ECLI:NL:RBDHA:2026:14129
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsdocument EU/EER voor moeder van Nederlands kind
Eiseres, een Oekraïense vrouw die in 2022 met haar kinderen naar Nederland vluchtte, vroeg om een verblijfsdocument EU/EER op grond van artikel 20 VWEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiseres stelde dat zij recht heeft op verblijf vanwege haar minderjarige Nederlandse kind en dat haar verblijfsrecht niet door de tijdelijke bescherming terzijde kan worden geschoven.
De rechtbank overwoog dat het arrest Chavez-Vilchez zich verzet tegen maatregelen die EU-burgers het effectieve genot van hun rechten ontzeggen doordat hun minderjarige kind het EU-grondgebied moet verlaten. In deze zaak is echter geen sprake dat het kind het grondgebied moet verlaten, omdat eiseres verblijfsrecht heeft op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne (RTB).
De rechtbank verwierp het betoog van eiseres dat zij al voor de tijdelijke bescherming verblijfsrecht had op grond van het arrest Chavez-Vilchez, omdat zij voor haar komst naar Nederland in Oekraïne verbleef. Ook de persoonlijke omstandigheden van eiseres, zoals het niet kunnen huren van een woning en de paniekaanvallen van haar dochter, raken niet aan de kern van het arrest. De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht is afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond.
Tot slot merkte de rechtbank op dat eiseres een nieuwe aanvraag kan indienen die meer gericht is op de belangen van het kind en het restrictieve toelatingsbeleid. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER.