Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de verantwoordelijkheid van Spanje voor de asielaanvraag, conform het Dublin-verdrag.
De rechtbank heeft het beroep samen met een andere zaak op 19 mei 2026 behandeld, waarbij noch eiseres noch haar gemachtigde aanwezig waren. De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiseres nog procesbelang heeft, mede gelet op de mededeling van de minister dat eiseres op 31 maart 2026 met onbekende bestemming is vertrokken en het ontbreken van contact met haar gemachtigde.
Op grond van vaste rechtspraak geldt dat een vreemdeling die zonder mededeling vertrekt, geacht wordt geen prijs meer te stellen op bescherming in Nederland. De rechtbank concludeert dat eiseres geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank gaat niet inhoudelijk op de zaak in en wijst proceskostenvergoedingen af.