ECLI:NL:RBDHA:2026:14371

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
31 mei 2026
Zaaknummer
C/09/703406 / FA RK 26-3768
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 1:7 WvggzArt. 44 lid 2 SvArt. 14 gedragsregels Nederlandse Orde van Advocaten
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing zorgmachtiging op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Den Haag behandelde op 30 april 2026 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, geboren in 1981. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting en had haar advocaat mr. Laning ontslagen, maar wilde niet zonder advocaat spreken. De advocaat trad op als procesbewaker.

Uit medische verklaringen, een zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur bleek dat betrokkene lijdt aan schizofrenie en een posttraumatische stress-stoornis, met een zorgelijk toestandsbeeld passend bij een psychotische decompensatie. Betrokkene vertoont ernstig nadeel door psychische schade, verwaarlozing, maatschappelijke teloorgang en hinderlijk gedrag dat agressie oproept. Vrijwillige zorg is niet mogelijk, en betrokkene weigert medicatie.

De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en effectief is om het ernstig nadeel af te wenden. De zorgmachtiging omvat onder meer het toedienen van medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid en opname in een accommodatie. De machtiging geldt tot 30 oktober 2026. De rechtbank wees erop dat betrokkene geen nieuwe advocaat kon aanwijzen binnen de beslistermijn en dat zij de keuze had tussen de toegewezen advocaat of geen rechtsbijstand.

De beschikking is gegeven door rechter O.F. Bouwman en griffier L. Ammerlaan-Arkenbout en is op 20 mei 2026 schriftelijk vastgesteld. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene tot en met 30 oktober 2026.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/703406 / FA RK 26-3768
Datum beschikking: 30 april 2026

Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Beschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. M.F. Laning te 's-Gravenhage.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 16 april 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 10 april 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een zorgkaart van 24 maart 2026;
- een zorgplan van 17 maart 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 14 april 2026;
- een brief van de officier van justitie van 9 maart 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft;
- een afschrift van de beschikking waarbij mentorschap is ingesteld.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 30 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
- de advocaat in de rol van procesbewaker;
- de psychiater, mevrouw [naam 2] .
Betrokkene is niet ter zitting verschenen.
Betrokkene heeft voorafgaand aan de zitting te kennen gegeven dat zij mr. Laning heeft ontslagen als haar advocaat. Betrokkene benadrukt dat zij alleen zonder rechtszitting met de rechtbank wil praten. Zonder betrokkene verder inhoudelijk te kunnen spreken over het verzoek, beëindigde zij het gesprek en deed zij haar kamerdeur dicht. De psychiater heeft daarbij aangegeven dat het huidige toestandsbeeld passend is bij een psychotische decompensatie.
Gelet op voornoemde situatie heeft de rechtbank de zitting zonder aanwezigheid van betrokkene voortgezet met mr. Laning in de rol van procesbewaker.
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

De advocaat heeft ter zitting aangegeven dat zij contact heeft gehad met betrokkene, maar betrokkene niet open stond voor een gesprek. Daarnaast geeft zij aan over een andere advocaat te beschikken, echter zij wordt al jaren door haar bijgestaan.
De psychiater heeft ter zitting aangegeven dat de laatste weken sprake is van een zorgelijk toestandsbeeld. Betrokkene heeft eveneens haar orthopedagoog ontslagen, terwijl er sprake was van een goede band. Betrokkene is afwerend en komt haar kamer niet meer af. Meer medicatie is noodzakelijk, echter betrokkene weigert. Betrokkene heeft veel infecties in haar mond, wat invloed heeft op de medicatiespiegel. Een balans vinden is hierdoor erg lastig. Het plan is om een depot toe te voegen zodat er een lagere dosering van de Clozapine kan worden gegeven.

Beoordeling

Op grond van artikel 1:7 lid Pro 1, aanhef en onder a, Wvggz geeft de rechter, indien een verzoekschrift voor een zorgmachtiging wordt voorbereid, onverwijld aan het bestuur van de raad voor de rechtsbijstand een last tot toevoeging van een advocaat aan de betrokkene, indien niet blijkt dat de betrokkene reeds een advocaat heeft. Een met de kwetsbare positie van de betrokkene strokende uitleg van deze bepaling, in verbinding met artikel 1:7 lid 3 Wvggz Pro en art. 44 lid 2 Sv Pro, brengt mee dat indien de betrokkene te kennen geeft niet meer door de toegevoegde advocaat te willen worden bijgestaan, de rechter dient te onderzoeken of de betrokkene toevoeging van een andere raadsman wenst.
Betrokkene heeft mr. Laning als haar advocaat toegewezen gekregen. Daarbij heeft mr. Laning betrokkene meermaals bijgestaan in Wvggz-procedures. De advocaat herkent betrokkene in het huidige toestandsbeeld niet. Tijdens de mondelinge behandeling heeft betrokkene kenbaar gemaakt dat zij niet door mr. Laning te willen worden bijgestaan en een nieuwe advocaat heeft. Echter, betrokkene is desgevraagd niet in staat de rechtbank informatie over haar nieuwe advocaat te geven. De psychiater is eveneens niet bekend met het feit dat betrokkene een nieuwe advocaat heeft aangenomen. Daarbij komt dat het huidige toestandsbeeld en gedragingen van de betrokkene passend zijn bij een decompensatie.
De rechtbank heeft onvoldoende kunnen onderzoeken of de door betrokkene gewenste advocaat aan haar toegekend kon worden, mede gelet op het beslistermijn en het huidige toestandsbeeld. De rechtbank constateert dat de wettelijke beslistermijn 7 mei 2026 is. Van die beslistermijn kan niet worden afgeweken. Daarnaast is het toestandsbeeld zorgelijk, waarbij verder decompensatie ernstig risico met zich mee kan brengen.
De rechtbank ziet geen aanleiding om de zaak te houden. Hierbij heeft de rechtbank ook acht geslagen op jurisprudentie van de Hoge Raad. Als de rechtbank vaststelt dat er geen tijd is om de toegevoegde advocaat te doen vervangen, dient betrokkene er op te worden gewezen dat de consequentie is dat geen advocaat haar zal bijstaan. Betrokkene staat dan voor de keuze om de afgewezen advocaat te accepteren, of in het geheel geen rechtsbijstand te ontvangen.
Alles overwegende heeft de rechtbank beslist dat het verzoek van de officier van justitie inhoudelijk zal worden behandeld. Omdat betrokkene niet zelf bij de mondelinge behandeling aanwezig wilde zijn bleef mr. Laning bij de voortzetting van de mondelinge behandeling als procesbewaker aanwezig. Weliswaar wordt in artikel 14 van Pro de gedragsregels van de Nederlandse Orde van Advocaten opgemerkt dat een advocaat geen handelingen mag verrichten tegen de kennelijke wil van de cliënt en hij zich terug moet trekken als dit geschil niet in onderling overleg kan worden opgelost, maar de procedure dient wel zorgvuldig te geschieden. De aanwezigheid van mr. Laning als procesbewaker zorgt er in ieder geval voor dat werd bezien of de rechten van betrokkene niet werden geschaad, de juridische aspecten van de procedure goed werden gevolgd en de rechtsbescherming daarin van betrokkene gewaarborgd.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten schizofrenie en een posttraumatische stress-stoornis.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Betrokkene is in 2022 in psychotische toestand uit huis gehaald. In die periode was zij katatoon, weigerde zij medische zorg en verwaarloosde zij zichzelf en haar omgeving. Zij had ernstige vitaminedeficiënties en ondervoeding. Betrokkene is bekend met het smokkelen van medicatie. Bij het niet innemen van de medicatie ontregelt zij snel met bovenstaande gevolgen van dien. Betrokkene heeft periodes medicatie intramusculair moeten krijgen vanwege smokkelen of weigeren van medicatie. Betrokkene heeft intensieve begeleiding nodig bij haar zelfzorg en moest eind vorig jaar ook onder dwang gedoucht worden. Betrokkene is regelmatig angstig en denkt daarbij dat medepatiënten haar iets aan willen doen, hierbij kan hinderlijk gedrag vertonen wat agressie van derden op zich af kan roepen.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene heeft geen ziektebesef en is bekend met het smokkelen van medicatie. Zonder
medicatie is in het verleden meermaals gebleken dat betrokkene snel en hevig decompenseert. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 30 oktober 2026;

Deze beschikking is gegeven door mr. O.F. Bouwman, rechter, bijgestaan door L. Ammerlaan-Arkenbout als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 30 april 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 mei 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.