ECLI:NL:RBDHA:2026:1350
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag van Venezolaanse eiser wegens onvoldoende onderbouwing van vervolgingsrisico
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag wordt de afwijzing van de asielaanvraag van een Venezolaanse eiser behandeld. De eiser heeft op 29 oktober 2022 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de minister van Asiel en Migratie op 27 februari 2025 als ongegrond is afgewezen. De rechtbank heeft op 14 januari 2026 de zaak behandeld, waarbij de eiser en zijn gemachtigden aanwezig waren. De eiser stelt dat hij in 2017 heeft deelgenomen aan demonstraties tegen de regering van Maduro en dat hij bedreigd en ontvoerd is door de Tupamaros. De rechtbank oordeelt dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat de minister voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van de eiser en de geloofwaardigheid van zijn verklaringen in twijfel trekt. De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft vastgesteld dat de verklaringen van de eiser inconsistent en niet samenhangend zijn, en dat er geen reëel risico op vervolging bij terugkeer naar Venezuela bestaat. De rechtbank verklaart het beroep van de eiser ongegrond en wijst de proceskosten af.