ECLI:NL:RBDHA:2026:13848
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepen niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvragen Syrië
Eisers, neven uit Syrië, hebben gelijktijdig asielaanvragen ingediend bij de minister van Asiel en Migratie. De minister ontving deze aanvragen op 4 augustus 2024 en diende uiterlijk binnen zes maanden te beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië, dat gold van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 4 februari 2026 lag.
Eisers stelden de minister op 26 januari 2026 schriftelijk in gebreke, maar de rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestellingen te vroeg zijn ingediend omdat de beslistermijn toen nog niet was verstreken. Hierdoor zijn de beroepen van eisers tegen het uitblijven van een besluit niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank vond het niet nodig partijen uit te nodigen voor een zitting en behandelde de zaken als samenhangend vanwege de gelijke omstandigheden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier C.A.A.W. van der Heijden op 3 april 2026.
Uitkomst: De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestellingen te vroeg zijn ingediend.