Uitspraak
Wijziging zorgregeling
Beschikking op het op 5 maart 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift met een zelfstandig verzoek.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 in [geboorteplaats] ( [de minderjarige 2] );
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats] ( [de minderjarige 1] ).
- De vader heeft de kinderen erkend.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit, ingevolge aantekeningen in het gezagsregister van 10 augustus 2016 en 31 januari 2018.
- De ouders zijn in 2024 een (nieuw) ouderschapsplan overeengekomen. Hierin is vastgelegd dat de kinderen op maandag en dinsdag bij de vader zijn, op woensdag en donderdag bij de moeder, en afwisselend op vrijdag, zaterdag en zondag bij de moeder, dan wel de vader.
- te bepalen dat de zorgregeling wordt gewijzigd, in die zin dat [de minderjarige 2] en [de minderjarige 1] in de even weekenden en de oneven weken bij de vader verblijven en in de oneven weekenden en de even weken bij de moeder, waarbij de wisseldag op vrijdag is, en de kinderen na het avondeten door de ouder bij wie zij verblijven met alle spullen voor de komende week naar de andere ouder worden gebracht;
- te bepalen dat de kinderen in de even jaren in de voorjaarsvakantie bij de vader verblijven en in de herfstvakantie bij de moeder, en in de oneven jaren vice versa, dat in de meivakantie de reguliere zorgregeling doorloopt en dat de zomervakantie bij helfte drie om drie weken verdeeld wordt.
primair: de moeder niet-ontvankelijk te verklaren;