ECLI:NL:RBDHA:2026:14371
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing zorgmachtiging op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag behandelde op 30 april 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1981. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting en had haar advocaat mr. Laning ontslagen, maar wilde niet zonder advocaat spreken. De advocaat trad op als procesbewaker.
Uit medische verklaringen, een zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur bleek dat betrokkene lijdt aan schizofrenie en een posttraumatische stress-stoornis, met een zorgelijk toestandsbeeld passend bij een psychotische decompensatie. Betrokkene vertoont ernstig nadeel door psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en hinderlijk gedrag dat agressie oproept. Vrijwillige zorg is niet mogelijk, en betrokkene weigert medicatie.
De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en effectief is om het ernstig nadeel af te wenden. De zorgmachtiging omvat onder meer het toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie. De machtiging geldt tot 30 oktober 2026. De rechtbank wees erop dat betrokkene geen nieuwe advocaat kon aanwijzen binnen de beslistermijn en dat zij de keuze had tussen de toegewezen advocaat of geen rechtsbijstand.
De beschikking is gegeven door rechter O.F. Bouwman en griffier L. Ammerlaan-Arkenbout en is op 20 mei 2026 schriftelijk vastgesteld. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent de zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene tot en met 30 oktober 2026.