ECLI:NL:RBDHA:2026:13956
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op 22 april 2025. De minister van Asiel en Migratie moest binnen zes maanden beslissen, maar vanwege een besluitmoratorium voor Syrië werd deze termijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 21 januari 2027 viel.
Eiser stelde de minister op 30 december 2025 schriftelijk in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg was, omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep van eiser kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en besloot het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.B. Thépass op 8 april 2026.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.