ECLI:NL:RBDHA:2026:14128
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op 25 april 2025. De minister van Asiel en Migratie moest in beginsel binnen zes maanden beslissen, maar vanwege een besluitmoratorium voor Syrische asielzoekers gold een verlengde beslistermijn van maximaal 21 maanden.
Eiser stelde de minister op 27 januari 2026 schriftelijk in gebreke, maar op dat moment was de beslistermijn nog niet verstreken. De rechtbank oordeelt dat een ingebrekestelling pas kan worden gedaan nadat de beslistermijn is verstreken. Hierdoor is het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen niet ontvankelijk.
De rechtbank zag geen aanleiding tot het houden van een zitting en baseerde haar oordeel op de toepasselijke wettelijke bepalingen, waaronder de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.B. Thépass op 22 april 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.