Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.Waar gaat deze zaak over?
adaptatie), en
mitigatie).
KlimaSeniorinnen-uitspraak neergelegde toetsingskader bestaat namelijk uit een
overall-beoordeling van alle maatregelen die binnen een lidstaat zijn genomen. Niet elk gezichtspunt waarbij in die
overall-beoordeling vraagtekens zijn te plaatsen, is zelfstandig een schending van het EVRM en/of een onrechtmatige daad. De verklaringen voor recht die Greenpeace heeft gevorderd komen daarom slechts gedeeltelijk voor toewijzing in aanmerking.
trias politica.
alleende Staat is tekortgeschoten. Of ook andere bestuurslagen steken hebben laten vallen, lag in deze procedure niet als vraag voor.
2.Hoe is dit vonnis opgebouwd?
3.De procedure na het tussenvonnis over de ontvankelijkheid
- de conclusie van antwoord van 9 oktober 2024 met producties 1 tot en met 45,
- de akte overlegging producties 111 tot en met 141 tevens akte wijziging van eis, ingekomen op 12 september 2025,
4.Feiten en achtergronden
Bonaire als ‘klein eiland’
saliñas(onder water staande zoutpannen) in het zuidwesten en de mangrovebossen (Lac Bay) in het zuidoosten. De hoofdstad Kralendijk ligt aan de westkust van het eiland. Twee kilometer voor de kust bij Kralendijk ligt het onbewoonde koraaleiland Klein Bonaire.
kunuku’s(boerderijen); veel culturele feesten zijn hiermee nauw verbonden. Veel belangrijk materieel cultureel erfgoed bevindt zich in de laaggelegen gebieden. De slavenhuisjes – de enige tastbare monumenten uit de slavernijperiode – staan bijvoorbeeld vlakbij de kust.
Kwetsbaarheid van kleine eilanden
Intergovernmental Panel on Climate Change(IPCC) is een organisatie van de Verenigde Naties (VN) die in 1988 is opgericht om overheden te voorzien van wetenschappelijke informatie die kan worden gebruikt bij het ontwikkelen van klimaatbeleid. Het IPCC publiceert daartoe periodiek
Assessment Reports(AR). [2] Die rapporten, waaraan duizenden wetenschappers van verschillende disciplines uit de hele wereld samenwerken, vormen een weergave van alle op dat moment beschikbare kennis over het klimaat. Rapporten komen tot stand na een uitgebreid proces met meerdere review-rondes waarin externe experts en nationale overheden alles nagaan en commentaar kunnen geven.
Assessment Reportseen apart hoofdstuk aan kleine eilanden en hun bijzondere kwetsbaarheid voor de gevolgen van klimaatverandering. [4] Deze kwetsbaarheid is ook door andere instanties geconstateerd, ook specifiek ten aanzien van eilanden in de Cariben. [5] De Caribische eilanden werden door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties van de VN in 2022 aangeduid als het ‘
ground zero’ van de mondiale klimaatcrisis. [6]
key risks’geïdentificeerd die de leefbaarheid van kleine eilanden negatief beïnvloeden: [7]
Onderzoek voor Bonaire
The impacts of Climate Change on Bonaire’.
Gevolgen van klimaatveranderingen voor Bonaire
Temperatuurstijging
Zeespiegelstijging
Shared Socio-economic Pathways(SSP’s). Die SSP’s zijn onder te verdelen in een lage-uitstootscenario (SSP1-2.6), een matige-uitstootscenario (SSP2-4.5) en een hoge-uitstootscenario (SSP5-8.5). De bandbreedte van de mogelijke zeespiegelstijging (in centimeters) rond Bonaire, wordt in de onderstaande afbeelding schematisch weergegeven:
saliñasin het zuidwesten van het eiland en de mangroven in het zuidoosten zullen – als er geen adaptatiemaatregelen worden genomen – steeds verder onder water komen te liggen, en delen van met name de zuidelijke en westelijke kustlijn van Klein Bonaire zullen verder landinwaarts verschuiven. HKV heeft de zeespiegelstijging op Bonaire in 2050 en 2100 in beeld gebracht, zowel voor het lage als voor het hoge uitstootscenario:
Overstromingen door tropische stormen/orkanen en door extreme neerslag
quickscande waterveiligheidssituatie op de BES-eilanden onderzocht [23] waarbij is gekeken naar de kansen en de gevolgen van overstromingen uit zee en overstromingen als gevolg van extreme neerslag. HKV heeft deze
quickscanin 2024 [24] geactualiseerd op basis van nieuwe kennis en modellen, waaronder de verwachte effecten van klimaatverandering bij verschillende uitstootscenario’s. De impact van een overstroming vanuit zee door een orkaan of tropische storm wordt door HKV (ongeacht het gekozen uitstootscenario) in het huidige klimaat en in zichtjaar 2050 als ‘ernstig’ (10-25% wordt getroffen) en in zichtjaar 2100 als ‘zeer ernstig’ (25-50% wordt getroffen) ingeschat.
Gevolgen voor de volksgezondheid
Global Commons Alliance [28] volgt dat mensen het best gedijen bij temperaturen tussen de 13 en 27 °C en dat blootstelling aan temperaturen buiten deze zogenaamde
human climate nichenadelige effecten heeft op de gezondheid en het welzijn van mensen. De jaargemiddelde temperatuur op Bonaire bedraagt op dit moment 28,5 °C (zie bovenstaande afbeelding 1); dat is hoger dan de bovengrens van de
human climate niche.
Gevolgen voor de natuur
saliñas, het koraalrif en andere natuurlijke habitats op en rond Bonaire. Daarom is het ook één van de belangrijkste bedreigingen voor de biodiversiteit in Caribisch Nederland. [30]
Gevolgen voor de cultuur
Gevolgen voor het toerisme en de economie
Gevolgen voor de infrastructuur
Mondiale ontwikkelingen op het gebied van klimaat
carbon sinks’ of ‘putten’). De rest van de CO2 blijft honderden tot duizenden jaren in de atmosfeer aanwezig als een soort deken om de aarde die warmte vasthoudt.
carbon sinks. De hoeveelheid van deze andere broeikasgassen in de atmosfeer neemt ook toe en draagt bij aan de verdere opwarming van de aarde, al duurt het opwarmende effect van deze gassen minder lang dan dat van CO2.
tipping points), die het proces van klimaatverandering in een plotselinge stroomversnelling brengen. Wanneer een
tipping pointwordt bereikt, zal het klimaat op delen van de aarde abrupt ingrijpend veranderen. Dit kan de levens, de gezondheid, het welzijn en de woonomgeving van velen bedreigen – wereldwijd, en ook in Nederland. [39]
5.Relevant verdragsrecht
VN-verdragsrecht
VN-Klimaatverdrag 1992
United Nations Framework Convention on Climate Change(UNFCCC) (hierna: het VN-Klimaatverdrag) uit 1992 [43] vormt de basis voor de hierna te noemen VN-afspraken over het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Het overgrote deel van de wereldgemeenschap – 198 landen, waaronder Nederland – heeft dit verdrag geratificeerd.
Conference of the Parties’ (hierna: COP) is het hoogste besluitvormende orgaan binnen de verdragsorganisatie van het VN-Klimaatverdrag. [51] De COP organiseert bijna elk jaar een klimaatconferentie waar de lidstaten gezamenlijke besluiten nemen en nieuw beleid formuleren.
carbon sink). Daarbij moeten zij vergelijkbare, door de COP overeengekomen reken- en administratiemethoden gebruiken, om te zorgen dat de gegevens onderling vergelijkbaar zijn. De inventarislijsten moeten periodiek worden bijgewerkt, openbaar worden gemaakt en aan de COP ter beschikking worden gesteld. Ook moeten de lidstaten nationale programma’s opstellen met maatregelen om klimaatverandering te beperken, toegespitst op de uitstoot per bron en opname per put van alle broeikasgassen; en moeten zij hun eigen beleidslijnen en praktijken periodiek toetsen en actualiseren. [52]
Protocol van Kyoto 1997
slow onset events [56] ’. Zij concludeerden dat hoe sneller het klimaat verandert en hoe langer aanpassingsinspanningen worden uitgesteld, hoe moeilijker en duurder het zal zijn om klimaatverandering aan te pakken. De lidstaten besloten daarom het
Adaptation Committeein het leven te roepen. Dit comité ziet toe op de implementatie van het
Cancún Adaptation Framework [57] en staat lidstaten bij met kennis en technische ondersteuning.
Cancún Adaptation Frameworkhebben de lidstaten bijzondere aandacht besteed aan ontwikkelingslanden en ‘
the particularly vulnerable people in the world’, omdat die op dat moment al werden geconfronteerd met negatieve gevolgen van klimaatverandering.
Overeenkomst van Parijs 2016
Global Stocktakes’). [63]
United Nations Framework Convention on Climate Change(UNFCCC). [65]
Glasgow Climate Pact
Glasgow Climate Pactonder meer bevestigd dat de COP: [75]
I. Science and urgency
Recognizesthe importance of the best available science for effective climate action and policymaking;
Expresses alarm and utmost concernthat human activities have caused around 1.1 °C of warming to date, [76] that impacts are already being felt in every region and that carbon budgets consistent with achieving the Paris Agreement temperature goal are now small and being rapidly depleted;
RecallsArticle 2, paragraph 2, of the Paris Agreement, which provides that the Paris Agreement will be implemented to reflect equity and the principle of common but differentiated responsibilities and respective capabilities in the light of different national circumstances;
Stressesthe urgency of enhancing ambition and action in relation to mitigation, adaptation and finance in this critical decade to address the gaps in the implementation of the goals of the Paris Agreement;
Notes with serious concernthe findings from the contribution of Working Group I to the Intergovernmental Panel on Climate Change Sixth Assessment Report, including that climate and weather extremes and their adverse impacts on people and nature will continue to increase with every additional increment of rising temperatures;
Emphasizesthe urgency of scaling up action and support, including finance, capacity building and technology transfer, to enhance adaptive capacity, strengthen resilience and reduce vulnerability to climate change in line with the best available science, taking into account the priorities and needs of developing country Parties;
Reaffirmsthe Paris Agreement temperature goal of holding the increase in the global average temperature to well below 2 °C above pre-industrial levels and pursuing efforts to limit the temperature increase to 1.5 °C above pre-industrial levels;
Recognizesthat the impacts of climate change will be much lower at the temperature increase of 1.5 °C compared with 2 °C and resolves to pursue efforts to limit the temperature increase to 1.5 °C;
Recognizesthat limiting global warming to 1.5 °C requires rapid, deep and sustained reductions in global greenhouse gas emissions, including reducing global carbon dioxide emissions by 45 per cent by 2030 relative to the 2010 level and to net zero around mid-century as well as deep reductions in other greenhouse gases;
Also recognizesthat this requires accelerated action in this critical decade, on the basis of the best available scientific knowledge and equity, reflecting common but differentiated responsibilities and respective capabilities in the light of different national circumstances and in the context of sustainable development and efforts to eradicate poverty;
Welcomesefforts by Parties to communicate new or updated nationally determined contributions, long-term low greenhouse gas emission development strategies and other actions that demonstrate progress towards achievement of the Paris Agreement temperature goal;
Notes with serious concernthe findings of the synthesis report on nationally determined contributions under the Paris Agreement, according to which the aggregate greenhouse gas emission level, taking into account implementation of all submitted nationally determined contributions, is estimated to be 13.7 per cent above the 2010 level in 2030;
Emphasizesthe urgent need for Parties to increase their efforts to collectively reduce emissions through accelerated action and implementation of domestic mitigation measures in accordance with Article 4, paragraph 2, of the Paris Agreement;”
Sharm el-Sheikh Implementation Plan(COP27) [77] . De lidstaten constateerden onder meer het volgende:
I. Science and urgency
Takes noteof the 2022 adaptation gap and emissions gap reports of the United Nations Environment Programme, and recent global and regional reports of the World Meteorological Organization on the state of the climate;
Reiteratesthat the impacts of climate change will be much lower at the temperature increase of 1.5 °C compared with 2 °C and resolves to pursue further efforts to limit the temperature increase to 1.5 °C;
Recognizesthat limiting global warming to 1.5 °C requires rapid, deep and sustained reductions in global greenhouse gas emissions of 43 per cent by 2030 relative to the 2019 level;
Also recognizesthat this requires accelerated action in this critical decade, on the basis of equity and the best available scientific knowledge, reflecting common but differentiated responsibilities and respective capabilities, in the light of different national circumstances and in the context of sustainable development and efforts to eradicate poverty;
Reiteratesits invitation to Parties to consider further actions to reduce by 2030 non-carbon dioxide greenhouse gas emissions, including methane;”
Also notesthat the best available science, as well as traditional, indigenous and local knowledge, as appropriate, should be taken into account in addressing the priority gaps and needs referred to in paragraph 7 above and in enhancing the process to formulate and implement national adaptation plans for developing countries;
Notes with serious concernthe findings on adaptation gaps in the contribution of Working Group II to the Sixth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change;
Recognizesthat long-term planning and accelerated implementation of adaptation actions, particularly in the next decade, is important for closing adaptation gaps;
Also recognizesthat maladaptation can be avoided through flexible, multisectoral, inclusive and long-term planning and implementation of adaptation actions that benefit many sectors and systems;
. Takes noteof the support available to developing country Parties for formulating and implementing national adaptation plans and
recognizesthe importance of scaling up this support;
Encouragesrelevant organizations to continue coordinating support related to the
Notesthat the process to formulate and implement national adaptation plans is crucial to informing the assessment of progress towards achieving the global goal on adaptation, including through the Glasgow–Sharm el-Sheikh work programme on the global goal on adaptation and the global stocktake.”
Glasgow-Sharm el-Sheikh work programme on the global goal on adaptationhebben de lidstaten (verenigd in de COP) in 2023 mondiale adaptatiedoelen geformuleerd: [79]
Decidesthat the United Arab Emirates Framework for Global Climate Resilience includes the following targets in relation to the dimensions of the iterative adaptation cycle, recognizing the need to enhance adaptation action and support:
First Global Stocktake) opgemaakt. Hiervoor is onderzocht wat de stand van zaken in 2023 was op het gebied van klimaatverandering en de effectiviteit van de daartegen aangekondigde maatregelen. [80] Belangrijke bevindingen waren onder meer dat de werkelijke wereldwijde uitstoot niet op koers ligt om de doelen van de Overeenkomst van Parijs te halen, en dat de plannen die de lidstaten hadden ingediend niet allemaal waren gerealiseerd. Daardoor moet er nu meer gebeuren dan was voorzien om de opwarming van de aarde te beperken tot de afgesproken 1,5 °C, terwijl er minder tijd over is om dit voor elkaar te krijgen. [81] De conclusie was dat het niet alleen nodig is om ambitieuze(re) maatregelen te nemen, maar ook om de al voorgenomen maatregelen echt uit te voeren:
Key finding 5: much more ambition in action and support is needed in implementing domestic mitigation measures and setting more ambitious targets in NDCs to realize existing and emerging opportunities across contexts, in order to reduce global GHG emissions by 43 per cent by 2030 and further by 60 per cent by 2035 compared with 2019 levels and reach net zero CO2 emissions by 2050 globally.” [82]
‘Advisory Opinion’ van het Internationaal Gerechtshof
obligations of conduct and obligations of result, rechtbank] may result in the responsibility of a State for breach of the relevant obligation. While the issue of responsibility is addressed further under question (b) (see Part V below), the Court finds it useful here to note that, in the case of an obligation of conduct, a State acts wrongfully if it fails to use all means at its disposal to bring about the objective envisaged under the obligation, but will not act wrongfully if it takes all measures at its disposal with a view to fulfilling the obligation even if the desired objective is ultimately not achieved. In the case of an obligation of result, a State acts wrongfully if it fails to bring about the result required under the obligation. At the same time, it cannot be said that an obligation of result, such as an obligation to “adopt national policies and take corresponding measures on the mitigation of climate change”, will be met merely by the adoption of any policies and the taking of corresponding measures. To comply with this obligation of result, the policies so adopted and the measures so taken must be such that they are able to achieve the required goal. In other words, the adoption of a policy, and the taking of related measures, as a mere formality is not sufficient to discharge the obligation of result.” [85]
Europese regelgeving over klimaatverandering
European Green Deal 2019
The European Green Deal, [87] die de Europese Commissie op 11 december 2019 heeft gepubliceerd. Het doel van dit beleidsprogramma is om de EU te transformeren tot ‘een rechtvaardige en welvarende samenleving, met een moderne, hulpbronnenefficiënte en concurrerende economie, waar in 2050 geen netto-uitstoot van broeikasgassen meer is en economische groei losgekoppeld is van hulpbronnengebruik.’ De Commissie kondigde aan dat zij in maart 2020 een voorstel voor een Europese klimaatwet zou indienen, met daarin twee harde doelstellingen voor de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen: klimaatneutraliteit in 2050 en een emissiereductie van 50-55% in 2030 ten opzichte van het jaar 1990.
Europese Klimaatwet 2021
Fit for 55-pakket
Fit for 55’-pakket [96] heeft de EU nogmaals bevestigd dat broeikasgasemissies in de EU uiterlijk in 2030 met minstens 55% moeten zijn verminderd ten opzichte van het niveau van 1990, en dat de EU in 2050 klimaatneutraal moet zijn. Ter ondersteuning van regio’s en sectoren die economisch sterk afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen en die grote aanpassingen moeten maken in de transitie naar een groene economie, heeft de EU een
Just Transition Fundingesteld.
First Global Stocktakeonderhandeld over de vaststelling van een nieuwe tussentijdse klimaatdoelstelling voor de EU, voor het jaar 2040. Op het moment dat dit vonnis wordt gewezen, is er nog geen nieuwe doelstelling in wetgeving neergelegd. [97] Het voorstel waarover politieke overeenstemming lijkt te zijn, is dat de CO2-uitstoot in 2040 netto met 90% moet zijn verlaagd ten opzichte van 1990, waarbij 5% uitstootvermindering mag worden bereikt door internationale
carbon creditsop te kopen. [98]
Geldigheid relevant verdragsrecht op Bonaire
4.2 Het Caribische deel van Nederland
6.Relevant nationaal klimaatrecht en -beleid
Klimaatrecht
(Trb.1992, 189) zijn opgenomen.
heel erg onwaarschijnlijk” is dat Nederland het wettelijke klimaatdoel van 55% emissiereductie in 2030 haalt.
”
Klimaatadaptie; Europees Nederland
‘National Communication’.
National Communicationvan de Staat aan het UNFCCC [104] heeft de Staat uiteengezet welke stappen hij van 2006 tot 2022 heeft gezet op het gebied van klimaatadaptatie in Europees Nederland. Het gaat onder meer om de volgende acties:
Klimaatadaptie; Bonaire
Het versterken van basisvoorzieningen
Het behouden en versterken van de natuurlijke omgeving
Veiligheid en crisisbeheersing
steeds groter en moeilijker te beheersen” [120] zijn, ook voor Caribisch Nederland. Voor Caribisch Nederland vermeldt de Veiligheidsstrategie onder meer het volgende:
eindnoot 11: Denk hierbij aan het
Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland, Dreigingsbeeld
eindnoot 39: Institute for Environmental Studies (IVM),
The Impacts of Climate Change on Bonaire, 2022, p. 71.] [122]
Eindnoot 64: Vliet van, P.j. & Mennen, M.G.,
Technologieverkenning Nationale Veiligheid: Een verkenning van kansen en dreigingen van technologische ontwikkelingen voor de nationale veiligheid, 2014.] [123]
Verdere stappen naar een integrale klimaatstrategie op Bonaire
- het formuleren van concrete adaptatiedoelen;
- het toegankelijk en toepasbaar maken van kennis en inzetten op kennisontwikkeling;
- het uitnodigen van een brede groep belanghebbenden;
- het verkennen van mogelijkheden om klimaatbestendigheid standaard mee te nemen bij alle beleid (duidelijke verantwoordelijkheden en heldere organisatie);
- het verkennen van de mogelijkheden om financiering van klimaatadaptatie te verbreden.
- het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft het KNMI een vast budget per jaar toegekend om de gevolgen van de klimaatverandering voor de BES-eilanden in kaart te brengen voor de klimaatscenario’s;
- in de KNMI’23 klimaatscenario’s is aandacht besteed aan Caribisch Nederland;
- het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft in 2023 aan
Climate Impacts for Bonaire’; [130]
- in december 2023 zijn satellietbeelden van de BES-eilanden ter beschikking gesteld in het satellietdataportaal van de Rijksoverheid. De beelden kunnen worden gebruikt voor klimaatonderzoek en om veranderingen op Bonaire te analyseren;
- in januari 2024 zijn rond Bonaire vluchten uitgevoerd om luchtfoto’s en hoogtemetingen te maken voor opname in het Actuele Hoogtebestand Nederland. Het OLB en het Ministerie van BZK hebben het initiatief genomen voor dit project en het Ministerie heeft het project ook gefinancierd. Het nieuwe hoogtemodel is inmiddels beschikbaar;
- er is een virtuele ‘
- het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat ontwikkelt samen met
- per 1 juli 2024 is in het kader van een pilot de VNG-Caribendesk opgericht met medefinanciering vanuit het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De VNG-Caribendesk ondersteunt de BES-eilanden met kennis en expertise bij de versterking van beleid, wetgeving en uitvoering. Of en zo ja op welke wijze de VNG-Caribendesk na afloop van de pilot in stand blijft is nog onduidelijk.
- kennisuitwisseling binnen het Koninkrijk door middel van congressen;
International Panel for Deltas and Coastal Areas(IPDC). Op 21 mei 2024 heeft het IPDC een rapport uitgebracht over hoe eilanden omgaan met klimaatverandering en hoe zij kunnen samenwerken om beter voorbereid te zijn op de gevolgen van klimaatverandering. [137]
- de Staat heeft € 33,6 miljoen beschikbaar gesteld voor een versnelde overstap op duurzame elektriciteit. Vanwege deze inspanningen zijn de BES-eilanden geselecteerd voor deelname aan het ‘
- een stabiele sociaaleconomische situatie is van belang voor het succes van klimaatadaptatiemaatregelen. Daarom heeft de Staat, naar aanleiding van de adviezen in het rapport ‘Een waardig bestaan’
- het onderwerp klimaatverandering en gezondheid staat op het werkprogramma voor 2025 van de gezondheidsraad. Het advies dat de gezondheidsraad voornemens is uit te brengen over de risico’s van klimaatverandering voor de gezondheid in Nederland ziet ook op Caribisch Nederland;
- in de Nota Lokaal Gezondheidsbeleid Bonaire 2024-2027 is een hoofdstuk aan klimaat gewijd: hierin worden onder andere aanbevelingen gedaan met betrekking tot hitte-gerelateerde gezondheidsproblemen.
7.Staatkundige verhoudingen binnen het Koninkrijk
De aanloop naar 10-10-10
- de drie eilanden krijgen de staatsrechtelijke positie van een openbaar lichaam;
- in eerste instantie blijft de Nederlands-Antilliaanse wetgeving van kracht, maar deze wordt geleidelijk vervangen door Nederlandse wetgeving – met de mogelijkheid van afwijkende voorzieningen;
- de wettelijke bepalingen voor Nederlandse gemeenten zijn van overeenkomstige toepassing, met inachtneming van bij of krachtens wet op te nemen bijzondere bepalingen.
Koninkrijksaangelegenheden en landsaangelegenheden
Constitutionele regeling openbaar lichaam
Gelding Nederlands recht op de BES-eilanden
comply or explain’.
comply or explainis dat alle Europees-Nederlandse beleidsintensiveringen en de daaruit voortvloeiende nieuwe wetgeving en/of financiële consequenties van toepassing (zullen) zijn op de BES-eilanden, tenzij er redenen zijn om daarvan af te zien. [154] Hierbij kan worden gedacht aan argumenten als de beperkte uitvoeringskracht, het insulaire karakter, de geografische afstand tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland, de kleinschaligheid, klimatologische omstandigheden, geografische omstandigheden en draagkracht. Belangrijk hierbij is dat deze factoren reden kunnen zijn voor maatwerk, maar niet mogen afdoen aan het einddoel om een gelijkwaardiger voorzieningenniveau te bereiken in Caribisch Nederland. [155]
8.De vordering en het verweer
adaptatie); en/of
adaptatie);
adaptatie);
dan welmet 95% ten opzichte van de Nederlandse uitstoot in 1990, is gereduceerd en
dan weluiterlijk op 31 december 2031 tot netto-nul is
dan welbinnen een carbonbudget van, per 1 januari 2024, 448 Mton CO2 tot netto-nul wordt gereduceerd en gereduceerd blijft;
equal per capitaberekening voor de Nederlandse situatie leidt.
9.De beoordeling: algemeen over deze zaak
10.De beoordeling: het toetsingskader van artikelen 2 en 8 EVRM
Urgenda-arrest al door de Hoge Raad bevestigd.
Artikelen 2 en 8 EVRM; algemeen
KlimaSeniorinnen-uitspraak van 9 april 2024 [166] heeft de Grote Kamer van het EHRM zijn eigen jurisprudentie op een rij gezet en toegespitst op het probleem van klimaatverandering. Daarbij heeft het EHRM de op dat moment meest recente ontwikkelingen meegewogen; dat betreft niet alleen de situatie in de wereld en de stand van de wetenschap over klimaatverandering, maar ook de stand van het internationale recht.
KlimaSeniorinnen-uitspraak uiteengezette juridisch kader tot uitgangspunt.
KlimaSeniorinnen-uitspraak tot een bijzonder kader voor klimaatzaken omdat de toetsing van klachten over schendingen van het EVRM die verband houden met klimaatverandering zoveel complexer is dan de toetsing in meer klassieke milieuzaken. Het EHRM licht uitgebreid toe waar die complexiteit in zit. [167]
op de langere termijnexistentiële risico’s voor de mensheid als geheel meebrengt, brengt de noodzaak om klimaatverandering te bestrijden
op korte termijnconflicten tussen belangen van burgers met zich mee. In Europa moet de afweging van die botsende belangen primair plaatsvinden in de democratische besluitvormingsprocessen binnen de lidstaten, aangevuld met rechterlijk toezicht door nationale rechters en het EHRM.
KlimaSeniorinnen-uitspraak spitst de Grote Kamer de eigen jurisprudentie daarom toe op de specifieke context van klimaatverandering. Dat leidt – voor zover in deze zaak relevant – tot de volgende aanpassingen op de klassieke benadering, die de rechtbank hierna afzonderlijk zal bespreken:
Uitgangspunt: klimaatverandering bestaat en kan mensenrechten bedreigen
In klimaatzaken gelden aangepaste eisen om een schending van mensenrechten te (laten) toetsen
KlimaSeniorinnen-uitspraak aan en overweegt dan dat in klimaatzaken die drempel voor (het slachtofferschap van) een klager en de inhoud van de positieve verplichting van een lidstaat niet kan worden bepaald op basis van een strikt causaal (conditio sine qua non) verband. [176] Als men in klimaatzaken aan de klassieke causaliteitseisen zou vasthouden, zou de hiervoor beschreven complexiteit van het probleem meebrengen dat de in het EVRM neergelegde rechten van burgers – ondanks de door de lidstaten erkende oorzaken en ernst van de aan klimaatverandering verbonden gevaren – niet effectief gewaarborgd kunnen worden.
especially high’) [177] , maar in de context van klimaatzaken staat het collectieve klachten toe, iets wat in andere zaken niet is toegestaan. [178] De logica van deze oplossing zit onder meer in het feit dat de gevolgen van klimaatverandering juist op groepsniveau internationaal al zijn onderzocht en voor een belangrijk deel bekend zijn.
“een gemeenschappelijke zorg van de mensheid”, [180] waarin intergenerationele lastenverdeling en de vertegenwoordiging van kwetsbare burgers van bijzonder belang zijn.
KlimaSeniorinnen-uitspraak maakt de rechtbank op dat in klimaatzaken ook in collectieve acties – en dus op collectief niveau – getoetst kan worden of een lidstaat aan de artikelen 2 en 8 EVRM heeft voldaan.
a reduced margin of appreciation) hebben waar het maatregelen tegen klimaatverandering betreft, namelijk: 1) de noodzaak om maatregelen te nemen die de uitstoot van broeikasgassen op hun grondgebied verminderen en 2) de doelen die nagestreefd moeten worden. Lidstaten kunnen dus niet besluiten dat het niet nodig is om maatregelen te treffen of om minder strenge doelen na te streven Waar het de keuze tussen mogelijke maatregelen betreft, hebben lidstaten juist een ruime beleidsvrijheid (
a wide margin of appreciation). [181]
Elke lidstaat is verantwoordelijk voor het eigen aandeel in de nodige maatregelen
KlimaSeniorinnen-zaak had de Zwitserse overheid aandacht gevraagd voor het feit dat de Zwitserse uitstoot van broeikasgassen maar een klein deel van de internationale totaaluitstoot vormt. De Zwitserse overheid meende dat Zwitserland daarom niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor het wereldwijde fenomeen van klimaatverandering.
Overall-toets in klimaatzaken
overall-toets om te beoordelen of een lidstaat bij het nemen van klimaatmaatregelen aan zijn positieve verplichtingen onder artikel 8 EVRM Pro heeft voldaan.
mitigatiemaatregelenbetreft, is relevant of de bevoegde nationale autoriteiten – de wetgevende, uitvoerende en/of rechterlijke macht – voldoende rekening hebben gehouden met de noodzaak om: [186]
overall-karakter; een tekortkoming op één specifiek punt leidt dus niet noodzakelijkerwijs tot de vaststelling van een schending van artikel 8 EVRM Pro. [189]
adaptatiemaatregelen,die gericht zijn op het verlichten van de ernstigste of meest bedreigende gevolgen van klimaatverandering. Adaptatiemaatregelen moeten worden ingevoerd en effectief worden toegepast in overeenstemming met het best beschikbare bewijs en in overeenstemming met de hiervoor onder 10.5.2 genoemde algemene regels voor positieve verplichtingen van lidstaten. [190]
overall-afweging moeten maken van alle door de lidstaat genomen mitigatie- en adaptatiemaatregelen samen. [191]
procedurele waarborgenin acht moeten nemen: [192]
geencausaal verband bestaat met gevolgen waarvan bekend is dat individuen die van klimaatverandering kunnen ondervinden.
KlimaSeniorinnen-uitspraak. Het EHRM heeft de klachten in die zaak namelijk alleen uitdrukkelijk getoetst aan de eisen van artikel 8 EVRM Pro, onder toevoeging van enkele vingerwijzingen voor de toetsing aan artikel 2 EVRM Pro. De toetsing onder artikel 2 EVRM Pro is namelijk “tot op grote hoogte vergelijkbaar met” [194] (maar dus niet: gelijk aan) de toetsing onder artikel 8 EVRM Pro.
KlimaSeniorinnen-uitspraak zo dat dit in klimaatzaken in beginsel wel mogelijk is, maar dat de drempel voor de toepasselijkheid van artikel 2 EVRM Pro hoog is. Dit oordeel berust op de volgende overwegingen.
Verein KlimaSeniorinnen Schweizoverweegt het EHRM dat artikel 8 EVRM Pro zonder twijfel van toepassing is (“
undoubtedly applies”), maar dat twijfelachtiger is of ook artikel 2 EVRM Pro van toepassing is (“
the applicability of Article 2 is more questionable”). [195] Het EHRM oordeelt vervolgens dat de individuele klagers de hoge drempel voor slachtofferschap onder artikel 2 EVRM Pro niet halen, maar laat dit bij de belangenvereniging in het midden.
KlimaSeniorinnen-zaak was aangevoerd – ook de toepasselijkheid van artikel 2 EVRM Pro zou moeten rechtvaardigen. [197]
Verein KlimaSeniorinnen Schweizover het gebrek aan actie tegen de aan klimaatverandering verbonden risico’s voor de levensverwachting van betrokkenen uiteindelijk niet aan artikel 2 EVRM Pro, maar aan artikel 8 EVRM Pro.
Stelplicht: schade(risico) van de vertegenwoordigde groep
11.De beoordeling: de vorderingen van Greenpeace
Mitigatie- en adaptatiemaatregelen beoordelen als samenhangend geheel
geheelvan de genomen klimaatmaatregelen moet beoordelen. Mitigatie- en adaptatiemaatregelen kunnen in deze context dus niet los van elkaar worden gezien.
op collectief niveausprake is van een
acutebedreiging van het recht op leven van de inwoners van Bonaire [201] als bedoeld in artikel 2 EVRM Pro. Dit oordeel berust op de volgende overwegingen.
acute bedreigingenvoor het leven van burgers, terwijl
andere bedreigingenvoor hun leven, levensverwachting en/of gezondheid onder de bescherming van artikel 8 EVRM Pro vallen (zie hiervoor in 10.28.2, 10.30 en 10.31).
op collectief niveauzo intens worden blootgesteld aan schadelijke effecten van klimaatverandering dat
acuut levensbedreigende situatiesontstaan. [203]
Overall-toetsing van alle door de bevoegde autoriteiten genomen maatregelen
Standpunten van partijen
grandfathering; (ii) het mitigatiebeleid geen rekening houdt met historische emissies en (iii) het niet voldoet aan de ondergrens van de Nederlandse
fair share, die volgens de breed gedragen consensus wordt bepaald door een zogenaamde
equal per capitaverdeling van het mondiaal resterende 1,5 °C- carbonbudget. [207]
fair sharelevert aan de 1,5 °C-doelstelling. [208]
KlimaSeniorinnen-uitspraak.
Nationally Determined Contribution’ (NDC) vast. Verder hebben de EU en haar lidstaten waar het gaat om klimaatmitigatie voor een gezamenlijke aanpak gekozen, zodat Nederland volgens de Staat geen eigen NDC meer hoeft vast te stellen. [209]
Samenvatting juridisch kader mitigatie
allebroeikasgassen ten opzichte van het niveau van
2019. [222]
First Global Stocktake’) is gebleken dat de lidstaten een achterstand hebben opgelopen bij de uitvoering van de tot dan toe toegezegde bijdragen, zodat zij extra inspanningen moeten leveren om die achterstand in te halen. Dit betekent dat alle lidstaten hun nationaal bepaalde bijdragen moeten aanpassen aan nadere afspraken zoals die uit het
Glasgow Climate Pacten het
Sharm el-Sheikh Implementation Plan, en aan de uitkomsten van tussentijdse evaluaties. [223] Voor Bijlage-I-landen zoals Nederland geldt bovendien dat zij het voortouw moeten nemen bij het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen, gelet op het verleden en hun (mede daardoor verworven) sociaaleconomische voorsprong. [224]
minstensmet 43% moeten verminderen ten opzichte van het niveau van 2019 en tot netto nul rond 2050. Deze doelstellingen vormen de
ondergrensvan de verplichtingen van Bijlage-I-landen, omdat Bijlage-I-landen hun inspanningen hebben moeten intensiveren toen uit de
First Global Stocktakebleek dat de toenmalige inspanningen onvoldoende waren om het streefdoel van maximaal 1,5 °C opwarming van de aarde binnen bereik te houden. [225]
Beoordeling mitigatie
Glasgow Climate Pacten het
Sharm-el-Sheikh Implementation Plannog niet gesloten. Ten tijde van de inwerkingtreding van de Nederlandse Klimaatwet 2019 bestonden er dus nog geen verdragsregels die de Staat verplichtten tot het vaststellen van specifieke emissiereductiedoelen. Bijlage-I-landen moesten echter al wel absolute emissiereductiedoelen voor de gehele economie in nationale regelgeving opnemen en streven naar klimaatneutraliteit in de tweede helft van deze eeuw. Aan het vereiste van artikel 4 lid 1 Overeenkomst Pro van Parijs om naar klimaatneutraliteit te streven, voldeed de Nederlandse Klimaatwet 2019 (zie artikel 2 lid 1 van Pro die wet, geciteerd in 6.1). De wet bevatte echter slechts ‘een kader voor de ontwikkeling van beleid gericht op het onomkeerbaar en stapsgewijs terugdringen van de emissies van broeikasgassen in Nederland’ (artikel 2 lid Pro 1) en droeg de ministers die het aanging op te
strevennaar 49% emissiereductie in 2030 en een volledige CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2050 (artikel 2 lid Pro 2). De wet bevat dus geen absolute emissiereductiedoelen en voldeed daarom niet aan artikel 4 lid 4 Overeenkomst Pro van Parijs.
Glasgow Climate Pacten het
Sharm-el-Sheikh Implementation Planonderdeel van het VN-klimaatregime. Voor Bijlage-I-landen gold toen dus ook de verplichting om hun uitstoot van alle broeikasgassen in 2030 te verminderen tot minstens 43% ten opzichte van het niveau van 2019, en tot netto nul in 2050.
Glasgow Climate Pacten het
Sharm-El-Sheikh Implementation Plan. De Nederlandse Klimaatwet gaat namelijk – net als de Europese Klimaatwet [238] – uit van een emissiereductie van 55% in 2030 ten opzichte van het niveau van
1990, en niet ten opzichte van het niveau van
2019zoals de huidige VN-normen eisen.
alleeconomische sectoren en (de aanpassing van) alle relevante bronnen, putten en reservoirs van broeikasgassen. Ook compliceren zulke verschillen de controle door maatschappelijke organisaties en de rechter, wat op gespannen voet staat met de plicht om in alle bij de COP ingediende overzichten zoveel mogelijk transparantie te betrachten [243] en de plicht om de burgers die het betreft over het gevoerde klimaatbeleid te informeren. [244]
overall-beoordeling in de context van artikel 8 EVRM Pro wel gewicht in de schaal leggen als hij bij de invulling van zijn beleidsruimte in belangrijke mate en/of op belangrijke punten kiest voor uitgangspunten of methoden die weliswaar niet verboden zijn, maar internationaal wel controversieel.
grandfathering:het door ontwikkelde landen in te beperkte mate rekening houden met de eigen uitstoot uit het verleden, bijvoorbeeld door zichzelf een verhoudingsgewijs te groot deel van het nog resterende mondiale emissiebudget toe te eigenen. [248] Dit punt speelt in deze zaak, omdat de Staat erkent [249] dat
grandfatheringeen controversiële methode is en omdat het Ministerie van Financiën in september 2023 heeft gewaarschuwd dat het voor Nederland resterende koolstofbudget binnen twee jaar zou worden overschreden. [250] Tegen die achtergrond heeft de Staat onvoldoende inhoudelijk betwist dat het huidige Nederlandse klimaatbeleid berust op een uitstoot per inwoner die aanzienlijk hoger ligt dan het mondiale gemiddelde carbonbudget per inwoner. [251] Waarom dit billijk is in de zin van artikel 3 lid 1 VN Pro-Klimaatverdrag en artikel 4 lid 1 Overeenkomst Pro van Parijs en hoe dit past bij zowel de voortrekkersrol die Bijlage-I-landen moeten nemen als het beginsel van intergenerationele rechtvaardigheid, behoeft een toelichting. Die heeft de Staat echter niet gegeven. Ook dit weegt de rechtbank in negatieve zin mee.
heel erg onwaarschijnlijk” is dat Nederland de eigen doelstellingen zal halen. Op het halen van de – vermoedelijk dus al te lage – eigen doelstelling voor 2030 is “
minder dan 5% kans” en als het (uitvoerings)beleid niet wordt aangescherpt, raakt ook de doelstelling voor 2050 uit zicht. [252] Bij de huidige stand van beleid gaat de Staat de eigen mitigatiedoelstellingen voor 2030 en 2050 niet halen.
geheleperiode tot klimaatneutraliteit een bindend regelgevingskader met tussentijdse doelstellingen en trajecten voor de overeengekomen reductie van koolstofemissies moet zijn.
KlimaSeniorinnen-uitspraak uit de VN-verdragen af dat lidstaten de grenzen aan hun uitstoot over een bepaalde periode naar de toekomst moeten kwantificeren, maar laat lidstaten de keuze of zij dit ‘
through a carbon budget or otherwise’ willen doen. [253]
Tussenconclusie mitigatiemaatregelen
Stellingen van partijen
KlimaSeniorinnen-uitspraak van het EHRM, de
Advisory Opinionvan het IGH en de jurisprudentie van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens (IAHRM) dat er internationale consensus over is dat op de Staat in elk geval de verplichting rust om tijdig:
vulnerable people, places and ecosystems’;
particularly affected’ zijn door klimaatverandering en daarom ‘
specific needs and concerns’ hebben. Lidstaten moeten volgens artikel 4 leden Pro 8 en 9 VN-Klimaatverdrag bijzondere aandacht (‘
full consideration’) voor deze gebieden hebben.
comply or explain, wat inhoudt dat alle beleidsintensiveringen voor Europees Nederland en de daaruit voortvloeiende wetgeving en/of financiële consequenties van toepassing zijn op de BES-eilanden, tenzij er redenen zijn om dit niet te doen.
tangible cultural heritage’ en dat ‘
the impact of climate change on[intangible cultural heritage, rechtbank]
is uncertain and difficult to predict’.
key risksdie het IPCC voor kleine eilanden heeft geïdentificeerd en neemt de adaptatiemaatregelen die deze risico’s kunnen mitigeren, inclusief het waarborgen van de randvoorwaarden die van belang zijn om klimaatadaptatie te laten slagen: voldoende financiële middelen, beschikbaarheid van gegevens en kennis, en het betrekken van de gemeenschap bij adaptatie.
margin of appreciationtoekomt. [260]
Juridisch kader adaptatie
maatregelen ter vergemakkelijking van een adequate aanpassing aan klimaatverandering”. Deze programma’s moeten lidstaten vervolgens ook uitvoeren, openbaar maken en regelmatig bijwerken. [261] Bij het opstellen en uitvoeren van die programma’s moeten lidstaten passende methoden gebruiken; in het VN-Klimaatverdrag wordt het opstellen van nationale milieueffectrapportages genoemd als voorbeeld van zo’n passende methode. [262]
Buenos Aires programme of work on adaptation and response measuresvan 2004 [265] en het
Cancún Adaptation Frameworkvan 2010.
United Arab Emirates Framework for Global Climate Resiliencevan 2023 zijn die adaptatiedoelen geconcretiseerd door formulering van de volgende
‘targets’: [267]
2027moeten alle lidstaten ‘
multi-hazard early warning systems’ en klimaatinformatiediensten voor systematische observatie hebben opgezet om betere klimaatgerelateerde informatie te vergaren.
2030moeten alle lidstaten actuele
impact- en risk-assessmentshebben uitgevoerd van klimaatrisico’s, de gevolgen van klimaatverandering en de voor hun territoir relevante kwetsbaarheden, en moeten zij de uitkomsten hiervan hebben gebruikt om nationale adaptatieplannen, beleidsinstrumenten en planningsprocessen en/of -strategieën te formuleren.
2030moeten alle lidstaten een
nationaal adaptatieplan,een integraal adaptatiebeleid en daarop ziende planningsprocessen hebben waarin alle ecosystemen, sectoren, mensen en kwetsbare gemeenschappen binnen hun territoir zijn meegenomen. Die plannen, dat beleid en de betreffende instrumenten moeten transparant zijn, en tot stand komen met participatie van de betrokken burgers en organisatie.
2030moeten alle lidstaten ook al vooruitgang hebben geboekt bij de
implementatievan hun nationale adaptatieplan, -beleid en -strategieën en moeten zij de sociale en economische gevolgen van de belangrijkste klimaatrisico’s die zijn geïdentificeerd in de hiervoor bedoelde
impact- en risk-assessmentshebben verminderd.
2030moeten alle lidstaten ten slotte een
systeemhebben opgezet om hun nationale adaptatie-inspanningen te
monitoren, evalueren en van de uitkomsten te leren, inclusief de institutionele capaciteit om dit systeem volledig te implementeren.
Beoordeling adaptatie
Small Island Developing States(SIDS). [271]
tijdigzijn genomen.
targetsvoor 2030 uit
Decision 2/CMA.5(
Global goal on adaptation) te halen. Het met de Projectgroep Klimaattafel Bonaire ingezette proces zou uiteindelijk tot een klimaatadaptatieplan en integraal klimaatadaptatiebeleid voor Bonaire kunnen leiden. Vooralsnog zijn de bedoelde
targetsdus niet geschonden.
targetvoor 2027 lijkt dus nog haalbaar. Voor de toekomst weegt de rechtbank dit in positieve zin mee.
na2030 is ook nog geen financiering geregeld; [277] ook dit weegt de rechtbank in negatieve zin mee.
Tussenconclusie adaptatie
targetsvan
Decision 2/CMA.5(
Global goal on adaptation) worden gehaald en alsnog wordt voldaan aan de eisen van artikel 7 Overeenkomst Pro van Parijs.
Procedurele waarborgen
Beoordeling procedurele waarborgen
Tussenconclusie procedurele waarborgen
Stellingen van partijen
Toetsingskader: het verbod op directe en indirecte discriminatie
afhankelijk recht, in de zin dat de bepaling waarborgt dat lidstaten niet discrimineren bij het waarborgen van de overige door het EVRM gegarandeerde grondrechten. [284]
prima facie” aantonen dat er een verschil in behandeling bestaat. [292]
Beoordeling
noggrotere urgentie bij het opstellen en implementeren van coherent en integraal klimaatadaptatiebeleid voor Bonaire dan voor Europees Nederland bestond.
overallbezien niet heeft voldaan aan zijn positieve verplichtingen onder de artikelen 8 en 14 EVRM en artikel 1 P12.
Onrechtmatige daad
Wetenschappelijk onderzoek inmiddels op gang gekomen
United Arab Emirates Framework for Global Climate Resiliencegeformuleerde
targets [303] voor het opstellen en implementeren van een nationaal adaptatieplan dat ook Bonaire beslaat tijdig – dus in 2030 – worden gehaald (zie 11.22.3).
Uitvoerbaarheid bij voorraad
Proceskosten
12.De beslissing
Glasgow Climate Pacten het
Sharm-El-Sheikh Implementation Plan) en om de (resterende) emissieruimte voor Nederland inzichtelijk te maken;
United Arab Emirates Framework for Global Climate Resiliencegeformuleerde
targets [306] voor het opstellen en implementeren van een nationaal adaptatieplan dat ook Bonaire beslaat tijdig – dus in 2030 – worden gehaald;