ECLI:NL:RBDHA:2026:1414
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
De minister van Asiel en Migratie heeft op 20 oktober 2025 de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De rechtbank Den Haag heeft het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 14 januari 2026 behandeld. Verzoeker en zijn gemachtigde zijn niet verschenen, terwijl de gemachtigde van de minister wel aanwezig was.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en direct mondeling uitspraak gedaan op het beroep. Omdat op dat moment al een uitspraak was gedaan op het beroep, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer nodig en wees het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter F. Sijens en griffier S. Strating en is openbaar gemaakt op 28 januari 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoofdberoep reeds is behandeld en afgewezen.