ECLI:NL:RBDHA:2026:13475

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 mei 2026
Publicatiedatum
26 mei 2026
Zaaknummer
NL25.43253
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag

Verzoeker diende op 1 juli 2025 een beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 6 februari 2024. Nadat de rechtbank op 12 november 2025 dit beroep gegrond verklaarde en verweerder opdroeg binnen twee weken een besluit te nemen, stelde verzoeker op 8 september 2025 opnieuw beroep in tegen hetzelfde niet-tijdig beslissen.

Op 24 februari 2026 nam verweerder alsnog een besluit op de aanvraag. Verzoeker trok daarop het tweede beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten van dit tweede beroep. De rechtbank oordeelde dat het tweede beroep overbodig was omdat er al een lopende procedure was en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding af.

De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos op 21 mei 2026 en is openbaar gemaakt. Verzoeker kan binnen zes weken een verzetschrift indienen als hij het niet eens is met deze uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van proceskosten wordt afgewezen omdat het tweede beroep onnodig was.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.43253

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Hanna),
en
de minister van Asiel en Migratie, [1] verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 1 juli 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag van 6 februari 2024.
Verzoeker heeft op 8 september 2025 nogmaals beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag van 6 februari 2024.
Op 12 november 2025 heeft deze rechtbank en zittingsplaats uitspraak gedaan op het beroep dat eiser op 1 juli 2025 had ingediend. [2] Het beroep is gegrond verklaard en verweerder is opgedragen in binnen twee weken na de dag van verzending van de uitspraak een besluit bekend te maken. Daarbij is verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 453,50.
Op 24 februari 2026 heeft verweerder een besluit genomen op de aanvraag.
Verzoeker heeft het beroep van 8 september 2025 ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [3] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Toen eiser op 8 september 2025 beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen, liep er al een andere beroepsprocedure van eiser tegen het niet tijdig beslissen op dezelfde asielaanvraag (zaaknummer NL25.28935). Het was daarom niet nodig om nogmaals beroep in te stellen. Er is dan ook geen reden voor een proceskostenveroordeling in de tweede beroepszaak.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek tot vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan op 21 mei 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
2.Zaaknummer NL25.28935.
3.Algemene wet bestuursrecht.