Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14217

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
24/8880
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:26 AwbZorgverzekeringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens overlijden eiser zonder opvolging door erfgenamen

Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het CAK over de definitieve jaarafrekening verdragsbijdrage op grond van de Zorgverzekeringswet. Na het bestreden besluit heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag.

De rechtbank heeft vernomen dat eiser op 18 januari 2025 is overleden. Vervolgens heeft de rechtbank de erven opgeroepen zich te melden om het beroep voort te zetten, onder meer via brieven en een publicatie in de Staatscourant. Er heeft zich echter geen erfgenaam gemeld die het beroep wilde voortzetten.

Omdat het procesbelang van eiser is komen te vervallen door het ontbreken van opvolging door erfgenamen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak niet inhoudelijk en wijst terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overlijden eiser zonder opvolging door erfgenamen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/8880

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 mei 2026 in de zaak tussen

wijlen [eiser] , laatstelijk gewoond hebbende te [adres][adres] (Spanje), eiser

en

CAK, verweerder

(gemachtigde: mr. J.M. Nijman).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van verweerder van 23 september 2024.
1.1.
Op 8 juli 2024 heeft eiser bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit van verweerder van 27 juni 2024. In dat besluit heeft verweerder de definitieve jaarafrekening verdragsbijdrage van eiser vastgesteld op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw).
Met het bestreden besluit is verweerder bij het primaire besluit gebleven.
1.2.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft van verweerder vernomen dat eiser is overleden op 18 januari 2025.
1.4.
De rechtbank heeft, gelet op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in de Staatscourant van 15 december 2025 de erven van eiser opgeroepen zich te melden bij de rechtbank. [1]
1.5.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. [2]

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser is overleden. Niet gebleken is van erfgenamen die eiser als partij in het geding zijn opgevolgd en het beroep zouden willen voortzetten.
2.1.
Op 18 maart 2025 heeft de rechtbank, vooruitlopend op de publicatie in de Staatcourant, per reguliere post een brief gestuurd naar het laatst bekende adres van eiser over het al dan niet voortzetten van het beroep door de erven van eiser. Op 22 april 2025 en op 4 november 2025 heeft de rechtbank nogmaals brieven verstuurd naar het laatst bekende adres van eiser, vanwege het uitblijven van een reactie. De laatst verzonden brief is retour ontvangen door de rechtbank, omdat de geadresseerde onbekend is op dit adres.
3. In de publicatie in de Staatcourant van 15 december 2025 heeft de rechtbank de erven van eiser opgeroepen zich te melden bij de rechtbank voor 9 januari 2025. Ook na de publicatie in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen.
4. Uit hetgeen wat is overwogen onder 2 volgt dat het processuele belang aan de beoordeling van het beroep is komen te ontvallen. Het beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.
5. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.A.J. Overdijk, rechter, in aanwezigheid van
mr.E.P.A. Stok, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie de Staatscourant van 15 december 2025, nummer [nummer] .
2.Artikel 8:54 van Pro de Awb maakt dat mogelijk.