ECLI:NL:RBDHA:2026:14030

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 april 2026
Publicatiedatum
29 mei 2026
Zaaknummer
C/09/692906 / FA RK 25-7682
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing omgangsregeling tussen oom en tante en minderjarige kinderen wegens gebrek aan vertrouwen en noodzaak tot rust

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de oom en tante tot het vaststellen van een omgangsregeling met hun minderjarige neef en nicht, waarbij de moeder aanvullend verzocht om geen omgang toe te staan. Eerder was bepaald dat alleen de moeder het gezag over de kinderen heeft en dat hulpverlening noodzakelijk was om de verstoorde verhoudingen te verbeteren.

De rechtbank constateerde dat de moeder sinds drie jaar geen middelen meer gebruikt en onder behandeling is bij GGZ Rivierduinen, waarbij haar stoornis in remissie is. De kinderen verkeren in goede sociale en schoolse omstandigheden. De oom en tante hebben een nauwe persoonlijke betrekking met de kinderen, maar het vertrouwen tussen partijen ontbreekt volledig.

Ondanks pogingen tot contactherstel via hulpverleningsinstanties en gesprekken, is er geen draagvlak bij de moeder om omgangsgesprekken te voeren, mede door het ingestelde hoger beroep en de daarmee gepaard gaande spanning. De rechtbank weegt het belang van rust en stabiliteit voor de kinderen en moeder zwaarder dan het belang van de oom en tante bij omgang.

De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe om geen omgang toe te staan en wijst het verzoek van de oom en tante af. Er wordt geen raadsonderzoek of bijzondere curator benoemd, omdat er geen zorgen over de kinderen zijn. De proceskosten worden door partijen zelf gedragen.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek van de moeder toe en bepaalt dat er geen omgang zal plaatsvinden tussen de oom en tante en de minderjarige kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-7682
Zaaknummer: C/09/692906
Datum beschikking: 28 april 2026

Omgang

Beschikking op het op 9 oktober 2025 ingekomen verzoek van:

[de oom] ,

[de tante] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. J.X.C. Peters te Woudenberg.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder]

,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: C. Arslaner te Leidschendam.

Procedure

Bij beschikking van 12 december 2025 heeft deze rechtbank:
 bepaald dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarigen:
 [de minderjarige 1] (hierna: [de minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats 1] , [land] ;
 [de minderjarige 2] (hierna: [de minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats 2] ;
 het verzoek inzake de omgangsregeling aangehouden zodat partijen onder begeleiding van hulpverlening aan hun onderlinge verhouding en communicatie kunnen werken.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken waaronder nu ook:
 de brief van 20 maart 2026 van de oom en tante, met bijlagen;
 de brief van 20 maart 2026 van de moeder, met bijlagen;
 de brief van 26 maart van de oom en tante, met bijlagen;
 het bericht van 29 maart 2026 van de moeder, met bijlagen.
De minderjarige [de minderjarige 1] heeft zich op 30 maart 2026 in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 31 maart 2026 is de behandeling op de zitting van deze rechtbank voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
 de oom en tante bijgestaan door hun advocaat;
 de moeder bijgestaan door haar advocaat;
 [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Weergave van de nog voorliggende verzoeken
De oom en tante:
  • handhaven de eerdere gedane verzoeken uit de beschikking van 12 december 2025;
  • verzoeken een onderzoek te gelasten en/of bijzonder curator aan te wijzen ter behartiging van de belangen van de kinderen en hangende dit onderzoek een voorlopige omgangsregeling te gelasten.
De moeder verzoekt nu aanvullend om te bepalen dat er geen omgang zal plaatsvinden tussen de oom en tante en de kinderen.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij beschikking van 12 december 2025 is overwogen en beslist.
Omgangsregeling
De rechtbank heeft bij beschikking van 12 december 2025 bepaald dat er op dat moment nog geen ruimte bestond om een omgangsregeling tussen de oom en tante en de kinderen vast te stellen en dat er eerst hulpverlening noodzakelijk was om de onderlinge verhoudingen tussen moeder en de oom en tante te herstellen. De rechtbank heeft daartoe het volgende overwogen:
“Vaststaat dat de oom en tante altijd nauw betrokken zijn geweest bij het leven van de
kinderen en dat zij in een nauwe persoonlijke betrekking tot hen staan. Zij hebben vanaf
jonge leeftijd op verschillende momenten mede voor de kinderen gezorgd (ook wanneer de
moeder daartoe niet in staat was), waardoor zij belangrijke hechtingsfiguren voor de
kinderen zijn geworden. Het is daarom in het belang van de kinderen dat het contact met de
oom en tante op termijn wordt behouden.
Gelet op de huidige, sterk verstoorde verhoudingen en de schadelijke impact hiervan op de
kinderen, ziet de rechtbank op dit moment geen ruimte om een omgangsregeling vast te
stellen. Zoals ook door de Raad is benadrukt, dienen de oom en tante te accepteren dat de
moeder de primaire verzorgster van de kinderen is en dat het, in het belang van de kinderen,
noodzakelijk is dat zij voorlopig een stap terug doen. De kinderen hebben rust nodig. Het is
begrijpelijk dat de oom en tante, mede gezien het verleden van de moeder, zorgen hebben,
maar de moeder moet nu de gelegenheid en ruimte krijgen om haar rol als ouder op een
stabiele wijze vorm te geven.
Omdat de communicatie en verstandhouding tussen partijen zeer moeizaam verloopt, is de
rechtbank het eens met het advies van de Raad dat er door een onafhankelijke partij regie
moet worden gevoerd zodat partijen, met ondersteuning van een regievoerder, de onderlinge verhoudingen kunnen herstellen. De rechtbank acht het van groot belang dat partijen, zo snel mogelijk, met elkaar in gesprek gaan om bestaande emoties, verdriet en frustraties uit te spreken, zodat op termijn de omgang weer kan plaatsvinden. De rechtbank verwacht van de moeder (als gezaghebbende ouder) dan ook dat zij Oog voor Thuis inschakelt voor regievoering en andere hulpverlening zoekt, bijvoorbeeld via Family Supporters, ter verbetering van de onderlinge verhouding en communicatie. De rechtbank gaat ervan uit dat de oom en tante daaraan zullen meewerken.”
Uit de stukken en wat op de zitting naar voren is gekomen, is de rechtbank het volgende gebleken. De moeder heeft op 19 december 2025 Oog voor Thuis ingeschakeld als regievoerder om de onderlinge verhouding en communicatie te verbeteren. Op 9 januari 2026 heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen de moeder en Oog voor Thuis. In dit gesprek werd duidelijk dat Oog voor Thuis geen regievoerder kan zijn met betrekking tot het verbeteren van de onderlinge verhouding en communicatie tussen de moeder en de oom en tante, omdat de regievoering ziet op het ouderdeel. Oog voor Thuis heeft de moeder daarom doorverwezen naar Tom in de Buurt. Er hebben bij Tom in de Buurt twee separate gesprekken plaatsgevonden: op 5 maart 2026 met de moeder en op 12 maart 2026 met de oom en tante. In de terugkoppeling van 13 maart 2026 van Tom in de Buurt over de gesprekken wordt het volgende geconcludeerd:
“Mijns inziens kunnen contactherstelgesprekken helpen om jullie over en weer te kunnen laten uitspreken over het leed over en weer. Dit staat nu tussen eventueel contactherstel in. Daarbij is het belangrijk dat beide partijen het leed van de ander kunnen horen, hierop kunnen reflecteren en ieders eigen aandeel kunnen inzien. Dit kan plaatsvinden in de vorm van systeemgesprekken, waarbij de gesprekken worden geleid door een coach (Desgewenst van Tom in de buurt) die hierin een specialisme heeft. Deze is gebonden aan meervoudige partijdigheid. Dit betekent dat deze niet alleen onpartijdig is, maar ook partijdig voor het welzijn van alle deelnemers.
Op dit moment lijkt het nog te vroeg om direct dergelijke gesprekken te voeren. [de moeder] wil hier wel aan deelnemen, maar niet voordat er schriftelijk erkenning wordt gegeven aan de voor haar belangrijke punten in het verweerschrift en de omgangsregeling. Dit heb ik in het gesprek met [de oom] en [de moeder] al meegegeven, waarbij ik hen heb gevraagd hierover na te denken hoe zij dit vorm kunnen geven.
Zoals eerder aangegeven wenst [de moeder] deze mail via een tussenpersoon te ontvangen, dat mag via dit mailadres, of via jullie advocaten. [de moeder] zal dan via de tussenpersoon laten weten of er een goede basis is gelegd voor verdere gezamenlijke gesprekken.
[de tante] en [de oom] hebben voorgesteld om een eventueel eerste gesprek via Teams te laten verlopen, waarbij beide partijen in een voor hen vertrouwde omgeving het gesprek kunnen voeren. Dit kunnen wij eventueel faciliteren.
Na beide gesprekken te hebben gevoerd, concludeer ik dat er enerzijds een hele voorzichtige
toenadering is om het contact te herstellen, anderzijds heb ik twee mensen gesproken die dit heel graag willen. Zonder een schuldige aan te wijzen, is er sprake van een geschaad vertrouwen. Er is uiteraard geen garantie op contactherstel, ook niet wanneer wij hiervoor een traject voor jullie starten. Deze gesprekken kunnen jullie eventueel wel helpen om het geleden leed uit te spreken. Of dit leidt tot een succesvol traject ligt aan de inzet, herstellen van vertrouwen en een stukje moed.”
Vervolgens heeft de moeder op 13 maart 2026 vernomen dat de oom en tante op 12 maart 2026 hoger beroep hebben ingesteld tegen de beschikking van 12 december 2025. In dit hoger beroep wordt door de oom en tante onder meer een verklaring gedateerd van 8 maart 2026 overlegd van hun buren waarin die daarin het volgende verklaren:
“Pas tijdens een eerste etentje met elkaar ontdekten we dat de kinderen van de zus van [de tante]
waren, [de tante] vertelde dat de kinderen bij hen verbleven omdat de natuurlijke moeder niet in staat was om voor de kinderen te zorgen. De natuurlijke moeder hebben we slechts eenmaal ontmoet tijdens een buurtbarbecue. De laatste tijd treffen we de kinderen niet meer aan. Uit een gesprek met [de tante] blijkt, omdat de natuurlijke moeder de aanwezigheid van de kinderen weer opeist.”
Na deze terugkoppeling van Tom in de Buurt zijn er geen verdere stappen gezet in de weg naar herstel van de onderlinge verhoudingen en communicatie.
Standpunt van de oom en tante
De oom en tante zijn van mening dat de omgangsregeling met de kinderen zo spoedig mogelijk opgestart moet worden. Zij geven daarnaast aan dat zij in hoger beroep zijn gegaan tegen de beschikking van 12 december 2025, omdat volgens hen de moeder het dossier bij Oog voor Thuis heeft laten sluiten, er niet gekeken wordt voor hulpverlening voor de kinderen en de moeder meermaals nadrukkelijk heeft aangegeven niet met de oom en tante in gesprek te willen gaan. De oom en tante hebben op de zitting hun bereidheid uitgesproken om te kijken naar hun aandeel in de situatie uit het verleden als dat de gesprekken, die uiteindelijk kunnen leiden tot omgang, opgestart kunnen worden. Volgens de oom en tante verschillen de belangen van de kinderen zodanig met die van de moeder, dat zij een raadsonderzoek of een benoeming van een bijzonder curator in het belang achten van de kinderen. De oom en tante geven aan zich opzij gezet te voelen door de moeder en zij zouden graag omgang met de kinderen willen om de hechte band die zij jaren gehad hebben, gezien de nauwe persoonlijke betrekking, te behouden. De oom en tante geven aan te accepteren en respecteren dat de moeder meer afstand wil en zij niet het gevoel wil hebben dat de oom en tante meeouders zijn. Wel willen zij tezamen met de moeder een nieuwe modus vinden om tot een juiste verstandhouding te komen. Op dit moment ervaren zij niet dat de moeder dezelfde intentie heeft en ook niet dat de moeder het belang ervan inziet dat het contact tussen de oom en tante en de kinderen wordt hersteld.
Standpunt van de moeder
Voor de moeder voelt het alsof de oom en tante geen inzicht hebben in hun eigen gedrag en handelswijze. Zij ervaart constant juridische druk van de zijde van de oom en tante. Dat komt mede omdat de oom en tante constant bezig zijn persoonlijke informatie te wisselen met derden en steeds meer mensen te betrekken in hun conflict. Zij proberen de moeder en haar kinderen in hun invloedsfeer te behouden en controle over hen te blijven uitoefenen. Ondanks de aanvallen, druk en manipulatie door oom en tante geeft de moeder aan dat zij gezond en stabiel is. De moeder geeft aan dat de kinderen duidelijk hebben aangegeven dat zij behoefte hebben aan rust en niet opnieuw onder druk willen worden gezet rondom contact met oom en tante of het volgen van therapie waar oom en tante al lange tijd op aandringen. De moeder benadrukt dat ze de afgelopen periode heeft laten zien dat het verminderen van conflict en druk zijdens oom en tante een positief effect heeft gehad op het emotionele welzijn van de kinderen. De moeder geeft aan dat zij pogingen heeft gedaan om mogelijkheden voor contactherstel te onderzoeken om te kijken of er een basis kon worden gevonden voor herstel van communicatie. Het kennisnemen van het ingestelde hoger beroep en in dit verband opnieuw delen van uitgebreide persoonlijke en medische informatie over haar en haar kinderen en het betrekken van meerdere personen uit haar privé- en sociale omgeving bij het conflict, zorgen opnieuw voor veel spanning en stress. De moeder geeft aan dat het hierdoor voor haar steeds lastiger wordt om vertrouwen op te bouwen en stappen te overwegen richting contactherstel. De moeder heeft daarom een zelfstandig verzoek ingediend waarin zij verzoekt te bepalen dat er geen omgang plaatsvindt tussen de kinderen en de oom en tante.
Advies van de Raad
Op de zitting is de Raad om advies gevraagd. De Raad kan zich vinden in de beschikking van 12 december 2025 waarin de moeder met het eenhoofdig gezag is belast. Naar het oordeel van de Raad gaat het goed met de moeder en is zij in staat om voor de kinderen te zorgen. De Raad vindt het moeilijk om te zien dat er zoveel derden bij de situatie worden betrokken en dat het mede daarom veel moeite kost om de onderlinge verhouding te herstellen. Er is op dit moment volgens de Raad zo weinig basis van vertrouwen, dat omgang niet tot stand kan komen. De Raad benadrukt daarnaast dat het hulpaanbod van Tom van de Buurt nog steeds staat, mocht hier in de toekomst verandering in komen.
De rechtbank zal het verzoek van de moeder om geen omgang vast te stellen toewijzen en legt hierna uit waarom.
De rechtbank constateert dat het met de moeder goed gaat. De moeder stelt al drie jaar geen alcohol en cannabis meer te gebruiken. Zij staat onder behandeling bij GGZ Rivierduinen voor haar Bipolaire-I-stoornis waar op korte termijn een herdiagnose zal plaatsvinden, omdat er twijfels bestaan over deze diagnose. Deze stelling van de moeder wordt ondersteund door het door haar als productie 32 overgelegde psychiatrisch rapport van 31 januari 2026. Daarin wordt geconcludeerd dat de stoornis in alcohol- en cannabisgebruik langdurig en volledig in remissie is en dat de Bipolaire-I-stoornis ook in langdurige symptomatische remissie is.
Verder is de rechtbank gebleken dat het met de kinderen goed gaat, zowel op sociaal gebied als op school. Zij vinden het gezellig bij en met hun moeder, en ook met oma die bij hen in woont. Uit de overlegde informatie van de school en BSO blijkt dat het met [de minderjarige 2] goed gaat en dat ze zich dit schooljaar positief heeft verbeterd. [de minderjarige 1] heeft in het gesprek met de rechter aangegeven dat het nog onzeker is of hij dit schooljaar over gaat, maar hij zegt wel goed in zijn vel te zitten, minder verlegen te zijn dan voorheen en een aantal vrienden te hebben.
Zoals de rechtbank in de eerdere beschikking van 12 december 2025 al overwogen heeft, staat het vast dat er tussen de kinderen en de oom en tante sprake is van een nauwe persoonlijke betrekking als bedoeld in artikel 1:377a BW. Hieruit volgt dat de oom en tante recht hebben op omgang met de kinderen. Echter, volgens de uitspraak van het Europees Hof van de Rechten van de Mens (EHRM 15 september 2011, 17080/07 (
Schneider/Duitsland)) moet het belang van het kind wel telkens worden afgewogen tegen het belang van alle betrokken.
De rechtbank is gebleken dat er op dit moment bij de moeder geen draagvlak is om herstelgesprekken met de oom en tante te voeren, mede gelet op de instelling van het hoger beroep. Naar het oordeel van de rechtbank is dit gebrek aan draagvlak niet slechts uit onwil van de moeder, zoals de oom en tante stellen, maar speelt ook mee dat het ingestelde hoger beroep met de daarbij overgelegde producties veel spanning en stress voor de moeder meebrengt. Deze spanning en stress hebben ook zijn weerslag op de kinderen, terwijl in de tussenbeschikking van 12 december 2025 juist is overwogen dat de kinderen en de moeder nu behoefte hebben aan een periode van rust.
De oom en tante hebben deze behoefte aan rust niet kunnen accepteren. Zo hebben zij vrijwel direct na de laatste zitting van 14 november 2025 zelfstandig contact opgenomen met Oog voor Thuis. Daarnaast hebben de oom en tante op 2 december 2025 aan de moeder gevraagd om hen informatie te sturen over de kinderen en hebben zij op 21 december 2025 gevraagd of zij de kinderen in de kerstvakantie zouden mogen zien. De oom en tante hebben herhaaldelijk aangedrongen op sneller handelen van de moeder. Daarnaast hebben de oom en tante in het kader van het hoger beroep wederom belastende verklaringen van derden over de moeder laten opstellen.
Het is zowel in het belang van de kinderen als in het belang van de moeder dat zij nu rust krijgen. Een vorm van omgang kan een meerwaarde hebben voor de kinderen, gelet op de nauwe betrokkenheid in hun leven van de oom en tante, maar dit kan alleen indien er vertrouwen is tussen de moeder en de oom en tante. Dit vertrouwen ontbreekt op dit moment volledig. De oom en tante blijven terugkomen op gebeurtenissen uit het verleden en lijken niet te willen inzien dat de moeder enorme stappen heeft gemaakt. De oom en tante lijken haar niet te kunnen steunen om op deze weg door te gaan.
Concluderend vindt de rechtbank dat deze belangen van de kinderen en de moeder zwaarder wegen dan het belang van de oom en tante bij contact met de kinderen. Daarom zal de rechtbank het verzoek van de moeder toewijzen onder afwijzing van het verzoek van de oom en tante voor het vaststellen van een (voorlopige) omgangsregeling.
Met de Raad ziet de rechtbank verder geen aanleiding voor het gelasten van een raadsonderzoek of het benoemen van een bijzonder curator, omdat er op dit moment geen zorgen over de kinderen zijn. Gebleken is immers dat het nu goed met hen gaat.
De rechtbank wijst partijen erop dat het hulpaanbod van Tom in de Buurt nog altijd geldt en dat een vorm van omgang tussen de oom en tante en de kinderen in de toekomst nog steeds een mooi streven is.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat er geen omgang zal plaatsvinden tussen de oom en tante en de minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats 1] , [land] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats 2] ;
en verklaart deze bepaling uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Brakel, kinderrechter, bijgestaan door mr. R. Warmerdam als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 april 2026.