ECLI:NL:RBDHA:2026:13744
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin zijn asielaanvraag op 11 maart 2026 als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Tegelijkertijd verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft op 21 mei 2026 zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De reden hiervoor is dat de rechtbank op dezelfde dag in de hoofdzaak uitspraak heeft gedaan, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waarmee de beslissing definitief is geworden.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.