Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:13413

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 april 2026
Publicatiedatum
25 mei 2026
Zaaknummer
C/09/683975 / FA RK 25-2985
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.8.1 Vtlb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging kinderalimentatie en beoordeling klemmend tekort

De rechtbank Den Haag heeft op 24 april 2026 een beschikking gegeven in een zaak betreffende de wijziging van kinderalimentatie. De man had een verzoek ingediend om de kinderalimentatie te wijzigen, waarbij rekening gehouden moest worden met een mogelijk klemmend tekort om in de behoefte van het kind te voorzien.

De rechtbank heeft de man in de gelegenheid gesteld om de rechter-commissaris te verzoeken het vrij te laten bedrag aan te passen op basis van de reeds vastgestelde kinderalimentatie. De rechter-commissaris had aangegeven dat een correctie van het vrij te laten bedrag alleen in uitzonderlijke gevallen mogelijk is, bijvoorbeeld bij een klemmend tekort.

De rechtbank constateerde dat de vrouw onvoldoende had toegelicht waarom er sprake zou zijn van een klemmend tekort, met name ten aanzien van haar arbeidsduur, inkomen, ontvangen toeslagen en de maandelijkse kosten voor het kind. Daarom gaf de rechtbank de vrouw tot 8 mei 2026 de gelegenheid om een schriftelijke toelichting met onderliggende stukken in te dienen.

Vervolgens kan de man deze toelichting via zijn bewindvoerder aan de rechter-commissaris doorgeven, waarna de rechtbank de procedure pro forma aanhoudt tot 15 juni 2026 in afwachting van de reactie van de rechter-commissaris. De uiteindelijke beslissing zal schriftelijk worden genomen.

Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing over de wijziging van de kinderalimentatie aan tot ontvangst van aanvullende financiële toelichting en reactie van de rechter-commissaris.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2985
Zaaknummer: C/09/683975
Datum beschikking: 24 april 2026

Wijziging kinderalimentatie

Beschikking op het op 22 april 2025 ingekomen verzoek van:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.I. Kouwenhoven te Naaldwijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.D. Radenovska te Den Haag.

Procedure

Bij beschikking van 19 februari 2026 van deze rechtbank is de man in de gelegenheid gesteld om de rechter-commissaris in de rechtbank Zeeland-West-Brabant te verzoeken om bij de vaststelling van het vrij te laten bedrag rekening te houden met de reeds vastgestelde kinderalimentatie van [de minderjarige] , dan wel een lager bedrag aan kinderalimentatie voor [de minderjarige] . In afwachting hiervan is iedere verdere beslissing ten aanzien van het verzoek van de man, alsmede de verzoeken van de vrouw, pro forma aangehouden tot 15 april 2026.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • de F9-formulieren van 18 maart 2026 van de zijde van de man, met bijlagen;
  • het bericht van 2 april 2026 van de zijde van de vrouw;
  • het F9-formulier van 17 april 2026 van de zijde van de vrouw, met bijlage.

Beoordeling

Partijen hebben zich beide uitgelaten over de huidige stand van zaken. De man heeft – onder meer – correspondentie van 18 maart 2026 tussen zijn bewindvoerder en de rechter-commissaris overgelegd. Hierin zegt de rechter-commissaris het volgende:
‘(…) Op grond van artikel 5.8.1 van het Vtlb Rapport van januari 2026 kan de verschuldigde kinderalimentatie in uitzonderlijke gevallen – bijvoorbeeld als duidelijk is dat de financiële positie van de ouders gezamenlijk zodanig is dat sprake is van een klemmend tekort om in de behoefte van de kinderen te voorzien – worden gecorrigeerd in de berekening van het vrij te laten bedrag.
U gaf in uw vorige verzoek aan: . “Ik ben van mening dat onvoldoende is aangetoond/aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een klemmend tekort om in de behoefte van het kind te voorzien. De moeder werkt niet fulltime maar 24 uur per week en er is niet aangetoond noch gesteld dat de moeder niet fulltime kan werken waardoor zij geen hoger inkomen zou kunnen verdienen. Daarnaast is niet aangetoond welke toeslagen door de moeder worden ontvangen en wat haar budget daadwerkelijk is. Ik ben daarom van mening dat de verschuldigde alimentatie (vooralsnog) niet gecorrigeerd kan worden in de berekening van het vrij te laten bedrag. Ik raad u daarom aan het verzoek af te wijzen. “
De rechter-commissaris kan dit nu nog steeds niet uit bijgevoegd vonnis halen en het is aan mevrouw om een en ander met betrekking tot voormelde en de hoogte van de extra kosten etc naar voren te brengen zoals ook in het vonnis is aangegeven.
Als de rechter-commissaris dat alleemal in beeld heeft kan zij eventueel vaststellen dat er sprake is van een klemmend tekort en kan zij een bepaald bedrag corrigeren in het vtlb.’
Voorgaande geeft naar het oordeel van de rechtbank aanleiding om de vrouw in de gelegenheid te stellen toe te lichten waarom er naar haar mening sprake is van een klemmend te kort om in de behoefte van [de minderjarige] te voorzien. Daarbij verwacht de rechtbank van de vrouw dat zij – in ieder geval – ingaat op de stelling van de bewindvoerder van de man dat zij 24 uur per week werkt en dat niet zou zijn aangetoond dat zij geen hoger inkomen kan verdienen. Ook verwacht de rechtbank van de vrouw dat zij de toeslagen die zij ontvangt inzichtelijk maakt, alsook de maandelijkse kosten voor [de minderjarige] .
Hierbij merkt de rechtbank op dat de vrouw op 17 april 2026 een stuk heeft ingediend, waarin zij aangeeft welke (extra) kosten zij voor [de minderjarige] heeft. Omdat dit stuk na de aan haar gegeven termijn is ingediend, heeft de rechter-commissaris dit niet kunnen meenemen in zijn overweging. Het is dan ook aan de vrouw om een en ander in haar schriftelijke toelichting mee te nemen.
De rechtbank geeft de vrouw tot 8 mei 2026 de gelegenheid om een schriftelijke toelichting, zoals hierboven omschreven, in te dienen. Vervolgens is het aan de man om deze schriftelijke toelichting – binnen een week na ontvangst, uiterlijk op 15 mei 2026 – via zijn bewindvoerder door te spelen aan de rechter-commissaris, onder gelijktijdige indiening van deze correspondentie in de onderhavige procedure. De rechtbank zal, in afwachting van de reactie van de rechter-commissaris, de onderhavige procedure pro forma aanhouden tot 15 juni 2026. Vóór die datum dient de man de correspondentie met/tussen de bewindvoerder en de rechter-commissaris in het geding te brengen.
De beslissing ten aanzien van het verzoek van de man, alsmede de verzoeken van de vrouw, zal de rechtbank, in afwachting van het voormelde, aanhouden. In beginsel zal de rechtbank de zaak daarna schriftelijk afdoen.

Beslissing

De rechtbank – in aanvulling op de beschikking van 19 februari 2026 van deze rechtbank – :
*
bepaalt dat de vrouw tot 8 mei 2026 de gelegenheid krijgt om voormelde schriftelijke toelichting, met eventuele onderliggende stukken, in de onderhavige procedure in te dienen;
*bepaalt dat de man vervolgens vóór 15 mei 2026 de mogelijkheid deze schriftelijke toelichting en stukken via zijn bewindvoerder door te spelen aan de rechter-commissaris, onder gelijktijdige indiening hiervan in de onderhavige procedure;
*
houdt iedere verdere beslissing
ten aanzien van het verzoek van de man, alsmede de verzoeken van de vrouw,aan tot
15 juni 2026 pro forma, in afwachting van de reactie van de rechter-commissaris, waarvan de rechtbank van de man verwacht dat hij deze in het geding zal brengen.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 24 april 2026.