziging van het ouderschapsplan van 10 november 2023 – dat [minderjarige 1] bij de vader zal verblijven:
- bepaald dat de vader met ingang van 1 december 2025 voorlopig weer het in het ouderschapsplan overeengekomen bedrag aan kinderalimentatie van € 230,75 per maand aan de moeder zal gaan betalen;
- partijen doorverwezen naar een voor hen bekende mediator om hun onderlinge communicatie te verbeteren en om te proberen afspraken te maken over een regeling voor de vakanties en feestdagen en de kinderalimentatie,
- het F9-formulier met bijlagen van 2 april 2026, van de vader;
- het F9-formulier van 8 april 2026, van de moeder;
- het F9-formulier met bijlagen, van 10 april 2026, van de moeder.
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 te [geboorteplaats] .
- De vader is ook de vader van [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2011 te [geboorteplaats]
- De vader heeft sinds 8 januari 2026 een geregistreerd partnerschap met mevrouw [naam] (hierna: partner van de vader).
- De vader en mevrouw [naam] zijn de ouders van [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2026.
- Mevrouw [naam] is ook de moeder van:
Verzoek en verweerDe vader verzoekt na wijziging:
- een regeling voor de vakanties en feestdagen vast te stellen, zoals omschreven in het petitum van zijn verzoekschrift;
- vast te stellen dat de ouder bij wie [minderjarige 1] het laatst verbleef [minderjarige 1] naar de andere ouder brengt;
- de kinderalimentatie te wijzigen, in die zin dat:
Beoordeling
€ 66.376,-. De rechtbank houdt verder rekening met de arbeidskorting en de algemene heffingskorting. De rechtbank berekent het NBI van de vader op basis daarvan op € 3.788,- per maand. Zoals de rechtbank nader overweegt betaalt de vader een kinderalimentatie aan de moeder van [minderjarige 2] van € 210,- per maand, in 2025. De rechtbank ziet geen aanleiding om bij de behoefteberekening van [minderjarige 1] rekening te houden met deze bijdrage, omdat uit de stukken onvoldoende blijkt dat de vader in 2023 ook al een bijdrage voor [minderjarige 2] voldeed.
€ 5.279,- bruto per maand in 2026. Rekening houdend met een vakantietoeslag van 8%, een pensioenpremie van € 164,- per maand, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting berekent de rechtbank haar NBI op € 3.941,- per maand.
€ 309,- + € 480,- + € 559,- = € 1.348,- per maand. Daartoe is de vader financieel niet in staat, want zijn draagkracht is € 926,- per maand. Dat is onvoldoende om in zijn onderhoudsverplichtingen te voorzien.
Beslissing
bepaalt dat de ouder bij wie [minderjarige 1] het laatst verbleef [minderjarige 1] naar de andere ouder brengt;
stelt de volgende verdeling van de feest- en vakantiedagen ten aanzien van [minderjarige 1] vast:
- de kerstvakantie: in de even jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder, en in de oneven jaren andersom, met het wisselmoment op zondag om 19:00 uur;
- Kerst: in de even jaren op Kerstavond vanaf 15.00 uur tot en met Eerste Kerstdag bij de vader, waarna de vader [minderjarige 1] op Tweede Kerstdag om 10.00 uur naar de moeder brengt, waarbij [minderjarige 1] op Tweede Kerstdag bij de moeder verblijft, en in de oneven jaren andersom;
- Oud en nieuw: in de even jaren op oudejaarsdag vanaf 15.00 uur tot en met 15.00 uur op nieuwjaarsdag bij de moeder, en in de oneven jaren andersom;
- de voorjaarsvakantie: in de even jaren bij de moeder en in de oneven jaren bij de vader;
- de meivakantie: in de even jaren de eerste week bij de vader en de tweede week bij de moeder, en in de oneven jaren andersom, met het wisselmoment op zondag om 19:00 uur;
- de zomervakantie: in de even jaren de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader, en in de oneven jaren andersom, met het wisselmoment op zondag om 19:00 uur;
- de herfstvakantie: in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;
- Moederdag: bij de moeder, waarbij de vader [minderjarige 1] om 12.00 uur naar de moeder brengt, indien [minderjarige 1] bij de vader is, tot maandagochtend naar school;
- Vaderdag: bij de vader, waarbij de moeder [minderjarige 1] om 12.00 uur naar de vader brengt, indien [minderjarige 1] bij de moeder is, tot maandagochtend naar school;
- verjaardag van [minderjarige 1] : in de even jaren bij de vader en in de oneven jaren bij de moeder;
- Andere feest- en vakantiedagen: de reguliere zorgregeling geldt;
stelt een belregeling vast waarbij [minderjarige 1] tijdens de vakanties bij de ene ouder tweemaal per week met de andere ouder belt, waarbij het aan de ouders is om een vast moment en tijdstip voor deze belmomenten bepalen;
bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van 1 mei 2026 een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige 1] van € 167,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.