ECLI:NL:RBDHA:2026:14158

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
12143081 EJ VERZ 26-80905
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 1 BWArt. 7:669 lid 3 sub e BWArt. 7:669 lid 3 sub g BWArt. 7:671b lid 1 BWArt. 7:673 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding na grensoverschrijdend gedrag

De zaak betreft een verzoek van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) om de arbeidsovereenkomst met een medewerker te ontbinden wegens (seksueel) grensoverschrijdend gedrag en een verstoorde arbeidsverhouding. De medewerker wordt sinds 2018 herhaaldelijk geconfronteerd met meldingen over ongewenst gedrag, waaronder kussen en aanrakingen van vrouwelijke collega’s, wat heeft geleid tot waarschuwingen en overplaatsing.

DJI stelt dat het gedrag van de medewerker ernstig verwijtbaar is en dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet van haar kan worden verlangd. De medewerker betwist dit en wijst op een informele cultuur binnen DJI waarin grenzen vervagen. Hij ontkent de recente meldingen en stelt dat DJI onvoldoende heeft geprobeerd de situatie te verbeteren.

De kantonrechter oordeelt dat de meldingen uit juni 2025 onvoldoende bewijs leveren voor ernstig verwijtbaar handelen dat ontbinding op die grond rechtvaardigt. Wel is er sprake van een ernstige en duurzame verstoring van de arbeidsrelatie, waaraan beide partijen hebben bijgedragen. Gezien de bijzondere functie en integriteitseisen binnen DJI is voortzetting van het dienstverband niet redelijk.

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met ingang van 1 juli 2026. De medewerker krijgt een transitievergoeding van €15.624,52 bruto toegekend, maar geen billijke vergoeding. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens verstoorde arbeidsverhouding met toekenning van transitievergoeding, het verzoek op grond van verwijtbaar handelen wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Gouda
SM / C
Zaaknummer: 12143081 EJ VERZ 26-80905
Datum: 28 mei 2026
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
de publiekrechtelijke rechtspersoon De Staat der Nederlanden,
locatie P.I. [plaats],
gevestigd te Den Haag,
verzoekende partij,
hierna te noemen: DJI,
gemachtigde: mr. E. Bergsma,
tegen
[verwerende partij],
wonende te [woonplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verwerende partij] ,
gemachtigde: mr. M. Booij.

1.Het procesverloop

1.1.
DJI heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verwerende partij] heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
Op 7 mei 2026 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Door de gemachtigden van partijen zijn spreekaantekeningen overgelegd, welke zijn toegevoegd aan het procesdossier. Voorafgaand aan de zitting heeft DJI bij e-mails van 1 en 6 mei 2026 nog stukken toegezonden.

2.De feiten

2.1.
[verwerende partij] is werkzaam bij de Dienst Justitiële Inrichtingen, locatie [plaats] , welke dienst onder de verantwoordelijkheid valt van het Ministerie van Justitie en Veiligheid en waarvan het ministerie onderdeel uitmaakt van de Staat der Nederlanden.
2.2.
[verwerende partij] , geboren [geboortedatum] 1983, is op 12 februari 2018, in dienst getreden bij DJI. De laatste functie die de hij vervulde, is die van Medior Penitentiair Inrichtingswerker, met een salaris van € 3.246,16 bruto exclusief emolumenten.
2.3.
Op 29 augustus 2018 heeft een collega melding gemaakt van niet integer c.q. ongewenst gedrag van [verwerende partij] jegens vier vrouwelijke collega’s. DJI heeft deze melding laten onderzoeken door Bureau Integriteit.
2.4.
Na de melding en het onderzoek heeft DJI op 13 november 2018 onder andere het volgende aan [verwerende partij] bericht:
“De heer [naam 1] (complexbeveiliger van G4S) heeft een schriftelijke melding gedaan bij de heer [naam 2] (teamleider beveiliging) over uw niet integere c.q. ongewenste gedrag jegens vrouwelijke collega’s, te weten: (…). Zij hebben op verzoek van de heer [naam 2] een schriftelijke melding opgesteld.
Mevrouw [naam 3] verklaart dat zij door de heer [naam 1] is benaderd dat meerdere vrouwelijke collega’s zouden zijn lastiggevallen door u. Mevrouw [naam 3] verklaart dat zij en u elkaar een knuffel geven bij aanvang / einde van de dienst en dit met wederzijds respect en zonder bijbedoelingen is gebeurd.
Mevrouw [naam 4] verklaart dat u haar in haar nek heeft gekust.
Mevrouw [naam 5] verklaart dat u haar op haar mond heeft gezoend.
Bovengenoemde heeft u ook bevestigd. In beide gevallen volgde de kus op een knuffelmoment bij aflossing van de dienst. Mevrouw [naam 4] en mevrouw [naam 5] hebben u aangesproken op uw ongewenste gedrag jegens hen.
U heeft ook toenadering gezocht bij mevrouw [naam 4] en mevrouw [naam 5] via WhatsApp. Ook mevrouw [naam 6] heeft u via WhatsApp benaderd maar die heeft u erop aangesproken en heeft verder geen melding gemaakt van uw gedrag.
Via de WhatsApp heeft u mevrouw [naam 4] en mevrouw [naam 5] gevraagd of zij met u op date wilde. Beide dames hebben een zekere vasthoudendheid van u ervaren alsof zij niet duidelijk naar u waren geweest dat ze niet met u op date wilde.
Op 30 augustus 2018 heeft er een gesprek met u plaatsgevonden met de heer [naam 7] (plv. Vestigingsdirecteur), de heer [naam 2] (teamleider Beveiliging) in het bijzijn van mevrouw [naam 8] (HR Adviseur).
(….)
De heer [naam 7] heeft Bureau Integriteit (hierna: BI) de opdracht gegeven om een feiten onderzoek te verrichten naar de omstandigheden van het vermoedelijke plichtsverzuim.
(…)
U heeft bij de onderzoekers van BI toegegeven dat:
  • u bij een vrouwelijke collega een zoen op de wang heeft gegeven, die door een draai van het hoofd op de mond terechtkwam;
  • u naar een teamleider heeft gefloten en
  • u een vrouwelijke collega een kus in haar nek heeft gegeven.
U heeft aangegeven dat u weet dat u de regels heeft geschonden. U bent bang daardoor uw baan te zullen verliezen. Ook geeft u aan dat uw vrouwelijke collega’s niet eerlijk naar u zijn geweest.
De heer [naam 7] heeft besloten om u te verplaatsen naar locatie de [locatie] van de P.I. [plaats] , waar u werkzaam zult zijn zolang de heer [naam 7] dit noodzakelijk acht. Op locatie de [locatie] kunt u met een schone lei starten. (…)”
2.5.
Op 2 april 2022 heeft DJI een nieuwe melding over [verwerende partij] over ongewenst gedrag ontvangen.
2.6.
Bij brief van 25 mei 2022 heeft [verwerende partij] een schriftelijke waarschuwing ontvangen, waarin onder andere het volgende is opgenomen:
“(…)Gebeurtenissen/feitencomplex
Op 18 maart 2022 heeft zich een incident voorgedaan tussen u een collega [naam 9] . U bent met deze collega in conflict gekomen en u heeft daarbij neus aan neus gestaan met elkaar. Door u is zeer onprofessioneel gehandeld aangezien gedetineerden hier getuige van zijn geweest. Tevens is in dit gesprek de betrokkenheid van collega Complexbeveiliger [naam 10] besproken. U heeft aangegeven dat uw relatie met mevrouw [naam 10] meer was dan alleen een werkrelatie. Inmiddels is deze privérelatie beëindigd.
Waarschuwing
Zoals u weet, moet u zich houden aan de bij DJI geldende procedures, regelgeving, protocollen en gedragsregels. Met uw gedrag heeft u in strijd gehandeld met de Gedragscode binnen DJI en met name de kernwaarden Respect en Openheid.
Als Complexbeveiliger heeft u geleerd conflicten te voorkomen en deze professioneel op te lossen. (…)
U ontvangt daarom een officiële waarschuwing voor uw gedrag. (…)”
2.7.
In november 2022 ontvangt DJI een melding over ongewenst gedrag van [verwerende partij] . In de melding is onder andere opgenomen:
“(…) Ik bleef gewoon op afstand maar terwijl ik bezig was met de administratie op de computer bij bezoek kant kwam [verwerende partij] elke keer in mijn buurt en begon hij ook met aanraken (schouder), vervolgens bleef hij mij aanraken. Ik gaf dat aan bij mijn begeleider die zei tegen mij dat als ik het niet wil het duidelijk tegen hem moet zeggen aangezien hij anders steeds verder gaat met aanraken, dat gebeurde ook hij bleef elke keer steeds meer in de buurt en uiteindelijk raakt hij steeds vaker mijn arm of been en hij heeft ook 1 keer mijn buik aangeraakt zonder geldige rede daarvoor, toen hij dat deed gaf ik de opmerking gaat het? Ik zei dat met een serieus gezicht en hij kon daaruit wel halen dat ik serieus was, daarna heeft mijn begeleider gezorgd dat ik naast hem (Mijn begeleider) ging zitten zodat hij mij veder niet kon aanraken, Hij bleef zo de hele dag doorgaan gaf dat aan bij mijn begeleider hij heeft ervoor gezorgd dat ik de hele dag bij [verwerende partij] uit de buurt bleef dat ik veder ook gelukt.
Na het einde van mijn dienst kwam ik erachter dat hij mij berichten had gestuurd op WhatsApp. (…)”
2.8.
[verwerende partij] heeft de aanrakingen met betrekking tot de melding van november 2022 ontkend. DJI heeft vervolgens voorgesteld om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden met [verwerende partij] te beëindigen. [verwerende partij] heeft hier niet mee ingestemd en uiteindelijk heeft DJI de door hem gemaakte juridische kosten vergoed.
2.9.
Bij email van 18 juni 2025 ontvangt DJI via de vertrouwenspersoon opnieuw een melding over [verwerende partij] . In die melding is onder andere verklaard dat [verwerende partij] een vrouwelijke collega in haar nek/hals zou hebben gekust, haar op seksueel geladen wijze regelmatig zou bekijken en haar fysiek zou aanraken op een wijze die voor haar als ongewenst en ongepast werd ervaren, waaronder het aanraken van haar onderrug en schouders. In een gesprek met meldster heeft zij verklaard tweemaal ongewenst gekust te zijn op haar wang en in haar hals door [verwerende partij] . Ook heeft zij diverse WhatsAppberichten ontvangen van [verwerende partij] waarop hij aanstuurt op seksueel contact.
2.10.
Mede naar aanleiding van de melding op 18 juni 2025 heeft DJI besloten om Bureau Integriteit opdracht te geven tot het verrichten van een onafhankelijk onderzoek. [verwerende partij] is hierover bij gesprek en brief van 9 juli 2025 geïnformeerd en tevens is aan hem medegedeeld dat hij gedurende het onderzoek zou worden geschorst met behoud van salaris.
2.11.
Op 9 februari 2026 heeft DJI schriftelijk aan [verwerende partij] medegedeeld dat zij de rechtbank zal verzoeken om de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

3.Het verzoek

3.1.
DJI heeft verzocht om de arbeidsovereenkomst met [verwerende partij] te ontbinden op grond van artikel 7:671b lid 1 onderdeel a van het Burgerlijk Wetboek (BW) in verbinding met artikel 7:669 lid 3 onderdeel Pro e BW dan wel op de grond van sub g BW.
3.2.
Aan dit verzoek heeft DJI ten grondslag gelegd dat sprake is van – kort gezegd – verwijtbaar handelen van [verwerende partij] , dat van DJI redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ter onderbouwing daarvan heeft DJI het volgende naar voren gebracht. [verwerende partij] heeft (ernstig) verwijtbaar gehandeld doordat hij zich gedurende het dienstverband herhaaldelijk schuldig heeft gemaakt aan (seksueel) grensoverschrijdend gedrag jegens collega’s en onprofessioneel gedrag op de werkvloer. Als gevolg hiervan is het vertrouwen van DJI in [verwerende partij] ernstig en duurzaam geschaad.
Sinds 2018 is [verwerende partij] meermalen geconfronteerd met meldingen van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Hij heeft naar aanleiding hiervan een brief van ongenoegen ontvangen, hij is overgeplaatst naar een andere locatie, hij heeft een schriftelijke waarschuwing ontvangen, er zijn diverse normstellende gesprekken met hem gevoerd en hij is expliciet gewezen op de Gedragscode Integriteit Rijk. Desondanks heeft DJI bij e-mail van 18 juni 2025 een nieuwe melding ontvangen dat [verwerende partij] zich schuldig zou hebben gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag. Dit is de vierde melding sinds zijn indiensttreding. Ondanks de waarschuwing, blijft [verwerende partij] zijn gedrag herhalen en maakt dit zijn handelen (ernstig) verwijtbaar. Als ambtenaar werkzaam bij de DJI worden aan [verwerende partij] extra hoge eisen gesteld ten aanzien van integriteit en onkreukbaarheid gelet op de bijzondere werkomgeving en functie die hij bekleedt. Nu [verwerende partij] herhaaldelijk, ondanks expliciete waarschuwingen, seksueel getint fysiek contact blijft initiëren, seksueel getinte berichten aan collega’s blijft sturen, op de werkvloer vrouwelijke collega’s blijft aanraken in combinatie met het ontbreken van inzicht en verantwoordelijkheid, kwalificeert DJI het gedrag van [verwerende partij] als (ernstig) verwijtbaar. Gelet op de aard en de ernst van de gedragingen, de voorgeschiedenis en de reële kans op herhaling, kan van DJI niet langer verlangd worden om het dienstverband met [verwerende partij] te laten voortduren. Gelet op de ernst van de gedragingen ligt herplaatsing niet in de rede en komt aan [verwerende partij] geen vergoeding toe.
3.3.
Indien het (ernstig) verwijtbaar handelen aan de zijde van [verwerende partij] niet vast komt te staan, verzoekt DJI om de arbeidsovereenkomst met [verwerende partij] op grond van een verstoorde verhouding te beëindigen. Er is sprake van een ernstige en duurzame verstoorde arbeidsverhouding. De relatie tussen partijen staat al meerdere jaren onder druk. [verwerende partij] is herhaaldelijk onderwerp van grensoverschrijdend gedrag. De meldingen hebben geleid tot een waarschuwing, overplaatsing en meerdere normstellende gesprekken. Ondanks deze interventies blijven er nieuwe meldingen volgen. De meest recente melding in juni 2025 heeft geleid tot inschakeling van het Bureau Integriteit en een schorsing van [verwerende partij] . De combinatie van herhaling van het gedrag, het ontbreken van zelfinzicht en het bagatelliseren van de ernst van het eigen handelen heeft ertoe geleid dat DJI definitief het vertrouwen in [verwerende partij] is verloren, zodat er geen vruchtbare samenwerking meer kan bestaan. De verstoring beperkt zich niet alleen tot het handelen van [verwerende partij] jegens zijn collega’s, maar ziet ook op zijn verhouding tot zijn leidinggevende en de organisatie. [verwerende partij] heeft herhaaldelijk – zonder onderbouwing – beschuldigingen geuit, trekt verklaringen van collega’s in twijfel en heeft collega’s in verband gebracht met strafbare feiten. Zijn uitlatingen bevestigen dat [verwerende partij] het probleem buiten zichzelf plaatst en de oorzaak bij de organisatie en zijn collega’s legt. Daarmee ontbreekt iedere basis voor herstel van vertrouwen. Aangezien de vertrouwensbreuk structureel en duurzaam van aard is, kan van DJI niet langer gevergd worden dat zij het dienstverband voortzet.

4.Het verweer

4.1.
[verwerende partij] heeft verweer gevoerd tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen, dan wel dat DJI een transitievergoeding en billijke vergoeding dient te betalen. Hij heeft daartoe – samengevat – het volgende aangevoerd.
Er is sprake van een roddel- en knuffelcultuur binnen DJI. Collega’s gaan informeel met elkaar om, er wordt veel geknuffeld en gedold met elkaar, over en weer worden er seksuele en raciale opmerkingen geplaatst en collega’s onderhouden ook privé contact. Vast staat dat de eerdere incidenten uit 2022 waarnaar DJI verwijst, niet verwijtbaar zijn aan [verwerende partij] . De gedane meldingen zijn afgesloten zonder sancties en zijn verzoeken om Bureau Integriteit en de bedrijfsarts in te schakelen werden niet gehonoreerd. Uiteindelijk zijn de door [verwerende partij] gemaakte advocaatkosten dan ook volledig door DJI vergoed. Ten onrechte heeft DJI dit mede ten grondslag gelegd aan het door haar gedane ontbindingsverzoek. De melding die in juni 2025 is gedaan wordt door [verwerende partij] stellig ontkend. Tijdens het onderzoek heeft [verwerende partij] zich ongehoord gevoeld. Pas na een half jaar is hij over het vermeende incident gehoord. Meldster heeft verzocht om intrekking van de melding, maar dit verzoek is niet door DJI gehonoreerd. De WhatsAppgesprekken waarnaar wordt verwezen, zijn op initiatief van meldster gestart. Uit de reacties die meldster in haar berichten schrijft, kan niet worden opgemerkt dat er sprake is van grensoverschrijdend gedrag. De interacties waren wederkerig van aard. Vrijwel alle getuigen in het onderzoek van Bureau Integriteit verklaren dat er binnen DJI een cultuur heerst waarbij collega’s elkaar fysiek begroeten en er veel wordt geroddeld. Het management van DJI was op de hoogte van de genoemde ongewenste omgangsnormen, maar heeft dit altijd gedoogd. DJI heeft dan ook zelf bijgedragen aan het vervagen van grenzen op de werkvloer en bewust het risico aanvaard dat werknemers achteraf gedrag vertonen dat als ongewenst kan worden gekwalificeerd. Indien DJI bepaalde omgangsvormen ontoelaatbaar achtte, had het op haar weg gelegen om duidelijk gedragsregels op te stellen, deze actief te communiceren en consequent te handhaven. Dit heeft zij nagelaten. [verwerende partij] heeft zelf ook melding gemaakt bij de Integriteitscommissie JenV. Gelet op het voorgaande is er geen sprake van ernstig dan wel verwijtbaar handelen en dient het verzoek te worden afgewezen.
4.2.
Ten aanzien van het verzoek om de arbeidsovereenkomst wegens verstoring te beëindigen, had het op de weg van DJI gelegen om constructieve of reële pogingen om de situatie tussen [verwerende partij] en DJI te verbeteren, zoals bijvoorbeeld het starten van een mediationtraject. Dit heeft zij nagelaten. DJI heeft direct aangestuurd op beëindiging van het dienstverband. Indien er sprake is van een verstoring, kan deze niet eenzijdig aan [verwerende partij] worden toegerekend. Voor zover er sprake is van spanningen met collega’s of leidinggevenden, vloeien deze spanningen voort uit de wijze waarop door DJI met de meldingen is omgegaan, de gebrekkige normstelling binnen de organisatie en het uitblijven van consistent beleid en handhaving. Gelet op het voorgaande is dan ook niet voldaan aan een voldragen g-grond, zodat ook dit verzoek dient te worden afgewezen. Dat er geen herplaatsingsmogelijkheid is, is daarnaast ook onvoldoende door DJI onderzocht. Ook om die reden dient het verzoek tot ontbinding te worden afgewezen.
4.3.
Voor zover de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt [verwerende partij] subsidiair om toekenning van de transitievergoeding van € 15.624,52 en toekenning van een billijke vergoeding van € 75.000,00 bruto. DJI heeft daartegen verweer gevoerd.

5.De beoordeling

ontbinding van de arbeidsovereenkomst
5.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden. De kantonrechter stelt voorop dat uit artikel 7:669 lid 1 BW Pro volgt dat dit alleen mogelijk is indien daar een redelijke grond voor is en herplaatsing van [verwerende partij] binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. In geval van ontbinding moet ook worden beoordeeld of aan [verwerende partij] een billijke vergoeding dient te worden toegekend.
Het onderhavige verzoek houdt geen verband met het bestaan van een opzegverbod wegens ziekte, zoals bedoeld in artikel 7:670 lid 1 BW Pro.
5.2.
DJI is van mening dat er sprake is van een redelijke grond, die zodanig is dat van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Zij verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst primair op grond van verwijtbaar handelen (de e-grond) en subsidiair op grond van een verstoorde arbeidsverhouding (de g-grond). De kantonrechter overweegt hiertoe het volgende.
verwijtbaar handelen (de e-grond)
5.3.
Uit artikel 7:669 lid 1 en Pro lid 3 sub e BW volgt dat de arbeidsovereenkomst kan worden ontbonden als sprake is van zodanig verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer, dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In de jurisprudentie komt bij de beoordeling of er sprake is van verwijtbaar handelen veel gewicht toe aan de vraag of de werknemer van tevoren duidelijk was wat wel of niet door zijn werkgever als toelaatbaar wordt gezien. Van belang is of de werkgever in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen en zelf geen blaam treft. Bij de beoordeling dienen alle omstandigheden van het geval in aanmerking toe worden genomen.
Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de naar voren gebrachte feiten en omstandigheden niet een redelijke grond op voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens zodanig verwijtbaar handelen door [verwerende partij] dat van DJI in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.
5.4.
Voorop wordt gesteld dat DJI na de melding die zij heeft ontvangen in juni 2025 over het ongewenste gedrag van [verwerende partij] , deze melding terecht serieus heeft genomen en daaraan opvolging heeft gegeven door een onderzoek door het Bureau Integriteit in te stellen en [verwerende partij] in afwachting van het onderzoek vrij te stellen van werk. De uitleg die door DJI is gegeven over het tijdsverloop van het onderzoek acht de kantonrechter in de gegeven omstandigheden redelijk. De kantonrechter volgt [verwerende partij] niet in zijn stelling dat er sprake is van schending van hoor- en wederhoor.
5.5.
DJI heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd de meldingen van juni 2025. Ter ondersteuning worden mede de eerdere meldingen over [verwerende partij] ten grondslag gelegd. Beoordeeld dient te worden of de meldingen van juni 2025 zodanig verwijtbaar zijn, dat dit een grond voor ontbinding oplevert. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is en overweegt daartoe het volgende.
5.6.
Uit het onderzoeksrapport van Bureau Integriteit volgt dat de melding van 6 juni 2025
‘de kus in de nek in de meldkamer’wordt bevestigd door getuige [getuige 1] , die zag dat meldster een schrikbeweging maakte. Zijn aanwezigheid die dag in de meldkamer wordt bevestigd door het roostersysteem.
De tweede melding op 18 of 19 juni 2026 vond plaats op de parkeerplaats en betrof een kus op de wang na een omhelzing. Dit incident wordt bevestigd door getuige [getuige 2] , hij was erbij aanwezig op de parkeerplaats. Hij zag dat meldster een kus op haar wang kreeg en hiervan schrok. De aanwezigheid van de getuige komt overeen met het rooster. Van beide incidenten zijn geen camerabeelden beschikbaar. DJI acht beide incidenten grensoverschrijdend. Dit wordt mede versterkt door de door meldster ontvangen WhatsAppberichten van [verwerende partij] . [verwerende partij] heeft beide gedragingen stellig ontkend.
5.7.
In het onderzoeksrapport wordt naast de gegeven verklaringen over de incidenten in juni, ook door getuigen bevestigd dat er binnen DJI sprake is van een cultuur waarbij het personeel op een zeer amicale wijze met elkaar omgaat, waarbij het heel gebruikelijk is dat collega’s elkaar knuffelen, zeer vriendschappelijk met elkaar omgaan en veel privé contact en relaties onderhouden. Gelet op de stellige ontkenning van [verwerende partij] en de wijze hoe collega’s met elkaar omgaan binnen DJI, is naar het oordeel van de kantonrechter niet met zekerheid te zeggen dat de incidenten zich hebben voorgedaan zoals door meldster is geschetst. Er zijn weliswaar getuigen die verklaren dat meldster een schrikbeweging maakte na de kus, maar gelet op de omgangswijze binnen DJI vervagen de grenzen tussen de collega’s. Indien de incidenten als vaststaand worden aangenomen, is er door [verwerende partij] een grens overgegaan door het geven van een kus op de wang/nek bij een omhelzing. De kantonrechter acht die grens niet zodanig (ernstig) verwijtbaar in arbeidsrechtelijke zin, dat zonder nadere waarschuwing in de gegeven omstandigheden, het een grond voor ontbinding wegens verwijtbaar handelen oplevert. Van DJI had mogen worden verwacht dat zij als goed werkgever probeert de-escalerend op te treden door het geven van een officiële waarschuwing en het opstellen van duidelijke interne gedragsregels, eventueel met behulp van het inzetten van coaching of mediation. De door DJI aangehaalde incidenten in 2018 en 2022 die naar zeggen van DJI het gedrag van [verwerende partij] bevestigen en versterken, zijn naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende. In 2018 heeft [verwerende partij] weliswaar erkend dat hij grensoverschrijdend gedrag heeft getoond, maar hiervoor heeft hij ook een waarschuwing en een overplaatsing ontvangen. Het incident in 2022 wat zou hebben plaatsgevonden is onvoldoende om extra gewicht toe te kennen aan de meldingen die in juni 2025 zijn gedaan, aangezien onvoldoende is gebleken dat het incident in 2022 volledig was toe te rekenen aan [verwerende partij] en ten aanzien van de melding in november 2022 is door DJI niet vastgesteld dat er sprake was van ongewenst gedrag door [verwerende partij] .
5.8.
Gelet op het voorgaande zijn de feiten en omstandigheden ten aanzien van de meldingen in juni 2025 onvoldoende om te kwalificeren als verwijtbaar handelen. De door DJI verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e-grond is dan ook niet toewijsbaar.
verstoorde arbeidsverhouding (g-grond)
5.9.
DJI heeft subsidiair aangevoerd dat de redelijke grond die gelegen is in artikel 7:669 lid 3 onderdeel Pro g BW, zijnde een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig is dat van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de naar voren gebrachte feiten en omstandigheden een redelijke grond op voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding, zoals bedoeld in voornoemd artikel.
5.10.
Tijdens de mondelinge behandeling is voldoende gebleken dat de verhoudingen tussen partijen zodanig zijn verstoord en dat er over en weer geen vertrouwen (meer) in elkaar is, dat er onvoldoende basis is om de arbeidsverhouding tussen partijen te normaliseren. Geconstateerd kan worden dat sprake is van verstoring van de arbeidsrelatie, waaraan zowel [verwerende partij] als DJI hebben bijgedragen. De functie die [verwerende partij] binnen DJI heeft brengt met zich mee dat hij als ambtenaar binnen een penitentiaire inrichting een voorbeeldfunctie heeft, er een hogere integriteit geldt en dat onderling vertrouwen noodzakelijk is. Gelet op de verstoring die tussen partijen is ontstaan, kan van DJI in redelijkheid niet worden verlangd dat zij de arbeidsovereenkomst met [verwerende partij] laat voortduren of hem elders binnen DJI plaatst. De conclusie is dat de kantonrechter het verzoek van DJI zal toewijzen op grond van artikel 7:671b lid 1 jo. 7:669 lid 3 sub g BW.
5.11.
De arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden met ingang van 1 juli 2026. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure, met een minimum van een maand.
5.12.
Nu de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden en geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen aan de zijde van [verwerende partij] , zal de transitievergoeding op basis van artikel 7:673 BW Pro worden toegekend. Deze wordt vastgesteld op € 15.624,52 bruto. Aangezien DJI slechts heeft aangevoerd dat er sprake is van een ander gemiddeld bruto maandinkomen, maar heeft nagelaten om een nieuwe berekening van de transitievergoeding over te leggen, gaat de kantonrechter uit van het bedrag zoals door [verwerende partij] is aangegeven.
5.13.
De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan [verwerende partij] een billijke vergoeding toe te kennen aangezien geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van DJI, aangezien beide partijen hebben bijgedragen aan de verstoring. Nu aan de ontbinding van de arbeidsovereenkomst geen billijke vergoeding wordt verbonden, hoeft DJI geen gelegenheid te worden geboden om het verzoek in te trekken.
5.14.
Gelet op de uitkomst van de zaak, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 juli 2026;
6.2.
veroordeelt DJI tot betaling van de transitievergoeding van € 15.624,52 bruto;
6.3.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
6.4.
wijst af het meer of anders verzochte;
6.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. M. Nijenhuis en uitgesproken ter openbare zitting van 28 mei 2026.