Uitspraak
Verkort vonnis
[verdachte] ,geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),BRP-adres: [adres 1] .
De terechtzitting
De tenlasteleggingAan de verdachte is ten laste gelegd dat:
Inzake dagvaarding I
hij, op of omstreeks 1 februari 2026 te Leiden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [aangever 1] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met een scooter in de richting van [aangever 1] heeft gestuurd, diens kant op heeft gereden en/of heeft nagelaten om tijdig uit te wijken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
ter staandehouding en/of aanhouding van verdachte, door:
- met kracht zijn rechter elleboog tegen de rechterhand van die [aangever 1] te brengen, en/of
- zijn armen bij zijn lichaam te houden, en/of
- in een worsteling op de grond het hoofd en/of het gezicht van [aangever 1] te raken,
terwijl dit misdrijf en/of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten een bloeduitstorting en/of schaafwond onder zijn rechteroog en/of een wond op zijn rechterhand bij die [aangever 1] ten gevolge heeft gehad;
hij, op of omstreeks 1 februari 2026 te Leiden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [aangever 2] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen op hoge snelheid, vol gas, zonder vaart te verminderen, op een scooter in de richting van die [aangever 2] heeft gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij, op of omstreeks 1 februari 2026 te Leiden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een of meer anderen, te weten [aangever 3] en/of [aangever 4] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, op een scooter de gashendel volledig naar achteren heeft gehaald en/of hard kwam afrijden in de richting van [aangever 3] en/of [aangever 4] en/of [aangever 3] en [aangever 4] heeft aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Leiden op/aan de Agaatlaan, op of omstreeks 1 februari 2026, de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [aangever 5] ) schade was toegebracht aan haar Renault Clio (gekentekend [kenteken 1] );
hij, op of omstreeks 1 februari 2026 te Leiden, in elk geval in Nederland, als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een snorfiets of bromfiets, althans een voertuig (Scooter met kenteken [kenteken 2] ) te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een hulpofficier van justitie of van een daartoe bij regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en/of geen medewerking daaraan heeft verleend;
hij op of omstreeks 25 april 2025 te Leiden een Playstation, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 6] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
hij in of omstreeks 24-12-2024 t/m 25-12-2024 te Leiden opzettelijk en wederrechtelijk een auto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [aangever 7] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
hij op of omstreeks 28 december 2025 te Leiden opzettelijk en wederrechtelijk een ruit in een deur en/of dienblad, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan een ander, te weten aan [aangever 8] , toebehoorde heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
hij op of omstreeks 28 december 2025 te Leiden opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 55d Wet Middelengebruik, gedaan door een ambtenaar, te weten, [aangever 9] , agent bij politie Eenheid Den Haag, belast met de uitoefening van enig toezicht en/of belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen of van hem had gevorderd mee te werken aan een bloedonderzoek, hieraan geen gevolg te geven;
hij op of omstreeks 28 december 2025 te Leiden in de woning, het besloten lokaal en/of het besloten erf, gelegen op de [adres 2] , bij een ander, te weten bij [aangever 8] , althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen.
Inzake dagvaarding IV
hij op of omstreeks 28 januari 2024 te Leiden [aangever 10] heeft mishandeld door die [aangever 10] tegen haar bovenbeen, althans haar lichaam, te schoppen;
hij op of omstreeks 28 januari 2024 te Leiden opzettelijk en wederrechtelijk een fiets en/of een scooter, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever 11] en/of [aangever 10] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Vrijspraak feiten dagvaarding I onder 1 primair en dagvaarding II onder 1
De bewijsmiddelen
De bewezenverklaring
- met kracht zijn rechter elleboog tegen de rechterhand van die [aangever 1] te brengen, en
- zijn arm bij zijn lichaam te houden, en
- in een worsteling op de grond het gezicht van [aangever 1] te raken,
terwijl dit misdrijf en de daarmede gepaard gaande feitelijkheden enig lichamelijk letsel, te weten een bloeduitstorting en schaafwond onder zijn rechteroog en een wond op zijn rechterhand bij die [aangever 1] ten gevolge heeft gehad;
hij op 1 februari 2026 te Leiden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [aangever 2] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, op hoge snelheid, vol gas, zonder vaart te verminderen, op een scooter in de richting van die [aangever 2] heeft gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op 1 februari 2026 te Leiden, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan anderen, te weten [aangever 3] en [aangever 4] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen op een scooter de gashendel volledig naar achteren heeft gehaald en hard kwam afrijden in de richting van [aangever 3] en [aangever 4] en [aangever 3] en [aangever 4] heeft aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij als degene die als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Leiden op de Agaatlaan op 1 februari 2026, de voornoemde plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [aangever 5] ) schade was toegebracht aan haar Renault Clio (gekentekend [kenteken 1] );
hij op 1 februari 2026 te Leiden als degene tegen wie verdenking was gerezen als bestuurder van een bromfiets (
scooter met kenteken [kenteken 2] ) te hebben gehandeld in strijd met artikel 8 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, geen gevolg heeft gegeven aan een aan hem gegeven bevel van een daartoe bij regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen ambtenaar van politie, zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen en geen medewerking daaraan heeft verleend;
hij in
de periode van24-12-2024 t/m 25-12-2024 te Leiden opzettelijk en wederrechtelijk een auto die aan een ander, te weten aan [aangever 7] , toebehoorde, heeft vernield;
hij op 28 december 2025 te Leiden opzettelijk en wederrechtelijk een ruit in een deur en
eendienblad, die geheel of ten dele aan [aangever 8] , toebehoorde
n, heeft vernield;
hij op of 28 december 2025 te Leiden opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 55d Wet Middelengebruik, gedaan door een ambtenaar, te weten, [aangever 9] , agent bij politie Eenheid Den Haag, belast met het opsporen en onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen of van hem had gevorderd mee te werken aan een bloedonderzoek, hieraan geen gevolg te geven;
hij op 28 december 2025 te Leiden in de woning gelegen op de [adres 2] bij een ander, te weten bij [aangever 8] , in gebruik wederrechtelijk is binnengedrongen;
Inzake dagvaarding IV
hij op 28 januari 2024 te Leiden [aangever 10] heeft mishandeld door die [aangever 10] tegen haar bovenbeen, te schoppen;
hij op 28 januari 2024 te Leiden opzettelijk en wederrechtelijk een fiets en een scooter, die aan [aangever 11] en [aangever 10] , toebehoorden heeft vernield.
De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
De strafbaarheid van de verdachte
De strafoplegging
De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
Het in beslag genomen voorwerp
De vordering tot tenuitvoerlegging
De toepasselijke wetsartikelen
De beslissing
een gevangenisstraf voor de duur van 300 (DRIEHONDERD) DAGEN;
een gedeelte van die straf, groot 257 (TWEEHONDERDZEVENENVIJFTIG) DAGEN niet zal worden tenuitvoergelegdonder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op drie jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
een taakstraf voor de tijd van 180 (HONDERDTACHTIG) UREN;
90 (NEGENTIG) DAGEN;