ECLI:NL:RBDHA:2026:1434
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewaring en voortvarendheid in vreemdelingenzaken
Op 22 januari 2026 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak betreffende de maatregel van bewaring van een vreemdeling, eiser, die door de minister van Asiel en Migratie was opgelegd op 25 november 2025. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank had eerder, op 15 december 2025, al een uitspraak gedaan over de rechtmatigheid van de maatregel tot dat moment. In deze nieuwe procedure heeft de rechtbank het vooronderzoek gesloten op 15 januari 2026 en besloten dat een zitting niet nodig was.
De rechtbank overweegt dat de maatregel van bewaring rechtmatig was tot het sluiten van het eerdere onderzoek op 9 december 2025. Eiser betoogt dat de minister onvoldoende voortvarend handelt in de uitzetting naar Libië, waar hij een terugkeerbesluit voor heeft. De rechtbank stelt vast dat de minister voldoende aanknopingspunten heeft om ook onderzoek te doen naar de mogelijkheid van uitzetting naar Marokko of Algerije, gezien eerdere terugkeerbesluiten.
Uiteindelijk komt de rechtbank tot de conclusie dat het beroep van eiser ongegrond is en wijst het verzoek om schadevergoeding af. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.