ECLI:NL:RBDHA:2026:1432
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding wegens late besluitvorming minister
Verzoekster diende een beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. Op 24 november 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoekster haar beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelt dat de minister tegemoet is gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval het bestuursorgaan veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
Gezien de lichte aard van de zaak en het beperkte belang hanteert de rechtbank een wegingsfactor van 0,5 op het standaardbedrag van € 934,-, waardoor een vergoeding van € 467,- wordt toegekend. Tevens moet de minister het betaalde griffierecht vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 20 januari 2026.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van € 467,- aan proceskosten wegens late besluitvorming.