Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De inhoud van de vordering
3.De grondslag voor ontneming
4.De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
bijlageaan dit vonnis gehecht. De voor de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel redengevende feiten en omstandigheden ontleent de rechtbank rechtstreeks aan de in de strafzaak gebezigde bewijsmiddelen. In de ontnemingszaak verbindt de rechtbank op grond van dezelfde overwegingen dezelfde gevolgtrekkingen aan die bewijsmiddelen als in de strafzaak;
€ 2.000,-.
€ 1.500,-heeft ontvangen. Wat betreft de inkomsten uit loon is gebleken dat dit giraal werd betaald aan de veroordeelde en dat niet aannemelijk was dat hij daarnaast nog contante inkomsten uit loon heeft ontvangen.
€ 16.043,65, bestaande uit een bedrag van € 15.343,65 en een bedrag van € 700,-, aan contante opnamen heeft gedaan. De rechtbank zal daarom, in afwijking van de kasopstelling, uitgaan van een bedrag van € 16.043,65 aan contante opnamen.
€ 17.543,65 (€ 16.043,65 + € 1.500,-)aan totale legale contante ontvangsten gedurende de onderzoeksperiode.
€ 1.135,-en
€ 40.100,-, aangetroffen.
€ 41.235,-.
€ 31.543,66aan contante stortingen.
€ 7.809,30dan ook aanmerken als wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde.
€ 4.668,10betrekken bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde.
€ 7.836,96dan ook aanmerken als wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde.
€ 11.162,-contant heeft uitgegeven. De rechtbank zal dat bedrag dan ook aanmerken als wederrechtelijk verkregen voordeel van de veroordeelde.
€ 84.711,37.
5.De vaststelling van de betalingsverplichting
€ 35.667,07.
6.Het toepasselijke wetsartikel
7.De beslissing
€ 84.711,37;
€ 35.667,07aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel;