ECLI:NL:RBDHA:2026:13579
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 11 november 2024 ontvangen door de minister. Volgens de Vreemdelingenwet 2000 geldt een beslistermijn van zes maanden, die door een besluitmoratorium voor Syriërs met één jaar kan worden verlengd tot maximaal 21 maanden.
Eiser heeft de minister op 23 februari 2026 schriftelijk in gebreke gesteld om alsnog binnen twee weken te beslissen. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg is ingediend, omdat de beslistermijn op dat moment nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 16 april 2026. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.