Uitspraak
Rechtbank den haag
1.POLITIE te Den Haag,
DE STAAT DER NEDERLANDEN(Ministerie van Justitie en Veiligheid, Korps Politiediensten Caribisch Nederland (KPCN), Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Nederlandse Arbeidsinspectie en Ministerie van Justitie en Veiligheid, Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI)).
1.De procedure
3.De feiten
“Let op: de maten hebben betrekking op de MENSmaattabel in Bijlage 15”.
“Te testen maat volgens maattabel normale maat”(de door de Politie geselecteerde maat op basis van de MENS-maattabel)
.De laatste kolom van de tabel is niet ingevuld en daar is ruimte gelaten voor het invullen van
“Maat van de Inschrijver”door de inschrijver. In een begeleidend bericht bij dit Excel-bestand heeft de Politie onder meer het volgende aan de inschrijvers meegedeeld:
“Motivering kwalitatieve Gunningscriteria”) een toelichting gegeven op de scores met betrekking tot de kwalitatieve gunningscriteria K1 tot en met K4. In die toelichting is beschreven dat de beoordelaars met betrekking tot het draagcomfort (K1) hebben opgemerkt dat het vest van Cooneen omhoog kruipt, dat de buikband aan de korte kant is en dat het vest als ‘te klein’ voelt, zodat de beoordelaars zich te veel onbeschermd voelden. Met betrekking tot het gebruiksgemak (K2) hebben de beoordelaars over het vest van Cooneen opgemerkt dat het Molle-draagsysteem veel te gemakkelijk door derden kan worden losgetrokken, dat het volledig los van het vest kan worden gehaald, waardoor het risico bestaat dat een gebruiker na het opschalen vergeet om het losse Molle-systeem terug op de opschalingsmodule te plaatsen, wat een veiligheidsrisico inhoudt, dat de zakken te klein zijn en dat het klittenband te snel loslaat. Uit de toelichting volgt daarnaast dat de beoordelaars met betrekking tot het uiterlijk van het vest van Cooneen (K3) hebben geoordeeld dat het vest er vrij klein uit ziet, dat het een beetje te goedkoop oogt, dat het te weinig daadkracht uitstraalt en dat het fluogele vest te veel zwarte vlakken heeft. In het kader van gunningscriterium K4 (Algemene beoordeling) is door de beoordelaars opgemerkt dat het vest van Cooneen te kort is, dat de zakken te klein zijn, dat de buikbanden te kort en te smal zijn en dat het Molle-draagsysteem (met klittenband) te gemakkelijk loslaat. Ten slotte zijn in de toelichting op de scores de relatieve voordelen van het vest van Sioen beschreven.
4.Het geschil
primairgedaagden te gebieden om de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken en een aangepaste voorlopige gunningsbeslissing te communiceren, waarin de aan Cooneen toegekende scores op de gunningscriteria K1 tot en met K4 zijn gecorrigeerd door de beoordeling van de in randnummer 2.21 van de pleitaantekeningen van Cooneen genoemde beoordelaars buiten beschouwing te laten, en om in die aangepaste voorlopige gunningsbeslissing een deugdelijke toelichting te geven op de met betrekking tot gunningscriterium K5 toegekende score. S
ubsidiairvordert Cooneen gedaagden te gebieden om de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken, een herbeoordeling van de inschrijving van Cooneen, althans van alle ontvangen geldige inschrijvingen, uit te laten voeren op de gunningscriteria K1 tot en met K4 en vervolgens een aangepaste voorlopige gunningsbeslissing te communiceren, waarin tevens een deugdelijke toelichting wordt gegeven op de met betrekking tot gunningscriterium K5 toegekende score.
Meer subsidiairvordert Cooneen gedaagden te gebieden om de voorlopige gunningsbeslissing in te trekken en, als zij de opdracht nog willen gunnen, tot heraanbesteding over te gaan, althans een in goede justitie te bepalen maatregel te treffen, een en ander met veroordeling van gedaagde in de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
5.De beoordeling van het geschil
“Ruimte voor Molle (bovenzijde) en Molle-draagsysteem (onderzijde)”wordt aangegeven.