Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14129

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 mei 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
NL25.18913
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 20 VWEURichtlijn 2001/55/EGAlgemene wet bestuursrechtVreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag verblijfsdocument EU/EER voor moeder van Nederlands kind

Eiseres, een Oekraïense vrouw die in 2022 met haar kinderen naar Nederland vluchtte, vroeg om een verblijfsdocument EU/EER op grond van artikel 20 VWEU Pro en het arrest Chavez-Vilchez. De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiseres stelde dat zij recht heeft op verblijf vanwege haar minderjarige Nederlandse kind en dat haar verblijfsrecht niet door de tijdelijke bescherming terzijde kan worden geschoven.

De rechtbank overwoog dat het arrest Chavez-Vilchez zich verzet tegen maatregelen die EU-burgers het effectieve genot van hun rechten ontzeggen doordat hun minderjarige kind het EU-grondgebied moet verlaten. In deze zaak is echter geen sprake dat het kind het grondgebied moet verlaten, omdat eiseres verblijfsrecht heeft op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne (RTB).

De rechtbank verwierp het betoog van eiseres dat zij al voor de tijdelijke bescherming verblijfsrecht had op grond van het arrest Chavez-Vilchez, omdat zij voor haar komst naar Nederland in Oekraïne verbleef. Ook de persoonlijke omstandigheden van eiseres, zoals het niet kunnen huren van een woning en de paniekaanvallen van haar dochter, raken niet aan de kern van het arrest. De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht is afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond.

Tot slot merkte de rechtbank op dat eiseres een nieuwe aanvraag kan indienen die meer gericht is op de belangen van het kind en het restrictieve toelatingsbeleid. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een verblijfsdocument EU/EER.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.18913
V-nummer: [v-nummer]

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres],

geboren op [geboortedag] 1981, van Oekraïense nationaliteit, eiseres
(gemachtigde: mr. V. Sarkisian),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde mr. S.K. van der Steen-Jhinnoe).

Inleiding

1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de aanvraag voor de afgifte van een verblijfsdocument EU/EER.
1.2.
Met het besluit van 25 november 2024 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor de afgifte van een verblijfsdocument EU/EER afgewezen.
1.3.
Met het besluit van 26 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond verklaard.
1.4.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 14 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.

Totstandkoming van het bestreden besluit

2.1.
Eiseres is in 2022 met haar kinderen vanuit Oekraïne naar Nederland gevlucht. Eiseres heeft in Nederland recht op verblijf op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming Oekraïne, Richtlijn 2001/55/EG (RTB). Dit verblijfsrecht is in ieder geval geldig tot 4 maart 2027. Op 18 september 2024 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor de afgifte van een verblijfsdocument EU/EER voor verblijf bij haar minderjarige Nederlandse kind op grond van artikel 20 van Pro het VWEU [1] en het arrest Chavez-Vilchez [2] . De vader van de kinderen heeft de Nederlandse nationaliteit.
2.2.
Met het primaire besluit heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor de afgifte van een verblijfsdocument EU/EER afgewezen. Met het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond verklaard. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres rechtmatig verblijf heeft op grond van de RTB en dat zij daarnaast geen verblijfsrecht ontleent aan het arrest Chavez-Vilchez. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiseres het grondgebied van de EU vanwege de RTB niet hoeft te verlaten en dus niet gescheiden wordt van haar Nederlandse kind. Verweerder heeft op grond van de artikelen 7:2 en 7:3 van de Awb [3] afgezien van het horen van eiseres.

Het oordeel van de rechtbank

3. Eiseres voert aan dat zij vanaf de geboorte van haar kinderen en in ieder geval vanaf het gedwongen vertrek uit Oekraïne verblijfsrecht heeft op grond van artikel 20 van Pro het VWEU [4] en het arrest Chavez-Vilchez. Eiseres stelt dat de ingangsdatum van het verblijfsrecht op grond van artikel 20 van Pro het VWEU voor de ingangsdatum van de tijdelijke bescherming ligt en dat dit verblijfsrecht niet door tijdelijke bescherming terzijde kan worden geschoven. Eiseres heeft vanaf haar inreis in Nederland altijd voor haar kinderen gezorgd. Volgens eiseres moet de tijdelijke bescherming gelijkgesteld worden met een procedureel verblijfsrecht, omdat deze niet valt onder artikel 8 van Pro de Vw [5] . Eiseres voert verder aan dat zij vanwege haar verblijfsstatus geen woning kan huren en niet in aanmerking komt voor een hypotheek. Ook heeft haar minderjarige dochter paniekaanvallen, omdat onduidelijk is of eiseres in Nederland mag blijven. De rechtbank begrijpt ook dat eiseres meer zekerheid voor de toekomst wil.
4.1.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit het arrest Chavez-Vilchez volgt dat artikel 20 van Pro het VWEU zich verzet tegen nationale maatregelen die tot gevolg hebben dat EU-burgers het effectieve genot worden ontzegd van de belangrijkste rechten die aan de status van EU-burger zijn verbonden. Daarvan is sprake als een onderdaan van een derde land het recht wordt ontzegd te verblijven in een lidstaat waar zijn minderjarige kind, dat de nationaliteit heeft van die lidstaat, verblijft, als gevolg waarvan het betrokken kind gedwongen wordt het grondgebied van de EU te verlaten.
4.2.
Eiseres heeft een verblijfsrecht op grond van de RTB, zij het dat dat recht niet permanent is. Deze richtlijn geeft in Nederland recht op opvang en medische zorg. Het geeft ook de mogelijkheid om te werken. In dit geval is er geen sprake van dat het kind bij weigering van een verblijfsrecht aan de vreemdeling het effectieve genot van de essentie van de aan de status van EU-burger ontleende rechten zou worden ontzegd doordat het genoopt zou zijn het grondgebied van de EU in zijn geheel te verlaten. De stelling van eiseres dat zij niet in aanmerking komt voor een hypotheek en dat haar minderjarige dochter paniekaanvallen heeft maakt dit naar het oordeel van de rechtbank niet anders, omdat deze omstandigheden niet raken aan de verblijfsrechtelijke kern van het arrest Chavez-Vilchez, namelijk dat haar minderjarige dochter feitelijk gedwongen wordt om de EU te verlaten indien aan eiseres geen verblijfsrecht wordt toegekend. Daarbij komt dat de dochter van eiseres gebruik kan maken van de in Nederland beschikbare voorzieningen, waaronder (geestelijke) gezondheidszorg.
4.3.
Het betoog van eiseres dat zij zelf reeds voor de toekenning van de tijdelijke bescherming een verblijfsrecht op grond van het arrest Chavez-Vilchez had, volgt de rechtbank ook niet. Eiseres heeft verklaard dat zij met haar kinderen in Oekraïne verbleef en pas later, wegens de oorlog, naar Nederland is gekomen. Van hoofdverblijf in Nederland was voor die tijd geen sprake.
4.4.
De rechtbank volgt verweerder dan ook in het standpunt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een situatie als bedoeld in het arrest Chavez-Vilchez. De rechtbank is in het verlengde daarvan van oordeel dat verweerder terecht de aanvraag van eiseres voor de afgifte van een verblijfsdocument EU/EER heeft afgewezen. De beroepsgronden slagen niet.
4.5.
De rechtbank merkt ten slotte nog het volgende op. Er is sprake van een situatie waarin twee van de drie gezinsleden de Nederlandse nationaliteit hebben en eiseres niet. Eiseres is als moeder van twee kinderen echter degene die de meeste beslissingen in en voor het gezin moet nemen, terwijl zij weinig speelruimte heeft en dat ook weer ten nadele van de kinderen kan uitwerken. Eiseres zou -na overleg met haar gemachtigde- een nieuwe aanvraag kunnen indienen die daar (buiten het Chavez-Vilchez-kader) met name op ingaat, waarbij ook in ogenschouw wordt genomen in hoeverre tegenover de belangen van het kind, de belangen van handhaving van een restrictief toelatingsbeleid zich in casu nog concreet verzetten tegen een versterking van de verblijfspositie van moeder.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Tijselink, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Belhadi, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
2.Arrest van het Hof van Justitie van 10 mei 2017, ECLI:EU:C:2017:354.
3.Algemene wet bestuursrecht.
4.Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
5.Vreemdelingenwet 2000.