ECLI:NL:RBDHA:2026:13874
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiseres, afkomstig uit Syrië, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend op 6 april 2024. De minister van Asiel en Migratie moest in beginsel binnen zes maanden beslissen, maar vanwege een besluitmoratorium voor Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot en met 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar tot maximaal 21 maanden.
De minister diende uiterlijk op 6 oktober 2025 te beslissen. Eiseres stelde de minister op 18 juli 2025 in gebreke, maar dit was nog vóór het verstrijken van de verlengde beslistermijn. Hierdoor is de ingebrekestelling te vroeg ingediend en is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en kwam niet toe aan het vaststellen van een eventuele bestuurlijke dwangsom. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 10 april 2026 in Utrecht.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediende ingebrekestelling.