Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
2.De feiten
- het Uniewoordmerk LEGO van 1 april 1996, met registratienummer 39800, dat onder andere is geregistreerd voor waren in klasse 28 (voor ‘
- de internationale merkregistratie met gelding in de Benelux voor het woordmerk LEGO van 27 augustus 1964, met registratienummer 287932, dat is geregistreerd voor waren in klasse 28 (voor speelgoed en spellen, met name bouw- en constructiespeelgoed), hierna te noemen: het Benelux-woordmerk.
3.Het geschil
4.De beoordeling
onderI gevorderde inbreukverbod zal worden toegewezen voor de Europese Unie. Hoewel de inbreuk reeds is gestaakt, heeft de LEGO Groep belang bij een verbod met dwangsommen nu [partij B] de inbreuk heeft betwist en geen onthoudingsverklaring heeft getekend. De dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd zoals vermeld in de beslissing.
vordering II). De vordering onder II zal daarom worden afgewezen.
onder IV (i))gevorderd de zaak naar de schadestaat te verwijzen. Daarvoor is nodig dat de LEGO Groep de mogelijkheid dat zij schade heeft geleden aannemelijk heeft gemaakt. Nu vast is komen te staan dat [partij B] inbreuk heeft gemaakt op de merkrechten van de LEGO Groep, is aan die eis voldaan. Lego heeft ter zitting verklaard dat haar schade in dit geval schuilt in de verwatering in de markt van de LEGO-merken; de exclusiviteit ervan wordt aangetast. De rechtbank zal [partij B] derhalve veroordelen tot vergoeding van de door de LEGO Groep geleden schade, nader op te maken bij staat. De gevorderde wettelijke rente zal evenzeer worden toegewezen, nu daartegen geen afzonderlijk verweer is gevoerd.
onder IV (ii)gevorderde winstafdracht zal daarom worden afgewezen.
onder IIIgevorderd om [partij B] te veroordelen om binnen twee weken na betekening van dit vonnis aan de advocaten van de LEGO Groep schriftelijk opgave te doen van alle informatie die [partij B] bekend is omtrent de inbreuk, zoals de daarmee gemaakte netto winst en de exacte wijze waarop deze is berekend, welke opgave moet zijn vergezeld van documentatie waaruit de juistheid en volledigheid van die gegevens blijkt.
onder V) aanspraak op vergoeding van de volledige proceskosten als bedoeld in artikel 1019h Rv. De LEGO Groep heeft daartoe specificaties van haar advocaatkosten van in totaal € 56.853,40 overgelegd (EP16 en EP17).
onder VIuitsluitend om de gevorderde proceskostenveroordeling (zie r.o. 4.22) te vermeerderen met de wettelijke rente. De onder IV (i) gevorderde wettelijke rente wordt (zie 5.2) al toegewezen en verder ontbreken in het petitum bedragen die voor vermeerdering met de wettelijke rente in aanmerking kunnen komen.