Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) door de minister van Asiel en Migratie. Tijdens de bezwaarprocedure verzocht hij om een voorlopige voorziening om te mogen blijven werken bij zijn werkgever.
De minister heeft zich niet verzet tegen dit verzoek. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een belangenafweging gemaakt en geoordeeld dat onverwijlde spoed ontbreekt en toewijzing passend is.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek toegewezen, waardoor verzoeker gedurende de bezwaarprocedure mag verblijven en werken alsof hij in het bezit is van de gevraagde vergunning. Tevens is de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van verzoeker.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet, conform artikel 8:83, derde lid, Awb.
Uitkomst: Verzoeker mag tijdens de bezwaarprocedure tegen de GVVA-afwijzing blijven werken bij zijn werkgever.