ECLI:NL:RBDHA:2026:14092
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toestemming vervangend voor vakantie met minderjarige van moeder
De vrouw en de man hebben een affectieve relatie gehad en zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, geboren in 2010. De vrouw verzoekt de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen voor een vakantie met het kind van 2 mei tot en met 8 mei 2026 van een plaats in het ene land naar een plaats in een ander land.
De man is opgeroepen voor de zitting maar is niet verschenen, waarna verstek tegen hem is verleend. De vrouw heeft geen tegenbewijs of verweer ontvangen. De voorzieningenrechter acht het in het belang van het kind om de vakantie met de moeder toe te staan.
De rechtbank verleent daarom de door de vrouw gevraagde vervangende toestemming, die de toestemming van de man vervangt, en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Hiermee wordt de vakantie van moeder en kind juridisch mogelijk gemaakt zonder toestemming van de vader.
Uitkomst: De rechtbank verleent vervangende toestemming aan de moeder om met het minderjarige kind op vakantie te gaan in de gevraagde periode.