ECLI:NL:RBDHA:2026:13345
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voorlopige zorg- en opvoedingstaken voor minderjarige na beëindiging relatie ouders
De ouders, die tot december 2024 een affectieve relatie hadden, zijn gezamenlijk gezagdragers over hun minderjarige kind, geboren in 2023. Het kind verblijft bij de moeder, die de Roemeense nationaliteit heeft, terwijl de vader en het kind de Nederlandse nationaliteit bezitten.
Op verzoek van de moeder heeft de rechtbank kennisgenomen van de stukken en berichten waaruit blijkt dat de ouders overeenstemming hebben bereikt over een voorlopige regeling voor de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. De vader stemde hiermee in, waardoor de rechtbank afzag van een zitting.
De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is op grond van de gewone verblijfplaats van het kind in Nederland en het toepasselijke Nederlandse recht. De gemaakte afspraken worden vastgelegd omdat deze niet in strijd zijn met het belang van het kind. De voorlopige regeling voorziet in verblijfsdagen bij de moeder alleen, gezamenlijke verblijven en bezoek bij de grootouders van de vader.
De rechtbank verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst verdere verzoeken af. Hiermee wordt de zorgregeling definitief vastgelegd voor de periode tot een eventuele nieuwe regeling.
Uitkomst: De rechtbank legt de voorlopige zorg- en opvoedingstaken vast zoals overeengekomen door de ouders.