ECLI:NL:RBDHA:2026:13438

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
25 mei 2026
Zaaknummer
C/09/702267 / JE RK 26-512
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BWBesluit gezagsregisters
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens PTSS en problematiek

De rechtbank Den Haag heeft op 24 april 2026 een beschikking gegeven tot verlenging van de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2016, tot 30 oktober 2026. De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 30 april 2026. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging vanwege de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen, die lijden aan PTSS en individuele problematiek, en de noodzaak van een behandel- en begeleidingstraject.

Tijdens de zitting, die in twee delen plaatsvond met gesloten deuren, werden de vader, de gecertificeerde instelling en de advocaat van de moeder gehoord. De kinderen zelf gaven geen mening. De moeder steunt het plan van de gecertificeerde instelling en wenst een goede afronding van de ondertoezichtstelling met overdracht aan het vrijwillig kader. De vader voert verweer en stelt dat hij bereid is hulpverlening te accepteren en dat de omgang met de kinderen te langzaam wordt opgebouwd.

De kinderrechter oordeelt dat de voorwaarden voor verlenging zijn vervuld. De problematiek van de kinderen en de onmogelijkheid van de ouders om zelfstandig afspraken te maken, maken voortzetting van de ondertoezichtstelling noodzakelijk. De gecertificeerde instelling blijft betrokken als regievoerder over de hulpverlening. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen met zes maanden en verklaart de beschikking direct uitvoerbaar.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/702267 / JE RK 26-512
Datum uitspraak: 24 april 2026
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
- [de minderjarige 1]geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 1] ,
- [de minderjarige 2]geboren op [geboortedatum] 2016 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige 2] ,
hierna ook gezamenlijk te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. D.G.M. van den Hoogen uit Leiden,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 26 maart 2026;
  • bericht van de advocaat van de moeder met bijlage van 22 april 2026;
  • bericht van de advocaat van de moeder van 23 april 2026.
1.2.
De rechtbank heeft besloten de vader en de moeder gescheiden van elkaar te horen. De gecertificeerde instelling en de advocaat van de moeder zijn opgeroepen voor beide tijdstippen waarop de mondelinge behandeling zou plaatsvinden.
1.3.
Op 24 april 2026 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Daarbij is voor het eerste deel van de behandeling verschenen:
- [naam 1] namens de gecertificeerde instelling.
De advocaat van de moeder heeft zichzelf en de moeder bij bericht van 23 april 2026 afgemeld voor de zitting van de moeder.
1.4.
Voor het tweede deel van de behandeling zijn verschenen:
- de vader;
- de advocaat van de moeder via digitale verbinding;
- [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
1.5.
De kinderrechter heeft [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] .
2.2.
[de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wonen bij hun moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 29 april 2025 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] verlengd tot 30 april 2026 en voor dezelfde duur de machtiging verlengd [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen bij de moeder met gezag.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te verlengen voor de duur van zes maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. Family Supporters heeft onderzoek gedaan naar [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] . Eind februari 2026 zijn de resultaten hiervan bekend geworden. Bij beide kinderen is er sprake van individuele problematiek en PTSS. Family Supporters heeft adviezen uitgebracht die het komende half jaar, in samenspraak met kinderen en hun ouders, moeten worden omgezet in concrete behandeldoelen. Het lukt de vader en de moeder nu om in het belang van de opvoeding en de ontwikkeling van de kinderen afspraken te maken, maar het is noodzakelijk dat hierbij een jeugdbeschermer als intermediair en regievoerder betrokken is omdat er geen draagvlak is voor onderling contact. Zonder de betrokkenheid van de gecertificeerde instelling zal het niet lukken om afspraken te maken over een passend behandelaanbod en eventuele begeleiding in de opvoedsituatie van de kinderen. De omgang van de kinderen met de vader is gecontinueerd en uitgebreid. De gecertificeerde instelling kijkt hierbij naar de wensen en draagkracht van alle betrokkenen en is van mening dat het huidige opbouwtempo aangehouden moet worden. Voorkomen moet worden dat een te snelle opbouw de behandeling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] belemmert. Sinds Coach Vooruit de overdracht begeleidt, verloopt dit proces een stuk rustiger en stabieler. De gecertificeerde instelling zal onderzoeken welke organisatie ingezet kan worden voor extra begeleiding/opvang van de kinderen om de moeder te ontlasten. Over het algemeen hebben de jeugdbeschermers het afgelopen jaar een positieve ontwikkeling en samenwerking met beide ouders ervaren. Wel is de gecertificeerde instelling van mening dat de vader veel baat had bij de hulpverlening van E25 in de samenwerking. Deze hulpverlening is gestopt wegens het aflopen van de reclasseringsmaatregel. De inzet van deze hulpverlening is in het contact met de gecertificeerde instelling (en eventuele regievoerders in het vrijwillig kader) noodzakelijk, maar de vader zal hiervoor zelf open moeten staan in het vrijwillig kader. Als het komende half jaar concrete afspraken worden vastgelegd en de focus op de toekomst en de ontwikkeling van de kinderen blijft liggen, kan dit proces worden gecontinueerd binnen het vrijwillig kader.

4.De standpunten

4.1.
De moeder refereert zich aan het oordeel van de kinderrechter. De advocaat van de moeder heeft verwezen naar het schriftelijke bericht van de moeder van 22 april 2026 met daarin haar standpunt. Daaruit volgt dat zij het eens is met het plan van de gecertificeerde instelling om binnen zes maanden toe te werken naar een goede afronding van de ondertoezichtstelling en een overdracht aan het vrijwillig kader. De moeder heeft aangegeven meermaals te hebben gevraagd om jeugdbegeleiding, buitenschoolse activiteiten of een buddy voor de kinderen, maar dat dit niet geregeld is. Wel wordt er vanuit de gecertificeerde instelling aangedrongen op een uitbreiding van de bezoekregeling met de vader. De moeder is tevreden over de huidige bezoekregeling en vindt het fijn dat er diagnostiek bij de kinderen heeft plaatsgevonden. Zij heeft erop gewezen dat volgens Youz geen ondertoezichtstelling noodzakelijk is voor een behandeling van de kinderen bij Youz. De moeder is dankbaar voor alle begeleiding en hoopt in de toekomst alleen nog de eigen hulpverlening nodig te hebben.
4.2.
De vader heeft verweer gevoerd tegen het verzochte. Volgens de vader klopt de informatie in de stukken van gecertificeerde instelling niet en is deze deels achterhaald. In het vrijwillig kader zal de vader hulpverlening voor de kinderen accepteren en hij heeft altijd hulp gezocht voor zijn kinderen. De vader wil zelf de hulpverlening bij Youz regelen en hij denkt dat dit in onderlinge samenwerking met de moeder kan. De vader is van mening dat de moeder en de gecertificeerde instelling hem in het contact met zijn kinderen belemmeren en dat de omgang te langzaam wordt opgebouwd. De vader wil dat de kinderen drie dagen per week bij hem wonen. Het verbaast de vader dat, als de moeder extra hulp wil, zij deze hulp dan niet bij de vader vraagt. De vader denkt niet dat de situatie veranderd zal zijn over een half jaar.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Uit onderzoek van Family Supporters volgt dat beide kinderen PTSS en individuele problematiek hebben. Het is noodzakelijk dat de kinderen en hun ouders zo snel mogelijk zullen starten met een behandel- en begeleidingstraject en zij zijn hiervoor aangemeld bij Youz. De komende periode moeten er in onderlinge samenspraak veel afspraken worden gemaakt in het kader van het eerdergenoemde traject en de omgang tussen de kinderen en de vader. Hierbij moet er rekening worden gehouden met het effect van de behandeling van de kinderen op alle betrokkenen. Zoals is toegelicht door de gecertificeerde instelling zijn de vader en de moeder momenteel door de gebeurtenissen uit het verleden niet in staat om in het vrijwillig kader deze afspraken te maken, waardoor de voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] noodzakelijke hulpverlening niet van de grond kan komen. Het is noodzakelijk dat de gecertificeerde instelling betrokken blijft om regie te voeren over de hulpverlening en op een zorgvuldige wijze een overdracht aan het vrijwillig kader voor te bereiden.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] voor de duur van zes maanden.
5.4.
De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister. [2]
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] tot 30 oktober 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026 door mr. M.M. Meijers, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier, en op schrift gesteld op 18 mei 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.
2.Artikel 2 Besluit Pro gezagsregisters.