ECLI:NL:RBDHA:2026:13999
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie ontving deze aanvraag op 20 januari 2025. Volgens de geldende regels moest de minister binnen zes maanden beslissen, maar vanwege een besluitmoratorium voor Syrië gold een verlengde beslistermijn van maximaal 21 maanden.
Eiser stelde de minister op 19 januari 2026 schriftelijk in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg was, omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep van eiser tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.B. Thépass en is openbaar bekendgemaakt op 20 april 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.