ECLI:NL:RBDHA:2026:14307
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toewijzing zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg voor zes maanden
De rechtbank Den Haag heeft op 29 april 2026 een beschikking gegeven op het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene, geboren in 1962, lijdt aan een depressieve stoornis die leidt tot ernstig nadeel, waaronder ernstige zelfverwaarlozing, verergering van depressieve klachten, gevaarlijk gedrag in de thuissituatie en verhoogd risico op suïcidaliteit.
Tijdens de mondelinge behandeling, waarbij betrokkene niet aanwezig was maar wel werd vertegenwoordigd door haar advocaat, is gebleken dat betrokkene zich verzet tegen opname en verplichte zorg, maar wel bereid is tot ambulante behandeling. De psychiater en casemanager gaven aan dat opname de laatste optie is en dat medicamenteuze behandeling noodzakelijk is. De rechtbank concludeerde dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn en dat verplichte zorg noodzakelijk, evenredig en effectief is.
De rechtbank heeft daarom de zorgmachtiging verleend voor de duur van zes maanden, waarbij onder meer medicatie, medische controles, beperkingen in de vrijheid en opname in een accommodatie kunnen worden opgelegd. De machtiging geldt ook voor aanvullende maatregelen bij decompensatie van het toestandsbeeld. Het verzoek tot meer of andere maatregelen is afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden voor verplichte geestelijke gezondheidszorg aan betrokkene.