Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13839

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 mei 2026
Publicatiedatum
28 mei 2026
Zaaknummer
C/09/686117 / HA ZA 25-481
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Benoeming van deskundigen voor waardering vennootschap onder firma

In deze civiele zaak tussen twee vennootschappen onder firma heeft de rechtbank Den Haag op 13 mei 2026 een tussenvonnis gewezen waarin een deskundigenonderzoek wordt bevolen om de waarde van de vof vast te stellen. De rechtbank benoemt drie deskundigen met elk een eigen expertisegebied: vastgoed en goodwill, inventaris en roerende zaken, en overige posten zoals geldmiddelen en schulden. De deskundigen dienen gezamenlijk tot één waardering te komen met als peildatum 1 juli 2026.

De procedure omvat een online regiezitting waarin de werkwijze en de benoeming van deskundigen zijn besproken. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld kandidaten voor te dragen en hebben ingestemd met de benoeming van de voorgestelde deskundigen. De rechtbank legt de verplichting op aan partijen om mee te werken aan het onderzoek en stelt regels vast over het proces van kostenbegroting, betaling van voorschotten, en het indienen van het deskundigenrapport.

Het rapport moet binnen vier maanden na betaling van het voorschot worden ingediend, met een concept ter inzage voor partijen die binnen vier weken opmerkingen kunnen maken. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en plant een zitting op 17 juni 2026 voor het uitlaten van partijen over de begroting van de deskundigen.

Uitkomst: De rechtbank beveelt een deskundigenonderzoek met benoeming van drie deskundigen en stelt procedurele richtlijnen vast voor de waardering van de vennootschap onder firma.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
Zaak-rolnummer: C/09/686117 / HA ZA 25-481
Vonnis van 13 mei 2026
in de zaak van
[partij A] B.V.te [plaats] ,
eiseres in conventie,
verweerder in reconventie,
hierna te noemen: [partij A] ,
advocaat: mr. E.R. Veldhuizen,
tegen
[partij B] B.V.te [plaats] ,
gedaagde in conventie,
eiseres in reconventie,
hierna te noemen: [partij B] ,
advocaat: mr. F.J. Hordijk.

1.De procedure

1.1.
Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:
- het tussenvonnis van 25 februari 2026;
- de akte uitlaten partijen namens [partij A] , met productie 46;
- de akte uitlaten partijen namens [partij B] .
1.2.
Naar aanleiding van de akten van partijen heeft de rechtbank op 8 april 2026 een online regiezitting gehouden, waarin is besproken hoe partijen de waardering van de vennootschap onder firma voor zich zien. De rechtbank heeft hierbij de voorkeur uitgesproken een commissie te benoemen van drie deskundigen die gezamenlijk tot één waardering komen. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hiervoor kandidaten voor te dragen.
1.3.
Partijen hebben bij akte gereageerd op de regiezitting van 8 april 2026. Die akten maken eveneens deel uit van het procesdossier.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In dit vonnis zal een deskundigenonderzoek worden bevolen.
2.2.
De rechtbank benoemt de onder de beslissing vermelde deskundigen. Aan deze deskundigen worden de in de beslissing vermelde vragen voorgelegd. De deskundigen moeten gezamenlijk komen tot de waardering van de vof. Bij de totstandkoming van het deskundigenrapport worden zij wel geacht hun respectievelijke deskundigheid te respecteren. De rechtbank stelt voor als peildatum 1 juli 2026 te hanteren.
2.3.
De expertisegebieden zien op:
a. het vastgoed, de aanwezige goodwill, de handelsnaam en de huurrechten; de deskundige onder 1 van onderdeel 3.2. van dit vonnis heeft zijn expertise op dit gebied;
b. de gewassen, de bollen, de kantoor- en bedrijfsinventaris en de overige roerende zaken; de deskundige onder 2 van onderdeel 3.2. van dit vonnis heeft zijn expertise op dit gebied;
c. de overige posten waaronder geldmiddelen, vorderingen, certificaten en schulden; de deskundige onder 3 van onderdeel 3.2. van dit vonnis heeft zijn expertise op dit gebied.
2.4.
Partijen hebben voor de onder a. en b. genoemde expertisegebieden dezelfde personen voorgesteld. Op verzoek van de rechtbank hebben deze personen de rechtbank geïnformeerd bereid te zijn en vrij te staan het deskundigenonderzoek uit te voeren. De rechtbank benoemt deze personen zoals in de beslissing is vermeld. Voor expertisegebied c. heeft uitsluitend de door [partij B] voorgestelde heer [naam 1] van [bedrijfsnaam 1] B.V. zich bereid verklaard het onderzoek uit te voeren en ook hij heeft de rechtbank geïnformeerd vrij te staan tegenover partijen. [partij A] heeft de rechtbank geïnformeerd met de benoeming van de door [partij B] voorgestelde deskundigen akkoord te zijn. De rechtbank zal daarom de heer [naam 1] benoemen tot deskundige. Hij zal tevens als voorzitter optreden.
2.5.
In de vorige beslissing is al aangekondigd en toegelicht door welke partij het voorschot op de kosten van de deskundigen moet worden betaald. De hoogte van het voorschot voor de deskundigen zal worden vastgesteld zoals bepaald in paragraaf 3.5. Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op een begroting van het voorschot door de deskundigen en zich uit te laten over hun bereidheid de door de deskundigen te hanteren NIVRE-voorwaarden van 1 oktober 2022 van toepassing te laten zijn.
2.6.
De rechtbank wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundigen. De rechtbank zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de rechtbank daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
2.7.
Als een partij op verzoek van één van de deskundigen of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundigen toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
2.8.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
beveelt een onderzoek door drie deskundigen die gezamenlijk tot de beantwoording van de volgende vragen moeten komen:
1. Welke waarderingsmethode is het meest geschikt, ervan uitgaande dat de onderneming van de vof door een van de huidige vennoten zal worden voortgezet?
2. Wat is de waarde van de vof volgens deze waarderingsmethode, met als peildatum 1 juli 2026, indien de voortzettende vennoot het eerste recht heeft tot koop van de woning aan het Groenepad 12 te Kwintsheul?
3. Wat is de waarde van de vof volgens deze waarderingsmethode, met als peildatum 1 juli 2026, indien de voortzettende vennoot geen eerste recht heeft tot koop van de woning aan het Groenepad 12 te Kwintsheul?
4. Wat is de hoogte van het ingebrachte kapitaal van beide vennoten op de peildatum?
5. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
3.2.
benoemt tot deskundigen:
1.
[naam 2]
organisatie: [bedrijfsnaam 2] ,
telefoonnummer: [telefoonnummer 1] ,
e-mail adres: [e-mailadres 1]
2)
Dhr. [naam 3]
organisatie: [bedrijfsnaam 3]
telefoonnummer: [telefoonnummer 4]
e-mail adres: [e-mailadres 2]
3)
[naam 1]
organisatie: [bedrijfsnaam 1] BV
telefoonnummer: [telefoonnummer 3] ,
e-mail adres: [e-mailadres 3]
3.3.
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundigen zal toezenden,
3.4.
bepaalt dat [partij A]
binnen een weekna de datum van dit vonnis het procesdossier in afschrift aan de deskundigen moet toesturen,
het voorschot
3.5.
bepaalt met het oog op de vaststelling van het voorschot op de kosten van de deskundigen het volgende:
- de deskundigen moeten
binnen drie wekenna de datum van dit vonnis een begroting van de kosten opgeven aan de griffie van de rechtbank, gespecificeerd naar het verwachte aantal te besteden uren, het uurtarief en de eventuele overige kosten,
- de griffie zal de opgave van de deskundigen vervolgens toezenden aan partijen,
- partijen kunnen desgewenst
binnen twee wekenna dagtekening van de brief/het bericht van de griffie schriftelijk bij de rechtbank bezwaar maken tegen de begroting,
- als niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, stelt de rechtbank nu al het voorschot vast op het door de deskundigen begrote bedrag,
- als wel tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de hoogte van het voorschot door de rechtbank worden vastgesteld,
het onderzoek
3.6.
bepaalt dat de deskundigen het onderzoek zelfstandig zullen instellen op de door de deskundigen in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
3.7.
wijst de deskundigen erop dat:
- de deskundigen voor aanvang van het onderzoek kennis moeten nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundigen het onderzoek pas beginnen na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundigen het onderzoek onmiddellijk staken en contact opnemen met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
- de deskundigen bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moeten stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundigen in het schriftelijk bericht vermelden of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
3.8.
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundigen moeten verstrekken als de deskundigen daarom vragen, de deskundigen toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundigen ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
3.9.
draagt de deskundigen op om
uiterlijk vier maandenna het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
3.10.
wijst de deskundigen erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundigen is gebaseerd,
- de deskundigen een concept van het rapport aan partijen moeten toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundigen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundigen in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundigen daarop moeten vermelden,
3.11.
bepaalt dat partijen bij de deskundigen geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
3.12.
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van
woensdag 17 juni 2026voor uitlaten partijen over de voorgestelde begroting van de deskundigen,
3.13.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Bordes en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2026.
3425