ECLI:NL:RBDHA:2026:13887
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beroep verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin zijn bezwaar tegen de afwijzing van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 8 EVRM Pro ongegrond werd verklaard.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 21 oktober 2025, gelijktijdig met het beroep. Inmiddels heeft de rechtbank bij uitspraak van 20 mei 2026 in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.6991) uitspraak gedaan, waardoor de voorlopige voorziening niet langer nodig is.
Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €194 en proceskosten van €934 aan verzoeker, aangezien de kosten voor het bijwonen van de zitting in de hoofdzaak worden vergoed.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.G.M. van Veen en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.