Uitspraak
Gezag, hoofdverblijfplaats, zorg- c.q. omgangsregeling en kinderalimentatie
[de moeder]
[de vader]
Procedure
voorlopigezorgregeling bepaald, in die zin dat [minderjarige] voorlopig bij de vader zal zijn één weekend in de twee weken van vrijdag tot en met zondag, waarbij de ouders in onderling overleg de begin- en eindtijd bepalen. De definitieve beslissing ten aanzien van de zorgregeling is pro forma aangehouden tot 15 januari 2025.
voorlopigezorgregeling bepaald, in die zin dat [minderjarige] bij de vader zal zijn in de oneven weken van maandagmiddag uit school tot de week erop maandagochtend naar school. De definitieve beslissing ten aanzien van de zorgregeling is pro forma aangehouden tot 15 januari 2025.
- het F9-formulier van 30 januari 2025 van de zijde van vader, met bijlagen;
- het F9-formulier van 3 februari 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen;
- het F9-formulier van 3 februari 2025 van de zijde van de vader, met bijlage;
- het F9-formulier van 30 september 2025 van de zijde van de moeder;
- het F9-formulier van 8 oktober 2025 van de zijde van de vader.
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens houdende zelfstandig verzoek;
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van 16 maart 2026 van de zijde van de vader, met bijlage;
- het F9-formulier van 17 maart 2026 van de zijde van de moeder, met bijlage.
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam 1] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
In beide procedures:
- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] .
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- [minderjarige] staat ingeschreven op het adres van de moeder.
- Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 17 oktober 2024 is [minderjarige]
- Bij beschikking van de kinderrechter in deze rechtbank van 14 januari 2025 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van Jeugdbescherming west Zuid-Holland tot 14 oktober 2025.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 27 november 2025 is bepaald dat de vader met ingang van 25 augustus 2025
Verzoek en verweer
- [minderjarige] bij de vader is in de even weken van woensdag uit school tot maandag naar school en in de oneven weken van woensdag uit school tot vrijdag naar school;
- de vakanties bij helfte worden verdeeld in onderling overleg;
- het gezamenlijk gezag over [minderjarige] te beëindigen en te bepalen dat voortaan uitsluitend de moeder met het gezag wordt belast;
- te bepalen dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij de moeder zal zijn;
- de vader te veroordelen tot betaling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] van € 500,- per maand, althans een zodanig bedrag als de rechtbank juist acht;
- een raadsonderzoek te gelasten;
primair,de moeder te veroordelen tot nakoming van de bestaande 50/50-zorgregeling, dan wel
subsidiaireen zorgregeling te bepalen tussen de vader en [minderjarige] van om de week een weekend, waarvan de eerste maand een zaterdag om de week en de helft van de vakanties, dan wel een door de rechtbank in goede justitie te bepalen zorgregeling;
Beoordeling
In de procedure met zaak- en rekestnummer C/09/651030 / FA RK 23-5220:
C/09/651030 / FA RK 23-5220resteren nog de verzoeken ten aanzien van de zorgregeling. In de tussentijd is er veel veranderd en heeft de moeder een nieuwe procedure aanhangig gemaakt,
C/09/690786 / FA RK 25-6534. Ook in die zaak ligt een verzoek ten aanzien van de zorgregeling voor. Omdat de verzoeken in de procedure met zaak- en rekestnummer
C/09/651030 / FA RK 23-5220zijn achterhaald, zal de rechtbank deze verzoeken
afwijzenen hierna overgaan tot de inhoudelijke beoordeling van de verzoeken in de procedure met zaak- en rekestnummer
C/09/690786 / FA RK 25-6534.
voorlopigeen bijdrage aan kinderalimentatie zal voldoen aan de moeder van € 192,- per maand. Gelet daarop zal de rechtbank de datum van onderhavige beschikking, te weten 24 april 2026, als ingangsdatum bepalen.