De rechtbank Den Haag heeft op 13 mei 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen een minderjarige verdachte die tussen 4 juni 2023 en 20 maart 2024 een gewoonte maakte van het vervaardigen en in bezit hebben van kinderporno. De verdachte had via Snapchat contact met twee minderjarige meisjes die hij onder druk zette om naaktfoto's en beeldbelopnames te sturen, waarvan hij schermopnames maakte. Daarnaast werd op zijn telefoon een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal aangetroffen.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte gedurende ruim negen maanden meer dan 300 afbeeldingen en enkele video's van seksuele gedragingen met minderjarigen vervaardigde en bezat. De verdediging pleitte voor (gedeeltelijke) vrijspraak van het gewoonte maken, maar dit werd verworpen vanwege de intensiteit en duur van het contact en de hoeveelheid materiaal.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van de slachtoffers, het blanco strafblad van de verdachte, zijn positieve ontwikkeling en het doorlopen hulpverleningstraject. De verdachte werd veroordeeld tot één dag jeugddetentie (met aftrek van voorarrest) en een werkstraf van 120 uren. De rechtbank vond een langere jeugddetentie niet passend gezien de positieve ontwikkelingen en het tijdsverloop sinds het plegen van de feiten.