Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:14034

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
C/09/673211 / FA RK 24-6972
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BWArt. 1:228 BWArt. 10:105 BWArt. 3 sub a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing stiefouderadoptie wegens ontbreken kennelijk belang van het kind

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de stiefvader en moeder tot adoptie van de minderjarige, die ook een biologische vader heeft. De moeder en stiefvader zijn sinds 2020 gehuwd en oefenen gezamenlijk het gezag uit over het kind. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde de adoptie toe te wijzen, stellende dat het kind niets meer van zijn biologische vader te verwachten heeft.

De rechtbank oordeelde dat hoewel het kind en stiefvader een hechte band hebben en het kind de stiefvader als vader ziet, niet kan worden vastgesteld dat adoptie in het kennelijk belang van het kind is. Dit omdat de biologische vader het contact wil herstellen en het kind mogelijk in de toekomst nieuwsgierig zal zijn naar zijn vader en halfbroer. De rechtbank benadrukte dat adoptie ingrijpende gevolgen heeft, waaronder het verbreken van de familierechtelijke band met de biologische ouder.

De rechtbank stelde dat de behoefte van het kind om dezelfde achternaam te dragen kan worden vervuld door een naamswijziging, zonder adoptie. Het verzoek tot adoptie en de daarmee samenhangende achternaamswijziging werden daarom afgewezen. De rechtbank legde in een kindbrief uit waarom het verzoek werd afgewezen, met respect voor de gevoelens van het kind en de betrokken ouders.

Uitkomst: Verzoek tot stiefouderadoptie en achternaamswijziging wordt afgewezen omdat adoptie niet in het kennelijk belang van het kind is.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-6972
Zaaknummer: C/09/673211
Datum beschikking: 28 april 2026

Adoptie

Beschikking op het op 17 september 2024 ingekomen verzoekschrift van:

[de stiefvader] en [de moeder] ,

verzoekers, dan wel verzoeker/de stiefvader of verzoekster/de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.J. Boers te ’s-Gravenzande, gemeente Westland.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres
.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 14 november 2024, met bijlagen, van de zijde van verzoekers;
  • het F9-formulier van 22 november 2024, met bijlage, van de zijde van verzoekers;
  • het F9-formulier van 5 december 2024, met bijlagen, van de zijde van verzoekers;
  • het rapport en advies van de Raad voor de Kinderbescherming te ’s-Gravenhage (hierna te noemen: de raad) van 23 mei 2025, kenmerk [kenmerk] .
Op 10 maart 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder en de stiefvader, bijgestaan door hun advocaat en mevrouw Polak, tolk in de Poolse taal;
  • de vader;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
De minderjarige [de minderjarige] heeft zijn mening over de verzoeken gegeven in een gesprek met één van de rechters.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot:
- adoptie door verzoeker van de minderjarige,
 [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] ,
  • althans een beslissing te nemen zoals de rechtbank in goede justitie juist acht;
  • met wijziging van de geslachtsnaam van [de minderjarige] in ‘ [geslachtsnaam] ’.
De vader heeft mondeling verweer gevoerd.
De Raad adviseert het verzoek tot stiefouderadoptie toe te wijzen.

Feiten

  • De moeder en de vader hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
 [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] (hierna: [de minderjarige] ).
  • De vader heeft [de minderjarige] erkend. De moeder was sinds de geboorte van [de minderjarige] van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over hem belast.
  • De moeder en de stiefvader zijn op [datum] 2020 met elkaar gehuwd en samen zijn zij ouders van drie minderjarige kinderen.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 25 juni 2021 zijn de moeder en de stiefvader gezamenlijk met het gezag over [de minderjarige] belast.
  • [de minderjarige] heeft volgens de BRP de Turkse en Poolse nationaliteit. De vader heeft de Nederlandse nationaliteit. De stiefvader en de moeder hebben de Poolse nationaliteit.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Gelet op de verschillende nationaliteiten van [de minderjarige] , de moeder, de vader en de stiefvader heeft deze zaak een internationaal karakter. De rechtbank zal daarom eerst beoordelen
of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en zo ja, welk recht van toepassing is op het verzoek.
Op grond van het bepaalde in artikel 3 sub a van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht, omdat de stiefvader, de moeder en [de minderjarige] in Nederland wonen.
Artikel 10:105 eerste Pro lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat op een in Nederland uit te spreken adoptie, behoudens lid 2, het Nederlandse recht van toepassing is.
Het tweede lid van artikel 10:105 BW Pro bepaalt dat op de toestemming dan wel de raadpleging of de voorlichting van de ouders van het kind het recht van de staat waarvan het kind de nationaliteit bezit toepasselijk is. Als het kind meerdere nationaliteiten heeft (niet de Nederlandse nationaliteit), dan is toepasselijk het recht op grond waarvan toestemming dan wel raadpleging of voorlichting vereist is.
Hieruit volgt dat op de inhoudelijke beoordeling van het verzoek tot het uitspreken van stiefouderadoptie Nederlands recht van toepassing is, maar dat op de vraag of daarvoor toestemming nodig is van de vader en de moeder, Pools of Turks recht van toepassing is.
Gronden en voorwaarden adoptie naar Nederlands recht
Juridisch kader
Vooropgesteld wordt dat bij adoptie een familierechtelijke betrekking tot stand komt en dat alle familierechtelijke betrekkingen met de oorspronkelijke ouder worden verbroken. Dit maakt dat adoptie met veel waarborgen is omgeven. Het verzoek tot adoptie moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 BW.
De rechtbank moet dus beoordelen of is voldaan aan de gronden en voorwaarden als bepaald in de artikel 1:227 en Pro 1:228 BW, voor zover deze betrekking hebben op stiefouderadoptie. Stiefouderadoptie is op grond van artikel 1:227, tweede en derde lid BW mogelijk als:
verzoeker en de moeder onafgebroken drie jaar onmiddellijk voorafgaand aan de indiening van het verzoek hebben samengeleefd;
de adoptie in het kennelijk belang van de minderjarige is, op het tijdstip van het verzoek tot adoptie vaststaat en voor de toekomst redelijkerwijs te voorzien is dat de minderjarige niets meer van de vader in de hoedanigheid van ouder te verwachten heeft, en aan de voorwaarden, genoemd in artikel 1:228 BW Pro, wordt voldaan.
Uit artikel 1:228 BW Pro volgt dat de voorwaarden voor adoptie – voor zover hier van belang – zijn:
dat het kind op de dag van het eerste verzoek minderjarig is;
dat het kind geen kleinkind van de adoptant is;
dat de adoptant ten minste achttien jaar ouder is dan het kind;
at geen van de ouders het verzoek tegenspreekt;
[..]
dat de adoptant het kind gedurende ten minste een jaar heeft verzorgd en opgevoed, indien de levensgezel van de ouder het kind adopteert en zij gezamenlijk het kind gedurende ten minste een jaar hebben verzorgd en opgevoed wordt de periode van een jaar voor de levensgezel gerekend vanaf het moment van feitelijk gezamenlijk verzorgen en opvoeden;
dat de ouder(s) niet of niet langer het gezag over het kind hebben. Indien evenwel de echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel van de ouder het kind adopteert, geldt dat deze ouder alleen of samen met voornoemde echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel het gezag heeft.
Het tweede lid van artikel 1:228 BW Pro bepaalt op welke gronden naar Nederlands recht aan tegenspraak van een ouder voorbij kan worden gegaan.
Standpunten partijen
Verzoekers stellen dat adoptie in het belang is van [de minderjarige] en dat [de minderjarige] niets te verwachten heeft van zijn biologische vader. Verzoekers voeren daartoe aan dat de vader de verzorging en opvoeding van [de minderjarige] op grove wijze heeft verwaarloosd. Hij is al jarenlang volledig afwezig. De gedragingen van de vader, of eigenlijk het uitblijven daarvan, zorgen ervoor dat [de minderjarige] onomkeerbaar beschadigd is en dat hij niets meer van hem als ouder te verwachten heeft. Volgens verzoekers is ook aan de wettelijke vereisten voor stiefouderadoptie naar Nederlands recht voldaan. Verzoekers hebben sinds juni 2016 een relatie en zijn sinds [datum] 2020 met elkaar getrouwd. Zij hebben samen drie kinderen gekregen en feitelijk vormen zij samen met [de minderjarige] al jarenlang een gezin. De stiefvader ziet [de minderjarige] als zijn zoon en [de minderjarige] ziet zijn stiefvader als zijn vader, al weet hij dat hij niet zijn biologische vader is. De stiefvader oefent sinds 25 juni 2021 samen met de moeder het gezag over [de minderjarige] uit. De stiefvader en de moeder zouden graag zien dat [de minderjarige] in dezelfde familierechtelijke betrekking tot de stiefvader komt te staan als zijn halfbroertjes en -zusje, zodat zij zoveel als mogelijk op gelijke wijze opgroeien en dezelfde rechten en plichten in verhouding tot verzoeker hebben. Zij achten het voor [de minderjarige] van groot belang dat zijn juridische status in overeenstemming wordt gebracht met de al jarenlang bestaande emotionele en sociale realiteit van het bestaande gezinsleven. Hierdoor kan [de minderjarige] ook de achternaam van de stiefvader krijgen en dat is iets wat [de minderjarige] graag wil zodat het gezin nog meer een eenheid is.
De vader verzet zich tegen het verzoek om adoptie. De vader wil dat de juridische afstammingsrelatie tussen hem en [de minderjarige] blijft bestaan en wijst erop dat de juridische band tussen hem en [de minderjarige] recht doet aan de biologische werkelijkheid. Vader wil het contact met [de minderjarige] graag weer herstellen en ook de oudere halfbroer van [de minderjarige] zou graag contact met [de minderjarige] krijgen. Ook vindt de vader het van belang dat [de minderjarige] zijn achternaam behoudt, omdat hij verwacht dat dit contactherstel in de toekomst zal vereenvoudigen.
De Raad adviseert het verzoek om [de minderjarige] te adopteren toe te wijzen, omdat de raad de adoptie in het kennelijk belang van [de minderjarige] vindt en meent dat [de minderjarige] niets meer van zijn vader te verwachten heeft in de hoedanigheid van ouder. De raad onthoudt zich van advies over de vraag of aan de tegenspraak van de vader voorbij kan worden gegaan.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt voorop dat de adoptie, gelet op de tekst van artikel 1:227 lid 3 BW Pro, in het ‘
kennelijkbelang’ van het kind moet zijn en dat er van de ouder in kwestie kort gezegd niets meer te verwachten valt in de hoedanigheid van ouder. Deze voorwaarden vormen in dat opzicht een nadere precisering van het belang van het kind. Dit strenge vereiste komt voort uit de ingrijpende gevolgen van adoptie, namelijk dat de familierechtelijke betrekkingen met de oorspronkelijke ouder(s) worden verbroken.
Anders dan de Raad, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de adoptie in het kennelijk belang van [de minderjarige] is. De wens van [de minderjarige] om te worden geadopteerd is invoelbaar, evenals de wens van de stiefvader om hem te adopteren, omdat [de minderjarige] al zo’n tien jaar geen contact meer heeft met zijn vader en zijn stiefvader de vaderrol op zich heeft genomen en [de minderjarige] als zijn eigen kind verzorgt en opvoedt. Dat [de minderjarige] gekwetst is door de jarenlange afwezigheid van zijn vader en zich door hem in de steek gelaten voelt en om die reden nu niet openstaat voor contactherstel, is eveneens begrijpelijk. Dat de adoptiewens invoelbaar is, maakt echter nog niet dat de adoptie ook overduidelijk in het belang van [de minderjarige] is. Dit omdat enerzijds vanuit de vader de wens bestaat tot contactherstel, en anderzijds omdat het op dit moment niet is uitgesloten dat [de minderjarige] in de toekomst nieuwsgierig zal worden naar zijn vader en/of zijn halfbroer, en als gevolg daarvan alsnog contact met hen zal willen hebben. Uit het raadsrapport blijkt dat [de minderjarige] is aangemeld voor psychologische hulp om te leren omgaan met zijn negatieve emoties rondom zijn vader. Ook deze hulpverlening zou ertoe kunnen leiden dat [de minderjarige] in de toekomst nieuwsgierig wordt naar zijn biologische vader, zijn culturele achtergrond of zijn andere familieleden, zoals zijn halfbroer. Hoewel het in stand laten van de familierechtelijke band tussen [de minderjarige] en zijn vader geen absoluut vereiste is voor toekomstig contactherstel, is de rechtbank wel van oordeel dat de drempel om het contact te herstellen lager is als de band in stand gelaten wordt.
De rechtbank neemt in dat kader ook in aanmerking dat de vader ter zitting verantwoordelijkheid heeft genomen voor het contactverlies. Hij heeft erkend dat hij [de minderjarige] en zijn moeder in de steek heeft gelaten en dat hij er voor hen – of in ieder geval voor [de minderjarige] – had moeten zijn. De vader kampte destijds met persoonlijke problematiek, waardoor het hem niet is gelukt om een rol te blijven spelen in het leven van [de minderjarige] . De vader heeft ook onderkend dat de stiefvader een zeer belangrijke rol speelt in het leven van [de minderjarige] en alles voor [de minderjarige] heeft gedaan. De vader begrijpt dat [de minderjarige] op dit moment niet openstaat voor contactherstel en hij heeft zich daarbij, in het belang van [de minderjarige] , neergelegd. De vader hoopt dat [de minderjarige] in de toekomst wel contact met hem of met zijn oudste zoon, de halfbroer van [de minderjarige] , zal zoeken. Dat de vader gelet hierop zich op dit moment neerlegt bij de status quo, betekent niet dat hij in de toekomst [de minderjarige] niets meer heeft te bieden als ouder.
Het is in deze tijd – waarin stiefouders en samengestelde gezinnen steeds vaker voorkomen – bovendien niet uitzonderlijk dat iemand een betere band heeft met zijn of haar ‘sociale ouder’ dan met zijn of haar juridische (en biologische) ouder. Aan de band met de ‘sociale ouder’ kan naar het oordeel van de rechtbank in zaken als de onderhavige voldoende recht worden gedaan door – zoals ook in dit gezin is gebeurd – de ‘sociale ouder’ te belasten met het gezag. Aan de behoefte van [de minderjarige] om dezelfde achternaam te dragen als de rest van zijn gezin, kan tegemoet gekomen worden door een verzoek om naamswijziging. Daarvoor is een verstrekkende maatregel als adoptie niet noodzakelijk.
Gelet op het voorgaande, komt de rechtbank niet toe aan de vraag of is voldaan aan de voorwaarden van 1:228 BW. Ook het toestemmingsvereiste naar Pools en Turks recht hoeft geen nadere bespreking.
Conclusie
De rechtbank acht adoptie niet in het kennelijk belang van [de minderjarige] en is van oordeel dat niet vaststaat dat [de minderjarige] ook in de toekomst niets meer van zijn biologische vader in de zin van ouder heeft te verwachten, zal daarom het verzoek afwijzen. Nu het verzoek om achternaamswijziging gebaseerd is op het verzoek tot adoptie, zal de rechtbank ook dit verzoek afwijzen.
Kindbrief
[de minderjarige] heeft tijdens het gesprek met de rechtbank duidelijk gemaakt dat hij hoopt dat het verzoek om adoptie wordt toegewezen. De rechtbank vindt het van belang om [de minderjarige] uit te leggen waarom het verzoek wordt afgewezen. Hieronder volgt de tekst van die brief, zodat beide ouders weten welke uitleg [de minderjarige] heeft ontvangen.
Beste [de minderjarige] ,
Op 9 maart 2026 ben je bij de rechtbank geweest voor een gesprek met één van de rechters.
Je hebt tijdens het gesprek verteld dat je graag wil dat jouw stiefvader jou mag adopteren. Je hebt heel duidelijk uitgelegd waarom dat zo belangrijk voor je is. Je voelt je echt deel van het gezin van je moeder, je stiefvader, je halfbroers en halfzus. Ik vond het heel mooi om te horen dat je moeder en je stiefvader ervoor hebben gezorgd dat je je zo fijn voelt binnen het gezin. Je bent boos op je vader, omdat hij niet voor jou en je moeder heeft gezorgd.
Je vertelde ook dat je voor ons gesprek in de wet had gekeken en had gelezen dat de voorwaarden voor adoptie heel streng zijn. Dat is ook zo en daarom hebben de rechters het verzoek afgewezen. Ik zal je hierna uitleggen waarom.
Na ons gesprek hebben de rechters met je moeder, je stiefvader en je biologische vader gepraat. Je biologische vader heeft toen verteld dat hij je in de steek heeft gelaten toen je klein was. Hij had veel problemen en hij was druk bezig om die problemen op te lossen en toen heeft hij geen tijd meer voor jou vrij gemaakt. Hij is daar verdrietig over en zou graag weer contact met je willen. Hij begrijpt dat jij dat nu niet wilt, maar hoopt dat je daar ooit anders over gaat denken.
De gevolgen van adoptie zijn heel groot, omdat de familieband met je biologische vader en de rest van jouw familie van de kant van jouw vader helemaal wordt verbroken. Wij weten dat jij dat nu niet erg vindt. Maar wij weten niet zeker of dit in de toekomst voor jou toch anders kan gaan voelen.
Onze beslissing betekent dat alles blijft zoals het was. Je stiefvader blijft voor je gevoel je vader en jij blijft voor zijn gevoel zijn zoon. Wij weten dat dit niet is waar je op gehoopt had. Wij hopen dat het voor jou duidelijk is waarom wij deze beslissing genomen hebben.
Met vriendelijke groet,
de kinderrechters

Beslissing

De rechtbank:
wijst de verzoeken af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. R.S. Matthijssen, A.C. Olland, A.M. Brakel, kinderrechters, bijgestaan door de griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 april 2026.
De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.