Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlasteleggingen
hij op of omstreeks 22 september 2025 te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het
grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 1023,12 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA/XTC, zijnde MDMA/XTC een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 27 januari 2026 te Zwolle, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft
gehad ongeveer 40 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende XTC/MDMA en/of ongeveer 12 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde MDMA en/of metamfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 27 januari 2026 te Zwolle, althans in Nederland, opzettelijk een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst IA en/of een preparaat daarvan, te weten 59 gram 2-MMC aanwezig heeft gehad.
hij op of omstreeks 24 juni 2025 te Zwolle een bromfiets, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
- de bromfiets weggenomen naar een andere plek en/of
- gepoogd het slot door te slijpen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 24 juni 2025 te Zwolle, zich met geweld en/of bedreiging met geweld, heeft verzet tegen een ambtenaar, [brigadier] (brigadier bij de Eenheid Oost-Nederland), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten ter aanhouding van verdachte door één of meerdere malen met zijn armen te zwaaien en/of daarbij die [brigadier] in het gezicht te raken en/of te slaan;
hij op of omstreeks 24 juni 2025 te Zwolle opzettelijk en wederrechtelijk een bromfiets en/of een slot, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [benadeelde] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
3.De bewijsbeslissing
hij op 22 september 2025 te Zwolletezamen en in vereniging met een ander opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 1023,12 gram van een materiaal bevattende MDMA/XTC, zijnde MDMA/XTC een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij op 27 januari 2026 te Zwolle opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 12 gram van een materiaal bevattende metamfetamine, zijnde metamfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij op 27 januari 2026 te Zwolle opzettelijk een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst IA of een preparaat daarvan, te weten 59 gram 2-MMC, aanwezig heeft gehad.
hij op 24 juni 2025 te Zwolle een bromfietsdie aan [benadeelde] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om zich
dezewederrechtelijk toe te eigenen;
hij op 24 juni 2025 te Zwolle zich met geweld heeft verzet tegen een ambtenaar, [brigadier] (brigadier bij de Eenheid Oost-Nederland), werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, te weten ter aanhouding van verdachte, door één of meerdere malen met zijn armen te zwaaien en daarbij die [brigadier] in het gezicht te raken;
hij op 24 juni 2025 te Zwolle opzettelijk en wederrechtelijk een slot dat aan een ander, te weten aan [benadeelde] , toebehoorde heeft beschadigd.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De op te leggen straf
7.De toepasselijke wetsartikelen
- 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 180, 310, 350 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2, 2a, 10, 10b van de Opiumwet en de daarbij behorende lijst I en IA.
8.De beslissing
jeugddetentievoor de duur van
180 (HONDERDTACHTIG) DAGEN;
31 (eenendertig) dagen, bij de tenuitvoerlegging van deze jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht;
149 (honderdnegenenveertig) dagen ,niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
twee jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
taakstraf, bestaande uit een
werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van
100 (HONDERD) UREN;
50 (VIJFTIG) DAGEN;