Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13879

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
28 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
NL25.43026
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 VwArt. 14 VwArt. 64 VwArt. 29 VwArt. 5 Terugkeerrichtlijn
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek Egyptische politieke activist wegens ontbreken reëel risico op vervolging

Eiser, een Egyptische staatsburger en voormalig politiek activist, diende op 30 december 2022 een asielverzoek in dat op 5 september 2025 door de minister van Asiel en Migratie werd afgewezen. De minister oordeelde dat eiser, ondanks zijn politieke activiteiten en eerdere detentie, geen aannemelijk risico liep op vervolging bij terugkeer naar Egypte.

De rechtbank behandelde het beroep op 24 april 2026, waarbij eiser niet persoonlijk aanwezig was maar werd vertegenwoordigd. De rechtbank overwoog dat hoewel eiser in het verleden is opgepakt en ondervraagd vanwege zijn politieke activiteiten, hij sinds 2013 geen concrete problemen meer heeft ondervonden en zelfs meerdere keren naar Egypte is teruggekeerd. De enkele aansluiting bij een risicoprofiel is onvoldoende om een reëel risico aan te nemen.

Daarnaast stelde eiser aanspraak te maken op een verblijfsvergunning op grond van traumatabeleid, maar de rechtbank vond dat de traumatische gebeurtenis in 2013 niet de directe aanleiding was voor zijn vertrek uit Egypte. Ook werd geen privé- of familieleven in Nederland vastgesteld dat een terugkeerbesluit zou verhinderen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een reëel risico op vervolging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.43026

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. E. Derksen),
en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. O Sari).

Inleiding

1.1
Op 30 december 2022 heeft eiser een asielverzoek ingediend. Dit verzoek is door de minister bij besluit van 5 september 2025 (het bestreden besluit) afgewezen op grond van artikel 31, eerste lid, Vw [1] . Daarbij is tevens ambtshalve geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, Vw verleend. Ook is niet ambtshalve uitstel van vertrek verleend op grond van artikel 64 Vw Pro.
1.2
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
1.3
De rechtbank heeft het beroep op 24 april 2026 op zitting behandeld. Eiser is niet verschenen, maar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Wat vindt de rechtbank?

Ten aanzien van de afwijzing van het asielverzoek
Het asielrelaas
2. Eiser stelt van Egyptische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1971. Eiser is politiek actief geweest in het belang van de democratie. Eiser staat achter regeringen die op democratische wijze gekozen worden en was tegen de staatsgreep. Eiser heeft zich daarover uitgesproken, onder meer door kritiek te uiten op politiegeweld en de langdurige detentie van activisten. Eiser heeft deelgenomen aan protesten, bijgedragen aan een petitie, artikelen gepubliceerd en zich op sociale media uitgelaten. Hiervoor is hij enkele keren ondervraagd; de laatste keer was in 2018, toen hij vijf dagen werd vastgehouden. Bij zijn terugkeer naar Egypte in 2022 is eiser op het vliegveld nogmaals vijf uur ondervraagd.
Standpunten partijen
3.1
De minister heeft eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig geacht. Verder heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat eisers politieke overtuiging, de politieke activiteiten die hij in Egypte heeft verricht alsmede de problemen die hij in verband hiermee heeft ondervonden geloofwaardig zijn, maar wel marginaal van aard. De minister stelt zich daarom op het standpunt dat eiser niet aannemelijk heeft weten te maken dat hij bij terugkeer naar Egypte te vrezen heeft voor vervolging dan wel een reëel risico loopt op ernstige schade.
3.2
Eiser heeft de juistheid van het standpunt van de minister gemotiveerd betwist. Op hetgeen hij in dit verband heeft aangevoerd zal hieronder – voor zover relevant – worden ingegaan.
Is sprake van een reëel risico op ernstige schade?
4.1
Eiser wijst erop dat in het landgebonden beleid inzake Egypte wordt aangegeven dat (online) journalisten, mensenrechtenverdedigers, politiek opposanten en activisten, die significante kritiek hebben geuit op de autoriteiten/regeringsbeleid, als risicogroep worden aangemerkt, omdat uit het ambtsbericht blijkt dat zij te maken kunnen krijgen met arrestatie en detentie. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in het bestreden besluit in dit verband op goede gronden en voldoende gemotiveerd overwogen dat de enkele omstandigheid dat eiser voldoet aan een in het landgebonden beleid genoemd risicoprofiel op zichzelf niet zonder meer voldoende is om een reëel risico aannemelijk te achten en dat het alsnog aan eiser is om aannemelijk te maken dat hij persoonlijk te vrezen heeft voor vervolging.
4.2
De rechtbank overweegt allereerst dat de minister in het voornemen heeft overwogen dat eiser zelf heeft aangegeven dat hij bij terugkeer naar Egypte zijn mening niet publiekelijk zal uiten en zich zal conformeren aan de bestaande situatie en dat het daardoor onvoldoende aannemelijk is dat hij zich bij terugkeer daadwerkelijk op een wijze zal uiten die leidt tot vervolging. Eiser heeft dit in zowel de zienswijze als de gronden van beroep niet gemotiveerd betwist.
4.3.1
Eiser heeft erop gewezen dat de minister geloofwaardig heeft geacht dat hij in het verleden is opgepakt vanwege zijn politieke activiteiten waarbij hij is blootgesteld aan elektrische schokken hetgeen als daad van vervolging moet worden aangemerkt. Eiser stelt daarbij onder verwijzing naar artikel 4, vierde lid van de Kwalificatierichtlijn dat, nu hij in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolgingshandelingen van de zijde van de Egyptische autoriteiten, er vanuit moet worden gegaan dat aannemelijk is dat hij bij terugkeer naar Egypte een reëel risico loopt op ernstige schade en dat het aan de minister is om het tegendeel aan te tonen. Volgens eiser is de minister hierin niet geslaagd.
4.3.2
De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog. Uit artikel 4, volgt dat, indien een vreemdeling in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging of ernstige schade, of dat hij rechtsreeks is bedreigd met vervolging of ernstige schade - dit een duidelijke aanwijzing is dat de vrees voor vervolging gegrond is en het risico op het lijden van ernstige schade reëel, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen. Dit artikel brengt een zwaardere motiveringsplicht voor de minister met zich mee dan bij asielaanvragen waarbij geen sprake is van een eerdere blootstelling aan vervolging of ernstige schade. Dit betekent echter niet dat – zoals eiser stelt – de minister moet aantonen dat geen sprake is van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer van eiser naar Egypte. Verder is de rechtbank van oordeel dat de minister in de onderhavige procedure wel heeft voldaan aan de zwaardere motiveringsplicht in de hiervoor bedoelde zin door te overwegen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij – ondanks de eerdere geloofwaardig geachte vervolgingsdaad die in 2013 heeft plaatsgevonden – nog steeds te vrezen heeft voor vervolging. Daarbij heeft de minister op goede gronden betrokken dat eiser sinds 2013 geen daadwerkelijke problemen met de autoriteiten heeft ondervonden en dat – voor zover hij in die periode wel in contact is geweest met de autoriteiten – een connectie met eisers politieke activiteiten niet aannemelijk is gemaakt. Voor zover namens eiser ter zitting naar voren is gebracht dat aan eiser in 2018 ook elektrische schokken zijn toegediend overweegt de rechtbank dat eiser daarvan geen melding heeft gemaakt tijdens het nader gehoor zelf. Niet valt in te zien dat eiser een dergelijke ingrijpende gebeurtenis niet zou noemen als wordt gevraagd naar de redenen van zijn vrees voor vervolging. De rechtbank wijst er verder op dat eiser na zijn vlucht nog twee keer naar Egypte is teruggekeerd. Zoals ook door de minister is overwogen is dit geen indicatie van een zodanige vrees voor vervolging dat terugkeer van eiser naar Egypte niet van eiser mag worden verlangd. Voor zover eiser stelt dat hij in Egypte in 2022 op de luchthaven is vastgehouden is de rechtbank van oordeel dat – zoals ook door de minister in het bestreden besluit is overwogen – eiser niet aannemelijk heeft weten te maken dat dit te maken heeft met eisers politieke activiteiten in het verleden dan wel zijn sindsdien in Nederland voortgezette politieke activiteiten op social media. Eiser is immers na het betalen van steekpenningen weer vrijgelaten.
Het traumatabeleid
5.1
Eiser stelt dat hij in aanmerking dient te komen voor een verblijfsvergunning op grond van het traumatabeleid, omdat hij voldoet aan de voor dat beleid geldende voorwaarden zoals neergelegd in paragraaf C2/3.3.2.2 Vc.
5.2
In paragraaf C2/3.3.2.2 Vc staat – voor zover hier relevant - het volgende:
“De IND verleent de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, Vw, aan de vreemdeling die verder voldoet aan alle volgende voorwaarden:
(…);
“de vreemdeling heeft aannemelijk gemaakt dat deze gebeurtenis aanleiding is geweest voor het vertrek uit het land van herkomst.”
(…);
“Het causale verband tussen traumatische gebeurtenis en de reden van vertrek wordt aangenomen, als de vreemdeling binnen zes maanden na de traumatische gebeurtenis het land van herkomst heeft verlaten.”
(…).
5.3
De rechtbank is – mede gelet op hetgeen hiervoor onder rechtsoverweging 4.3.2 is overwogen – van oordeel dat de minister zich het bestreden besluit terecht op het standpunt heeft gesteld dat dit standpunt niet kan slagen, omdat eiser na de traumatische gebeurtenis in 2013 nog 8 jaar in Egypte heeft gewoond zonder verdere problemen. Die gebeurtenis is dus niet de directe aanleiding geweest voor het vertrek van eiser uit Egypte.
Is de weigering een verblijfsvergunning te verlenen in strijd met artikel 8 EVRM Pro [2] ?
6. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 5 van Pro de Terugkeerrichtlijn bij het uitvaardigen van een terugkeerbesluit rekening moet worden gehouden met het familie- en privéleven. Uit wat door eiser is aangevoerd kan echter niet worden opgemaakt dat hij in Nederland privéleven heeft opgebouwd dat aan het opleggen van een terugkeerbesluit in de weg staat. Voor zover eiser bedoelt te stellen dat een volledige toetsing aan artikel 8 van Pro het EVRM had moeten plaatsvinden, kan eiser daarin niet worden gevolgd. Als eiser meent aan artikel 8 van Pro het EVRM verblijfsrecht te kunnen ontlenen, kan hij een daartoe strekkende aanvraag indienen.
Verblijf op medische gronden
7. De rechtbank stelt vast dat eiser het in beroep ingenomen standpunt dat sprake is van medische omstandigheden die nopen tot verlening van een verblijfsvergunning ter zitting heeft laten vallen.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, rechter, in aanwezigheid van M.J. Kambeel, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.(Europees) Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.