Uitspraak
Omgang en alimentatie
Beschikking op het op 27 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van de moeder van 24 februari 2026, met bijlagen.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader;
- [naam 1] met collega [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Verzoek en verweer
- de moeder op te dragen de voor de berekening van het netto besteedbaar inkomen in 2023 en haar draagkracht relevante financiële bescheiden in het geding te brengen, waaronder in elk geval haar jaaropgaven, aangiften en aanslagen 2023 en 2024 en alle loonstroken 2025;
- met ingang van het eerste weekend na de datum van de beschikking de in randnummer 19 en 20 genoemde omgangs- en vakantieregeling vast te stellen, inhoudende dat [de minderjarige] conform de volgende opbouwregeling bij de vader verblijft:
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad;
- Zij zijn de ouders van het volgende nog minderjarige kind:
- De vader heeft [de minderjarige] erkend.
- De moeder is van rechtswege belast met het eenhoofdig gezag over [de minderjarige] .
- [de minderjarige] staat ingeschreven bij de moeder.
Beoordeling
+€ 2.985,-
). Op basis van dit NBGI hadden partijen recht op een kindgebonden budget van € 35,- per maand, zodat de rechtbank daarmee rekening zal houden. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2023, leidt het voorgaande tot een behoefte van € 779,- per maand voor [de minderjarige] . Geïndexeerd naar 2025 bedraagt deze behoefte € 922,- per maand.
€ 405,-