ECLI:NL:RBDHA:2026:1412
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublin-verantwoordelijkheid
De minister van Asiel en Migratie heeft op 16 oktober 2025 de aanvraag van de verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat Letland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
De verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De rechtbank Den Haag heeft het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening op 14 januari 2026 behandeld in een zitting waar de verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren.
De voorzieningenrechter heeft bij uitspraak van 28 januari 2026 het beroep behandeld en geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de Dublin-verordening bepaalt dat Letland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.