Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, werd op 16 mei 2026 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat hij onrechtmatig was opgehouden omdat de ophouding niet op de juiste wettelijke grondslag zou zijn gebaseerd. De rechtbank oordeelde dat de ophouding terecht was gebaseerd op artikel 50, derde lid, van de Vw, omdat eiser een foto van een paspoort toonde die voldoende duidelijkheid gaf over zijn identiteit.
Verweerder voerde als zware gronden voor bewaring onder meer dat eiser Nederland niet op de voorgeschreven wijze was binnengekomen en dat hij had aangegeven niet te zullen terugkeren naar Algerije. Eiser betwistte slechts één zware grond, namelijk dat hij zich aan toezicht zou hebben onttrokken, maar dit werd door de rechtbank niet relevant geacht omdat andere zware gronden voldoende waren.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig was en dat er geen feiten of omstandigheden waren die de bewaring onrechtmatig maakten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Ook werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.